19. Februar 2026
Voor elk seizoen is er wel een geschikt beestje, zegt Adri Bom-Lemstra, voorzitter van Glastuinbouw Nederland. Telers van groente, fruit, bloemen en planten maken in hun kassen gebruik van steeds meer soorten biologische bestrijders van plagen. “Een teler kan soorten kiezen die elkaar aanvullen en versterken”, zegt Bom-Lemstra. “Zo verbetert hij de totale aanpak van plagen en zijn er minder chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig.” Nederland telt bijna 10.000 hectare aan kassen en in 94 procent daarvan zijn biologische bestrijders actief, zo blijkt uit de meest recente cijfers – over 2024 – van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit percentage is gelijk aan dat van 2020. Het verschil zit in de verschillende soorten: naast sluipwespen en roofmijten gaan steeds vaker zakjes en bakjes galmuggen, rooftripsen, wantsen, kevers, gaas- en zweefvliegen en aaltjes de glazen huizen in. Die diversiteit zorgt vooral bij de teelt van tomaten, potplanten en chrysanten voor een uitbreiding van de biologische bestrijding. In de meeste gevallen gaat het om bestrijding van schadelijke insecten zoals luizen, spintmijten en tripsen, die bladeren en stengels aanvreten of bloemen in de knop smoren. Daarnaast groeit de inzet van bacteriën en andere micro-organismen om schimmels te bestrijden. Volgens het CBS gebeurt dat inmiddels op twee derde van het totale kasoppervlak. “Groene middelen bieden een alternatief voor chemische gewasbeschermingsmiddelen en helpen ons te voldoen aan de groeiende vraag naar duurzame productie”, zegt Bom-Lemstra .Liever geen beestjes of bruine randen Dat pesticiden nog niet helemaal zijn vervangen ligt vooral aan de winkels en de consument, zegt de glastuinbouwvoorzitter. Die zouden geen beestjes of bruine randen willen. Royal FloraHolland liet dit in 2024 onderzoeken voor bloemen en planten: bij bloemen wil 73 procent van de kopers geen beestjes en meer dan de helft (53 procent) geen beschadiging, bij planten wil 51 procent geen beestjes en 34 procent geen randjes. Veel telers bespuiten hun producten daarom nog kort voor de oogst en de gang naar de veiling. Ook als een ziekte plotseling de kop op steekt, wordt de spuit even op de haard gericht, maar structureel ligt het pesticidengebruik onder glas veel lager dan op open akkers. Het gaat in de glastuinbouw steeds beter, beaamt Nienke Schuil van Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland. “Maar de biologische bestrijding heeft pesticiden nog niet volledig vervangen. Dat zien we terug in de verontreiniging van het oppervlaktewater. De cijfers van Hoogheemraadschap Delfland liegen er niet om.” In 2023 bleek uit metingen van het waterschap dat concentraties giftige stoffen in sloten in 22 van de 26 glastuinbouwgebieden in Delfland boven de normen lagen. In hetzelfde jaar nam de Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland samen met Pesticiden Action Network Europe watermonsters uit kasgebieden in Nederland, België, Duitsland en Spanje. Ze vonden daarbij veel stoffen die alleen in kassen mogen worden gebruikt, en ook stoffen die allang zijn verboden. “Tuinders mogen bepaalde middelen gebruiken omdat hun kassen gelden als een gesloten systeem. Maar door bijvoorbeeld lekkages in het drainagesysteem en het ontluchten van de kas door het openzetten van de dakramen komen die middelen toch in de atmosfeer en het oppervlaktewater terecht”, legt Schuil uit. Lekrisico’s Tuinders zijn zich daarvan vaak niet bewust, zegt Schuil. Het waterschap heeft daarom samen met gemeenten en Glastuinbouw Nederland een programma opgezet om tuinders bewust te maken van lekrisico’s. “Zij hebben het water uit hun bassins en het oppervlaktewater ook nodig om hun teelten te besproeien”, zegt Schuil. Maar er zijn ook telers die illegaal resten van pesticiden lozen of oude voorraden opmaken. “Het staat of valt bij tuinders die zich aan de regels houden”, weet Schuil. “De lobby van producenten is ook sterk. Delfland probeert nu lik op stuk te geven met hoge boetes, maar controle is lastig. We zijn toch afhankelijk van het verantwoordelijkheidsgevoel van de gebruiker zelf.” Ook binnen de kassen is soms sprake van illegaal gifgebruik. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) meldde in november dat tomatentelers geregeld de regels overtreden. Dat doen ze bijvoorbeeld door waterleidingen waarin schimmels en bacteriën zitten door te spoelen met waterstofperoxide waar ze soms zilver aan toevoegen. Dat mag, maar de leidingen moeten daarna worden nagespoeld en het vuile water in containers afgevoerd. Dat gebeurt lang niet altijd waardoor het gif op de tomaten terechtkomt en er soms op blijft zitten. Begin februari bracht de NVWA naar buiten dat telers van snijbloemen onder glas het niet zo nauw nemen met de regels voor bestrijdingsmiddelen. Te hoge doseringen of vaker gebruik van middelen dan is toegestaan zou risico’s kunnen opleveren voor mens, dier en milieu. Vervolgonderzoek is nodig om duidelijk te krijgen hoe groot die risico’s zijn, zegt de autoriteit. Bron: Trouw #DuurzameLandbouw #Glastuinbouw #BiologischeBestrijding# Gewasbescherming #CirculaireEconomie#Elsman