Elsman International Consultants B.V. ontvangt gouden plaat van Briqwise

Nard Elsman van Elsman International Consultants B.V. heeft onlangs een gouden plaat ontvangen uit handen van Richard Halters, accountmanager bij Briqwise. Deze mooie erkenning onderstreept de succesvolle samenwerking tussen Briqwise en Elsman International Consultants B.V.

.Samen zetten wij ons in voor passende financieringsoplossingen die ondernemers écht verder helpen. Door onze kennis en ervaring te combineren, kunnen wij bedrijven ondersteunen bij hun groei en ambities.

#Briqwise #ElsmanInternationalConsultants #samenwerking #financiering #bedrijfsfinanciering #ondernemerschap #groei


19 maart 2026
In de land- en tuinbouw is gefaseerde bedrijfsoverdracht een veelgebruikte route. Een overdracht kan soms wel meer dan vijftien jaar duren. Tijdens dit traject kan het nodig zijn dat de opvolger zijn of haar onderneming inbrengt in een BV. In deze situaties blijft de opvolger het familiebedrijf voortzetten, alleen via een ei gen BV. Het ligt volgens LTO dan ook niet voor de hand dat de familievrijstelling hierdoor zou vervallen. De organisatie wijst er op dat de staatssecretaris van Financiën eerder heeft aangegeven dat, wanneer een opvolger ná afronding van de gefaseerde overdracht zijn onderneming in een BV inbrengt, de familievrijstelling behouden blijft. Beide routes leiden tot dezelfde materiële uitkomst en dan ligt het voor de hand dat ook de fiscale behandeling daarvan gelijk is, aldus LTO. In het huidige ‘kennisgroepstandpunt’ van de Belastingdienst vervalt de familievrijstelling echter wanneer de onderneming tijdens gefaseerde overdracht in een BV wordt ingebracht. De gevolgen hiervan in de praktijk zijn groot, stelt LTO. Opvolgers weten niet welke fiscale gevolgen een BV-inbreng tijdens gefaseerde overdracht heeft. Daardoor zullen trajecten stilvallen en worden geplande bedrijfsoverdrachten uitgesteld. De financiële gevolgen kunnen fors zijn. Bij een gemiddeld bedrijf gaat het al snel om honderdduizenden euro’s. LTO Nederland roept de staatssecretaris van Financiën en de Tweede Kamer op om snel duidelijkheid te geven. Een mogelijke oplossing is, dat de staatssecretaris een besluit publiceert waarin wordt gesteld dat inbrenging in een BV tijdens een gefaseerde bedrijfsoverdracht hetzelfde behandeld dient te worden als een directe inbrenging in een BV, na afronding van een bedrijfsoverdracht. Op deze manier leiden verschillende paden met dezelfde uitkomst wél tot dezelfde fiscale behandeling. bron: AgriHolland #Familievrijstelling #Bedrijfsopvolging #AgrarischeSector #Belastingdienst #LTONederland
Bekijk meer
19 maart 2026
In de land- en tuinbouw is gefaseerde bedrijfsoverdracht een veelgebruikte route. Een overdracht kan soms wel meer dan vijftien jaar duren. Tijdens dit traject kan het nodig zijn dat de opvolger zijn of haar onderneming inbrengt in een BV. In deze situaties blijft de opvolger het familiebedrijf voortzetten, alleen via een ei gen BV. Het ligt volgens LTO dan ook niet voor de hand dat de familievrijstelling hierdoor zou vervallen. De organisatie wijst er op dat de staatssecretaris van Financiën eerder heeft aangegeven dat, wanneer een opvolger ná afronding van de gefaseerde overdracht zijn onderneming in een BV inbrengt, de familievrijstelling behouden blijft. Beide routes leiden tot dezelfde materiële uitkomst en dan ligt het voor de hand dat ook de fiscale behandeling daarvan gelijk is, aldus LTO. In het huidige ‘kennisgroepstandpunt’ van de Belastingdienst vervalt de familievrijstelling echter wanneer de onderneming tijdens gefaseerde overdracht in een BV wordt ingebracht. De gevolgen hiervan in de praktijk zijn groot, stelt LTO. Opvolgers weten niet welke fiscale gevolgen een BV-inbreng tijdens gefaseerde overdracht heeft. Daardoor zullen trajecten stilvallen en worden geplande bedrijfsoverdrachten uitgesteld. De financiële gevolgen kunnen fors zijn. Bij een gemiddeld bedrijf gaat het al snel om honderdduizenden euro’s. LTO Nederland roept de staatssecretaris van Financiën en de Tweede Kamer op om snel duidelijkheid te geven. Een mogelijke oplossing is, dat de staatssecretaris een besluit publiceert waarin wordt gesteld dat inbrenging in een BV tijdens een gefaseerde bedrijfsoverdracht hetzelfde behandeld dient te worden als een directe inbrenging in een BV, na afronding van een bedrijfsoverdracht. Op deze manier leiden verschillende paden met dezelfde uitkomst wél tot dezelfde fiscale behandeling. bron: AgriHolland #Familievrijstelling #Bedrijfsopvolging #AgrarischeSector #Belastingdienst #LTONederland
12 maart 2026
#Aardwarmteproject #Geothermie #HorstAanDeMaas #Duurzaamheid #Energietransitie #Nappa #Elsman
5 maart 2026
Maatschappelijke koerswijziging Ten opzichte van 2021 is een duidelijke verschuiving zichtbaar. Waar toen nog 39% de voorkeur gaf aan kleinschalige huisvesting en 32% aan grootschalige oplossingen, kiest in 2026 een ruime meerderheid (75%) voor huisvesting buiten woonwijken. De sterkste afzonderlijke voorkeursoptie is grootschalige huisvesting aan de rand van bedrijventerreinen of in voormalige kantoorpanden (48%). Andere opties krijgen aanzienlijk minder steun. Opvallend is daarnaast dat het aandeel Nederlanders zonder uitgesproken voorkeur sterk is gedaald: van 29% in 2021 naar 13% in 2026. Nederlanders lijken daarmee een duidelijker beeld te hebben ontwikkeld van hoe arbeidsmigranten gehuisvest zouden moeten worden. Arbeidsmigratie blijft noodzakelijke aanvulling op de arbeidsmarkt Hoewel technologie breed wordt gezien als speerpunt van arbeidsmarktbeleid (78% plaatst investeringen in automatisering, digitalisering en AI in de top 2 van gewenste oplossingen), blijft arbeidsmigratie volgens respondenten een noodzakelijke aanvullende oplossing. Vooral in sectoren als zorg en energietransitie wordt tijdelijke instroom uit het buitenland gezien als ondersteunend aan structurele oplossingen zoals hogere beloning en technologische innovatie. Huisvesting verdient aparte aanpak naast woningcrisis Een ruime meerderheid (71%) vindt dat huisvesting van arbeidsmigranten los moet worden gezien van het reguliere woningbeleid. 37% vindt dat huisvesting niet ten koste mag gaan van andere woningzoekenden, terwijl 34% aangeeft dat het om andere typen oplossingen vraagt dan reguliere woningen. Slechts een kwart ziet beide vraagstukken als één geheel. De resultaten wijzen erop dat Nederlanders arbeidsmigratie accepteren, maar onder duidelijke voorwaarden rondom locatie en organisatie van huisvesting. Werkgevers gezien als probleem-eigenaar Volgens 58% van de Nederlanders zijn werkgevers primair verantwoordelijk voor de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten. Daarmee wijst de publieke opinie vooral naar de partij die economisch het meest profiteert van arbeidsmigratie. Over het onderzoek Het onderzoek wordt jaarlijks in opdracht van KaFra Housing uitgevoerd door Bluehub en Peil.nl. Aan dit onderzoek hebben meer dan 2.000 respondenten van het Nationaal Consumentenpanel van Peil.nl deelgenomen. Bron: Groenten en Fruit #Arbeidsmigratie #Huisvesting #Arbeidsmarkt #Woningcrisis #Onderzoek #Elsman
Bekijk meer