Marge-onderzoek Agro-Nutri Monitor: wat kunnen telers ermee?

Sommige biologische en duurzame groenten en fruit zijn verliesgevend voor supermarkten. Toch blijkt uit de Agro-Nutri Monitor niet direct een scheve margeverdeling.

Sommige biologische en duurzame groenten- en fruitsoorten zijn verliesgevend voor supermarkten. Toch blijkt uit de Agro-Nutri Monitor niet direct een scheve margeverdeling.

In opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) onderzocht Wageningen Social & Economic Research verkoop- en prijsgegevens tot 2024. De onderzoekers stellen in de Agro-Nutri Monitor 2025 dat supermarkten meer verlies maken op appels met een duurzaamheidskeurmerk als PlanetProof (-4% nettomarge) dan op biologische appels (-2% nettomarge). Bij sperziebonen is de nettomarge -6% voor product met een duurzaam keurmerk (als PlanetProof) en -25% voor biologische bonen.

Op biologische tomaat verliest de supermarkt gemiddeld 1%. Een tomaat met een ander duurzaamheidskeurmerk levert een marge van 1% op. De nettomarge voor telers van deze producten konden de onderzoekers niet berekenen. Bij bewerkte producten als biologische appelsap (7%) en verwerkte sperziebonen (17%) maken supermarkten wel winst.

Ruimte voor meerprijs?
De cijfers zijn opvallend. Over de meerprijs voor PlanetProof loopt al enige tijd een discussie. Veel telers vinden dat ze nu niet worden gecompenseerd voor hun meerkosten. Uit deze gegevens zou je kunnen opmaken dat er weinig ruimte is voor een vergoeding van supermarkten.

Een verklaring voor de uitkomsten van duurzame keurmerken kan zijn dat bij de margeberekening ook Beter voor Natuur en Boer is meegenomen. Daarvoor wordt een volledige meerprijs betaald. Volgens Albert Heijn wordt deze niet doorberekend aan klanten.

Een andere verklaring is het type product voor dit onderzoek. Tomaat, appel en sperziebonen zijn mogelijk geen gemiddelde AGF-producten. Bij tomaat en appel wordt de prijs laag gehouden, omdat het klantentrekkers zijn. Bij sperziebonen is relatief veel uitval, maar een winkelketen moet ze wel in het assortiment houden.

De onderzoekers zien dat bij de tuinbouwproducten in dit onderzoek circa de helft van de verkoopprijs aan telers wordt betaald. Supermarkten houden een derde en de rest is voor de groothandel. De kosten zorgen ervoor dat supermarkten er dus geen winst op maken.

ACM concludeert dat voor een deel van de biologische telers (zuivel, vlees en akkerbouw) de rentabiliteit is afgenomen. Dat is voor AGF-producten niet geconstateerd. De autoriteit doet een aantal aanbevelingen om de positie van telers te versterken. De meeste aanbevelingen deed ACM al eerder, zoals de btw-verlaging voor biologische producten. Daarbij komt nu ook de mogelijkheid voor afzetorganisaties om krachten te bundelen in een unie, een Tupo.

Eerder werd bekend dat The Greenery en BelOrta in zo’n samenwerking stappen. Ze richtten een organisatie op voor die internationale samenwerking. FreshAlliance heet de organisatie die de Vlaamse overheid moet erkennen als een transnationale unie van producentenorganisaties (Tupo). BelOrta zit zelf in een unie met andere Belgische veilingen voor bemiddeling (Lava). Het is daarbij te verwachten dat beide organisaties hun eigen afzet houden. De telers van The Greenery hebben net een nieuw verkoopbijdragemodel met volledige transparantie in kosten.

Appelexport daalt; loont schaalvergroting?
Het resultaat van kleine appelbedrijven ligt €0,05 per kilo boven dat van grote bedrijven. Uit de berekening voor de Agro-Nutri Monitor blijkt dat grote bedrijven naar verhouding meer kosten aan personeel maken. Dat scheelt €0,06 per kilo. Ditzelfde geldt ook voor overige kosten. Grote bedrijven behalen wel schaalvoordelen op berekende arbeid en rente en hebben ook een hogere opbrengst. Dat maakt de kostenvoordelen van kleine bedrijven echter niet goed.

In een enquête blijkt dat telers die via een veiling of telersvereniging hun appels afzetten vaker vinden dat zij geen hogere prijs voor appels onder keurmerk ontvangen. Bij de groothandel en overige kanalen (supermarkten, verwerking) geven zij vaker aan een meerprijs te krijgen, al is het aantal telers in de enquête klein.

Duurzame appels goedkoper dan import
De consument betaalt voor biologische appels een meerprijs van 66%. Voor appels met een duurzaamheidskeurmerk betaalt de consument geen meerprijs. Deze zijn 12% goedkoper dan gangbare. Vaak gaat dat om import. De standaard Nederlandse appels (Elstar, Jonagold) worden relatief goedkoop verkocht, ook om klanten te trekken.

In de afgelopen drie jaar steeg de kostprijs voor biologische verse appels met zo’n €0,25 per kilo en die van reguliere appels met €0,13 per kilo.

De consumentenprijzen van appels blijven relatief laag in de inflatiegolf, maar stegen wel in 2024.

Hoe zit appelmarkt eruit?
Nederland telde in 2024 zo’n 930 appeltelers, waarvan er 76 biologisch teelden (8,2%). Het biologisch areaal is 5,1% (270 van 5.300 hectare).

In 2024 had circa een derde van de Nederlandse telers een On the way to PlanetProof-keurmerk (3.264 hectare) en 61 telers een Beter voor Natuur en Boer-keurmerk.

De export van verse appels is in de periode 2020-2023 afgenomen van €285 miljoen tot €225 miljoen, voornamelijk re-export. Bijna alle in Nederland geteelde appels worden op de Nederlandse afzetmarkt verkocht.

Concentratie tomatenmarkt valt op
Nederland telde in 2024 nog 220 tomatenbedrijven in Nederland, zo staat in de Agro-Nutri Monitor 2025. Daarvan hebben 92 bedrijven het On the Way to PlanetProof-keurmerk. Het marktaandeel van de grootste vier bedrijven in de productie is door fusies sterk toegenomen, van circa 25% in 2020 tot 37% nu. In dat jaar fuseerden twee van de grootste teeltbedrijven: Agro Care en Combivliet in Middenmeer. Zij hebben samen circa 500 hectare tomaten.

De concentratie bij telersverenigingen is groot en stabiel. De vier grootste telersverenigingen vertegenwoordigen circa 70% van het areaal. Dat zijn Harvest House, Oxin Growers, Growers United en The Greenery. Er zijn 15 tot 20 bedrijven die leveren aan de Nederlandse supermarktketens. Dit zijn groothandelaren, telersverenigingen of soms telers.

Lees ook: Top 10 tomatenbedrijven beteelt helft van areaal Nederland
De tomatenproductie in Nederland kromp tussen 2020 en 2023 van 910 miljoen kilo naar 726 kilo per jaar. In 2024 groeide de productie tot 829 miljoen kilo, dankzij normalisering van de gasprijs.

Het areaal tomaten in Nederland bestaat voor 53% uit trostomaten, voor 28% uit cherrytomaten en voor 19% uit losse tomaten. De importwaarde van tomaten is in de periode 2020 tot 2024 toegenomen van bijna €300 miljoen tot bijna €500 miljoen.

Het areaal biologische tomaten (23 hectare) is beperkt en krimpt. 37 gemiddeld kleine bedrijven telen biologisch. De productie hiervan was circa 7,6 miljoen kilo in 2024, circa een kwart minder dan in 2020.

Eisen dominanter, prijzen lopen op
Bedrijven zien duurzaamheidskeurmerken niet meer als echte instrumenten voor verduurzaming, maar als ‘license to deliver’ en als administratieve rompslomp. Wettelijke eisen en convenanten zijn een grotere motor voor verduurzaming zoals de Kaderrichtlijn Water, energieneutraal telen per 2040 en chemievrije teelt. Bij dat laatste doel zet ook de sector zelf flinke stappen.

In 2024 ontvingen tomatentelers die produceerden voor het programma Beter voor Natuur en Boer €0,01 per kilo als vergoeding voor de meerkosten. Telers met een On the way to PlanetProof-keurmerk overwegen te stoppen met het keurmerk, tenzij ze een vergoeding voor de meerkosten krijgen.

De nettomarge op gangbare tomaten voor telers en de supermarkt is relatief groot. De onderzoekers noemen de merktomaten gangbaar, omdat supermarkten die zonder duurzaamheidskeurmerk met een hoge nettomarge verkopen.

De consumentenprijs van tomaten met een keurmerk (niet bio) is in de periode 2021 tot 2024 toegenomen van € 2,80 tot € 3,90 per kilo. Dat is een stijging van €1,10 per kilo. De prijs van biologische tomaten is met €0,30 per kilo toegenomen en die van gangbare tomaten met €0,55 per kilo, blijkt uit het onderzoek voor de Agro-Nutri Monitor. Daarmee is de prijsafstand tot biologische tomaten verkleind.

Markt sperziebonen groeit
In 2024 bedroeg de import van verse bonen € 150 miljoen en de export € 100 miljoen. In tien jaar is de markt bijna verdubbeld met meer grote spelers op die markt. Een aantal telers heeft belangen in Zuid-Europese bedrijven om zo jaarrond te kunnen leveren en kennis te delen.

De Nederlandse klant koopt naar schatting voor € 75 miljoen aan verse sperziebonen bij de supermarkt, waarvan 1% biologisch en 24% met een duurzaam keurmerk. Consumenten geven € 25 miljoen per jaar uit aan verwerkte sperziebonen.

De markt voor verse biologische Nederlandse sperziebonen staat onder druk, omdat klanten die zuiniger zijn met uitgaven door inflatie en het grote aanbod. Ook op de exportmarkt speelt dit en is de concurrentie toegenomen.

In 2024 produceerden telers meer sperziebonen dankzij goede teeltomstandigheden. Ook bouwden verwerkers meer voorraad op. Dat leidde in 2025 tot een correctie in prijs en volume.

De inkoopprijs van sperziebonen met een keurmerk is €0,40 lager dan voor gangbare bonen. Sperziebonen met een keurmerk komen tijdens het hoogseizoen uit Nederland, gangbare komen het gehele jaar uit het buitenland.

Het onderscheid tussen biologische sperziebonen en bonen met een keurmerk wordt kleiner dankzij duurzamere teeltwijzen en middelen.

Hoe ziet sperziebonenmarkt eruit?
650 tuinders verbouwen sperziebonen in de open grond. Zij telen op in totaal 4.420 hectare. Sinds 2015 verdubbelde het aantal telers en het areaal. Er zijn meer telers gecertificeerd voor biologisch (94 telers) dan voor keurmerken als PlanetProof (27 telers) of Beter voor Natuur en Boer (8 telers).

10 tot 15 Nederlandse, Belgische, Duitse en Franse bedrijven leveren verwerkte sperziebonen aan Nederlandse supermarkten. De vier grootste hebben een marktaandeel van meer dan 90%. Areaal en productie nemen toe, omdat veehouders gesubsidieerd omschakelen naar vollegrondgroenteteelt.

Bron: Gfactueel





#AgroNutriMonitor #DuurzameLandbouw #PlanetProof #Biologisch #Voedselketen #Supermarkten #Telers #Landbouw #Voedseltransitie #Agf #Tomaten #Appels #Sperziebonen #WageningenUR #ACM #Duurzaamheid #Boeren #Retail #KetenTransparantie #Meerprijs


7 mei 2026
Huisvesting van arbeidsmigranten drukt op de Cao Glastuinbouw: er is discussie over inhouding en partijen willen meer rijksregie.
Bekijk meer
7 mei 2026
Huisvesting van arbeidsmigranten drukt op de Cao Glastuinbouw: er is discussie over inhouding en partijen willen meer rijksregie.
16 april 2026
Glastuinbouw Nederland reageert op een persbericht waarin Natuur & Milieu (N&M) stelt dat nog steeds te veel bestrijdingsmiddelen in water terechtkomen. De aanleiding is het rapport ‘Chemievrije teelt als antwoord op te veel bestrijdingsmiddelen in het water rondom kassen’ dat de natuurorganisatie deze week publiceerde (onderaan dit artikel te downloaden). N&M stelt dat extra stappen nodig zijn om de waterkwaliteit rond kassen te verbeteren. Volgens voorzitter Adri Bom-Lemstra van Glastuinbouw Nederland heeft de glastuinbouwsector diezelfde conclusie eerder al getrokken. Dat resulteerde in een actieplan met diverse extra maatregelen. ‘Het rapport van N&M beschouwen we dan ook als een bevestiging dat we op de goede weg zijn.’ Normoverschrijdingen nemen af Uit onderzoek van N&M blijkt dat de normoverschrijdingen afnemen. Een trend die Glastuinbouw Nederland herkent en die overeenkomt met de landelijke meetnetgegevens. ‘Waar het om de ecologische staat van het oppervlaktewater gaat, maken we wel de kanttekening dat er meer factoren zijn die deze beïnvloeden dan alleen gewasbeschermingsmiddelen’, aldus Bom-Lemstra. ‘Uit onze praktijkervaring weten we dat de duiding van aangetroffen stoffen erg lastig is’, vervolgt de Glastuinbouw Nederland-voorzitter. ‘We zien steeds meer stoffen waarvan het gebruik door de glastuinbouw onwaarschijnlijk is. Daarover zouden we graag over in gesprek gaan met N&M.’ Bedrijven certificeren Als voorbeelden van maatregelen die de glastuinbouw neemt, noemt Bom-Lemstra het actieplan ‘Waterkwaliteit in glastuinbouwgebieden’ en de projecten Watercoach, Transparante Tuinders en Waterkracht. Deze projecten vinden ook plaats in glastuinbouwgebieden waarin geen meetpunt van het landelijk meetnet is. Daarnaast onderzoekt de sector of het mogelijk is om glastuinbouwbedrijven die volledig lekdicht zijn en geen emissies naar het milieu hebben, te certificeren. Bij de uitvoering van de extra maatregelen werkt de sector nauw samen met het Platform Duurzame Glastuinbouw (PDG). Dit is een samenwerkingsverband tussen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Unie van Waterschappen, provincies, gemeenten en Glastuinbouw Nederland. Het PDG wil onder andere meer inzet op risicogestuurd toezicht en handhaving, om telers te prikkelen tot verbeteringen. Ook dat is volgens Bom-Lemstra in lijn met de aanbevelingen in het rapport van N&M. Terugdringen chemiegebruik Om lekkages van gewasbeschermingsmiddelen uit kassen aan te pakken, adviseert N&M de bron van die emissies aan te pakken en het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen af te bouwen. In haar reactie wijst Bom-Lemstra erop dat de sector fors inzet op het terugdringen van het chemiegebruik. ‘Het project 100% Groen Geteeld is daarvan een voorbeeld.’ Wel voegt de voorzitter van Glastuinbouw Nederland eraan toe dat haar organisatie genuanceerd kijkt naar het gebruik van chemie. ‘Een beperkte inzet kan een groot verlies van opbrengst voorkomen. Wel moeten we ervoor zorgen dat die middelen niet in het milieu terechtkomen.’ Voor een aantal ziekten en plagen is volgens Bom-Lemstra nog geen groene oplossing beschikbaar. ‘We roepen N&M daarom op om samen met ons te werken aan het sneller beschikbaar krijgen van groene middelen.’ Glastuinbouw Nederland reageert op een persbericht waarin Natuur & Milieu (N&M) stelt dat nog steeds te veel bestrijdingsmiddelen in water terechtkomen. De aanleiding is het rapport ‘Chemievrije teelt als antwoord op te veel bestrijdingsmiddelen in het water rondom kassen’ dat de natuurorganisatie deze week publiceerde (onderaan dit artikel te downloaden). N&M stelt dat extra stappen nodig zijn om de waterkwaliteit rond kassen te verbeteren. Volgens voorzitter Adri Bom-Lemstra van Glastuinbouw Nederland heeft de glastuinbouwsector diezelfde conclusie eerder al getrokken. Dat resulteerde in een actieplan met diverse extra maatregelen. ‘Het rapport van N&M beschouwen we dan ook als een bevestiging dat we op de goede weg zijn.’ Normoverschrijdingen nemen af Uit onderzoek van N&M blijkt dat de normoverschrijdingen afnemen. Een trend die Glastuinbouw Nederland herkent en die overeenkomt met de landelijke meetnetgegevens. ‘Waar het om de ecologische staat van het oppervlaktewater gaat, maken we wel de kanttekening dat er meer factoren zijn die deze beïnvloeden dan alleen gewasbeschermingsmiddelen’, aldus Bom-Lemstra. ‘Uit onze praktijkervaring weten we dat de duiding van aangetroffen stoffen erg lastig is’, vervolgt de Glastuinbouw Nederland-voorzitter. ‘We zien steeds meer stoffen waarvan het gebruik door de glastuinbouw onwaarschijnlijk is. Daarover zouden we graag over in gesprek gaan met N&M.’ Bedrijven certificeren Als voorbeelden van maatregelen die de glastuinbouw neemt, noemt Bom-Lemstra het actieplan ‘Waterkwaliteit in glastuinbouwgebieden’ en de projecten Watercoach, Transparante Tuinders en Waterkracht. Deze projecten vinden ook plaats in glastuinbouwgebieden waarin geen meetpunt van het landelijk meetnet is. Daarnaast onderzoekt de sector of het mogelijk is om glastuinbouwbedrijven die volledig lekdicht zijn en geen emissies naar het milieu hebben, te certificeren. Bij de uitvoering van de extra maatregelen werkt de sector nauw samen met het Platform Duurzame Glastuinbouw (PDG). Dit is een samenwerkingsverband tussen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Unie van Waterschappen, provincies, gemeenten en Glastuinbouw Nederland. Het PDG wil onder andere meer inzet op risicogestuurd toezicht en handhaving, om telers te prikkelen tot verbeteringen. Ook dat is volgens Bom-Lemstra in lijn met de aanbevelingen in het rapport van N&M. Terugdringen chemiegebruik Om lekkages van gewasbeschermingsmiddelen uit kassen aan te pakken, adviseert N&M de bron van die emissies aan te pakken en het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen af te bouwen. In haar reactie wijst Bom-Lemstra erop dat de sector fors inzet op het terugdringen van het chemiegebruik. ‘Het project Wel voegt de voorzitter van Glastuinbouw Nederland eraan toe dat haar organisatie genuanceerd kijkt naar het gebruik van chemie. ‘Een beperkte inzet kan een groot verlies van opbrengst voorkomen. Wel moeten we ervoor zorgen dat die middelen niet in het milieu terechtkomen.’ Voor een aantal ziekten en plagen is volgens Bom-Lemstra nog geen groene oplossing beschikbaar. ‘We roepen N&M daarom op om samen met ons te werken aan het sneller beschikbaar krijgen van groene middelen.’ Bron: Nieuwe Oogst #Glastuinbouw #Waterkwaliteit #Gewasbescherming #DuurzameTeelt #GroeneMiddelen #Elsman
2 april 2026
Grotere bedrijven handelen al jaren op de stroommarkt. Het einde van de salderingsregeling dwingt nu ook boeren en tuinders zich op die markt te oriënteren. Door de oorlog in Iran staat de energietransitie weer volop in de aandacht. Rondom de gemeenteraadsverkiezingen is daardoor ook de kwestie van windmolens op land weer afgestoft. Hét beeld daarbij zijn de torenhoge witte reuzen van 100 of zelfs 200 meter hoog. Die kunnen op voorhand al rekenen op verzet, omdat ze horizonvervuiling, slagschaduwen en lawaai veroorzaken. De veel kleinere windmolens op de erven van boeren en tuinders hebben ook last van dat ongunstige imago. Maar als gemeenten en provincies de juiste informatie hebben, kunnen ze er bijna niet tegen zijn, stelt Alexander Mascini van Ecoways. Dit bedrijf zet zogeheten erfmolens met een ashoogte van 15 meter neer bij vooral agrarisch ondernemers met een middelgrote energievraag. “We hebben nu zo’n 1.000 klanten, waarvan bijna 90% in Nederland. De afgelopen jaren hebben we ook heel veel zonnepanelen geïnstalleerd. En de laatste tijd is er ook veel vraag naar batterijen. Het bijzondere aan de erfmolens is dat we die helemaal zelf in Nederland produceren.” Kleinverbruikersaansluiting De combinatie van zonnepanelen, een kleine erfmolen en eventueel een batterij is vooral interessant voor boeren en tuinders met een verbruik rond 50.000 kWh per jaar. Ondernemers die met een kleinverbruikersaansluiting onder de 3×80 ampère zaten, vielen onder de salderingsregeling. Met het verdwijnen daarvan wordt het ook voor deze groep – naar schatting zo’n driekwart van alle agrarisch ondernemers in Nederland – zaak om de eigen stroomvraag en het eigen stroomaanbod zoveel mogelijk gelijk op te laten lopen. Met alleen zonne-energie heb je vaak te veel stroom en nog vaker helemaal géén stroom. Maar waaien doet het ook als de zon onder is of niet schijnt. En met een batterij erbij kun je ook zonder zon én zonder wind op eigen energie doordraaien, waardoor je minder snel dure netstroom hoeft af te nemen. Zelf kunnen sturen achter de meter is nu de grootste drijfveer bij klanten en potentiële klanten, stelt Mascini. “Als straks niemand meer kan salderen, is echt voor iedereen het gebruiken van eigen stroom het voordeligst. Ook voordeliger dan met je opgewekte stroom gaan handelen.” Onbalansmarkt zakt in Energietransitie-expert Sanne de Boer van RaboResearch valt Mascini daarin bij. Batterijen halen het zekerste rendement als je er je eigen gebruik mee kunt optimaliseren. Er winst mee kunnen maken op de onbalansmarkt, calculeerden velen bij de aanschaf van een batterij wel in. “Maar die markt is al aan het inzakken. Het is een relatief kleine markt en als steeds meer partijen er op actief worden, daalt het verdienpotentieel.” De terugverdientijd in de verkoopplaatjes van de almaar talrijker wordende batterijproducenten en -handelaren is deels gebaseerd op de jaren 2022 en 2023. Tijdens de energiecrisis aan het begin van de Oekraïne-oorlog konden hoge rendementen worden behaald met flexibel invoeden of afnemen van stroom. Maar die bieden geen garantie voor de toekomst. Dat we nu wéér met een oorlog te maken hebben die de energiemarkten op hol doet slaan, doet daar niks aan af. Subsidiemogelijkheden “Het is heel moeilijk om op voorhand een berekening los te laten op de businesscase voor een energie-installatie die 15 jaar mee moet gaan”, stelt De Boer. “Het is dus best lastig om een dergelijke installatie als los project te financieren”. Wat de terugverdientijd van bijvoorbeeld een erfmolen in elk geval bekort, is de subsidie die je erop kan krijgen. Landelijk is er de Energie-investeringsaftrek EIA en er zijn provinciale subsidies. En onder voorwaarden betaalt ook het duurzaamheidsfonds van Rabobank tot €10.000 mee op de €100.000 die zo’n windmolen inclusief vergunningsaanvraag en installatie kost. Eigen energiedata eerst Voor ondernemers die voor zichzelf hun opties op een rijtje willen zetten, is de eerste stap de eigen energiedata zo gedetailleerd mogelijk op een rijtje te zetten, stelt Jinny Soe Moe Let van Netbeheer Nederland. “Begrijp hoe je energiefacturen eruitzien.” De basis is daarbij uiteraard de energiebehoefte van het bedrijf. Hoe veel stroom is er nodig en wanneer per dag, week of maand – is er meer of minder nodig? Hoe groot is de piek aan elektriciteitsvolume die door je netaansluiting moet kunnen? En hoe vaak benaderde de afgelopen jaren jouw verbruik daadwerkelijk dat piekvolume? Slim sturen achter je meter is volgens Soe Moe Let voor zowel ondernemers als voor particulieren de eerste prioriteit. Dat verlaagt de pieken van te veel stroom tegelijk moeten invoeden naar het net én de pieken van te veel tegelijk moeten afnemen van het net. De eerste en eenvoudigste besparing kan dan al zijn dat je je aansluiting prima blijkt te kunnen verkleinen. En als je een dynamisch energiecontract hebt, kun je ook al meteen geld verdienen door te voorkomen dat je stroom moet afnemen tijdens dure uren, of stroom moet leveren tegen lage of zelfs negatieve prijzen. Een andere manier van winst pakken is dat je je ongebruikte piekvolume tegen een vergoeding beschikbaar stelt aan een buurman. Netcongestie voor zijn Dat laatste is van groot belang met het oog op de problemen die we in Nederland hebben met netcongestie. Dat is in de eerste plaats een theoretisch probleem: nieuwe bedrijven aansluiten op het net, vergroot het risico dat alle bedrijven en huishoudens bij elkaar opgeteld op één moment allemaal tegelijk hun maximale volume willen en zullen afnemen en de boel klapt. Die klap kunnen we niet alleen voorkomen door volle bak het net te verzwaren. Dat kost vele miljarden euro’s én vele jaren. Maar eerder en sneller al kunnen we het opgeteld volume van de aansluitingen beter verdelen. In de Energiewet, die sinds 1 januari de oude Gaswet en Elektriciteitswet vervangt, staat in het overzicht van alle verschillende partijen met hun verschillende rollen ook de Congestion Service Provider genoemd. Dat zijn door de overheid gecertificeerde bedrijven die flexdiensten faciliteren, naar de netbeheerder, naar de groothandelsmarkten of naar de andere leden van een groep gebruikers die besluiten achter één meter te gaan zitten. Zo’n groepscontract is al langer mogelijk, maar is best ingewikkeld. Alle leden van de groep moesten allemaal bij dezelfde energieleverancier zijn aangesloten. En in zo’n contract moet van alles vooraf waterdicht worden geregeld: kosten, baten, garanties over wie wanneer waarop recht heeft, en wie er voorrang krijgt bij een tekort aan piekcapaciteit. Van vaste contracten naar vrije keuze De mogelijkheden om onderling contractcapaciteit te delen, maar ook achter die gezamenlijke meter vraag en aanbod van stroom eerst onderling uit te wisselen en te ‘salderen’, en nog veel meer, zijn in hoofdstukken 1 en 2 van de nieuwe Energiewet al aardig op een rijtje gezet. Interessant leesvoer, waar het hoofd van de nu met vaste contracten werkende boer of tuinder wel van kan gaan duizelen. En de mogelijkheden om eigen vraag en aanbod van energie te managen worden in 2027 alleen nog maar groter. Vanwege EU-regels zitten klanten dan niet meer voor al hun diensten aan één energieleverancier vast. Energielevering als dienst wordt dan ‘ontbundeld’ met al die andere mogelijke diensten, die dan vrijelijk bij andere partijen afgenomen kunnen worden. De boer en de tuinder, maar ook de bakker en de loodgieter: elke ondernemer wordt dan óók energieondernemer. Of hij bepaalt in ieder geval samen met zijn leveranciers van energiediensten hoe het bedrijf energetisch als een zonnetje blijft draaien. En hoe de energiestromen technisch en financieel zo gunstig mogelijk door de kabels stromen. Bron: Gactueel #salderingsmaatregel #subsidie #Elsman #stroommarkt #energie #netcongestie
Bekijk meer