Marge-onderzoek Agro-Nutri Monitor: wat kunnen telers ermee?

Sommige biologische en duurzame groenten en fruit zijn verliesgevend voor supermarkten. Toch blijkt uit de Agro-Nutri Monitor niet direct een scheve margeverdeling.

Sommige biologische en duurzame groenten- en fruitsoorten zijn verliesgevend voor supermarkten. Toch blijkt uit de Agro-Nutri Monitor niet direct een scheve margeverdeling.

In opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) onderzocht Wageningen Social & Economic Research verkoop- en prijsgegevens tot 2024. De onderzoekers stellen in de Agro-Nutri Monitor 2025 dat supermarkten meer verlies maken op appels met een duurzaamheidskeurmerk als PlanetProof (-4% nettomarge) dan op biologische appels (-2% nettomarge). Bij sperziebonen is de nettomarge -6% voor product met een duurzaam keurmerk (als PlanetProof) en -25% voor biologische bonen.

Op biologische tomaat verliest de supermarkt gemiddeld 1%. Een tomaat met een ander duurzaamheidskeurmerk levert een marge van 1% op. De nettomarge voor telers van deze producten konden de onderzoekers niet berekenen. Bij bewerkte producten als biologische appelsap (7%) en verwerkte sperziebonen (17%) maken supermarkten wel winst.

Ruimte voor meerprijs?
De cijfers zijn opvallend. Over de meerprijs voor PlanetProof loopt al enige tijd een discussie. Veel telers vinden dat ze nu niet worden gecompenseerd voor hun meerkosten. Uit deze gegevens zou je kunnen opmaken dat er weinig ruimte is voor een vergoeding van supermarkten.

Een verklaring voor de uitkomsten van duurzame keurmerken kan zijn dat bij de margeberekening ook Beter voor Natuur en Boer is meegenomen. Daarvoor wordt een volledige meerprijs betaald. Volgens Albert Heijn wordt deze niet doorberekend aan klanten.

Een andere verklaring is het type product voor dit onderzoek. Tomaat, appel en sperziebonen zijn mogelijk geen gemiddelde AGF-producten. Bij tomaat en appel wordt de prijs laag gehouden, omdat het klantentrekkers zijn. Bij sperziebonen is relatief veel uitval, maar een winkelketen moet ze wel in het assortiment houden.

De onderzoekers zien dat bij de tuinbouwproducten in dit onderzoek circa de helft van de verkoopprijs aan telers wordt betaald. Supermarkten houden een derde en de rest is voor de groothandel. De kosten zorgen ervoor dat supermarkten er dus geen winst op maken.

ACM concludeert dat voor een deel van de biologische telers (zuivel, vlees en akkerbouw) de rentabiliteit is afgenomen. Dat is voor AGF-producten niet geconstateerd. De autoriteit doet een aantal aanbevelingen om de positie van telers te versterken. De meeste aanbevelingen deed ACM al eerder, zoals de btw-verlaging voor biologische producten. Daarbij komt nu ook de mogelijkheid voor afzetorganisaties om krachten te bundelen in een unie, een Tupo.

Eerder werd bekend dat The Greenery en BelOrta in zo’n samenwerking stappen. Ze richtten een organisatie op voor die internationale samenwerking. FreshAlliance heet de organisatie die de Vlaamse overheid moet erkennen als een transnationale unie van producentenorganisaties (Tupo). BelOrta zit zelf in een unie met andere Belgische veilingen voor bemiddeling (Lava). Het is daarbij te verwachten dat beide organisaties hun eigen afzet houden. De telers van The Greenery hebben net een nieuw verkoopbijdragemodel met volledige transparantie in kosten.

Appelexport daalt; loont schaalvergroting?
Het resultaat van kleine appelbedrijven ligt €0,05 per kilo boven dat van grote bedrijven. Uit de berekening voor de Agro-Nutri Monitor blijkt dat grote bedrijven naar verhouding meer kosten aan personeel maken. Dat scheelt €0,06 per kilo. Ditzelfde geldt ook voor overige kosten. Grote bedrijven behalen wel schaalvoordelen op berekende arbeid en rente en hebben ook een hogere opbrengst. Dat maakt de kostenvoordelen van kleine bedrijven echter niet goed.

In een enquête blijkt dat telers die via een veiling of telersvereniging hun appels afzetten vaker vinden dat zij geen hogere prijs voor appels onder keurmerk ontvangen. Bij de groothandel en overige kanalen (supermarkten, verwerking) geven zij vaker aan een meerprijs te krijgen, al is het aantal telers in de enquête klein.

Duurzame appels goedkoper dan import
De consument betaalt voor biologische appels een meerprijs van 66%. Voor appels met een duurzaamheidskeurmerk betaalt de consument geen meerprijs. Deze zijn 12% goedkoper dan gangbare. Vaak gaat dat om import. De standaard Nederlandse appels (Elstar, Jonagold) worden relatief goedkoop verkocht, ook om klanten te trekken.

In de afgelopen drie jaar steeg de kostprijs voor biologische verse appels met zo’n €0,25 per kilo en die van reguliere appels met €0,13 per kilo.

De consumentenprijzen van appels blijven relatief laag in de inflatiegolf, maar stegen wel in 2024.

Hoe zit appelmarkt eruit?
Nederland telde in 2024 zo’n 930 appeltelers, waarvan er 76 biologisch teelden (8,2%). Het biologisch areaal is 5,1% (270 van 5.300 hectare).

In 2024 had circa een derde van de Nederlandse telers een On the way to PlanetProof-keurmerk (3.264 hectare) en 61 telers een Beter voor Natuur en Boer-keurmerk.

De export van verse appels is in de periode 2020-2023 afgenomen van €285 miljoen tot €225 miljoen, voornamelijk re-export. Bijna alle in Nederland geteelde appels worden op de Nederlandse afzetmarkt verkocht.

Concentratie tomatenmarkt valt op
Nederland telde in 2024 nog 220 tomatenbedrijven in Nederland, zo staat in de Agro-Nutri Monitor 2025. Daarvan hebben 92 bedrijven het On the Way to PlanetProof-keurmerk. Het marktaandeel van de grootste vier bedrijven in de productie is door fusies sterk toegenomen, van circa 25% in 2020 tot 37% nu. In dat jaar fuseerden twee van de grootste teeltbedrijven: Agro Care en Combivliet in Middenmeer. Zij hebben samen circa 500 hectare tomaten.

De concentratie bij telersverenigingen is groot en stabiel. De vier grootste telersverenigingen vertegenwoordigen circa 70% van het areaal. Dat zijn Harvest House, Oxin Growers, Growers United en The Greenery. Er zijn 15 tot 20 bedrijven die leveren aan de Nederlandse supermarktketens. Dit zijn groothandelaren, telersverenigingen of soms telers.

Lees ook: Top 10 tomatenbedrijven beteelt helft van areaal Nederland
De tomatenproductie in Nederland kromp tussen 2020 en 2023 van 910 miljoen kilo naar 726 kilo per jaar. In 2024 groeide de productie tot 829 miljoen kilo, dankzij normalisering van de gasprijs.

Het areaal tomaten in Nederland bestaat voor 53% uit trostomaten, voor 28% uit cherrytomaten en voor 19% uit losse tomaten. De importwaarde van tomaten is in de periode 2020 tot 2024 toegenomen van bijna €300 miljoen tot bijna €500 miljoen.

Het areaal biologische tomaten (23 hectare) is beperkt en krimpt. 37 gemiddeld kleine bedrijven telen biologisch. De productie hiervan was circa 7,6 miljoen kilo in 2024, circa een kwart minder dan in 2020.

Eisen dominanter, prijzen lopen op
Bedrijven zien duurzaamheidskeurmerken niet meer als echte instrumenten voor verduurzaming, maar als ‘license to deliver’ en als administratieve rompslomp. Wettelijke eisen en convenanten zijn een grotere motor voor verduurzaming zoals de Kaderrichtlijn Water, energieneutraal telen per 2040 en chemievrije teelt. Bij dat laatste doel zet ook de sector zelf flinke stappen.

In 2024 ontvingen tomatentelers die produceerden voor het programma Beter voor Natuur en Boer €0,01 per kilo als vergoeding voor de meerkosten. Telers met een On the way to PlanetProof-keurmerk overwegen te stoppen met het keurmerk, tenzij ze een vergoeding voor de meerkosten krijgen.

De nettomarge op gangbare tomaten voor telers en de supermarkt is relatief groot. De onderzoekers noemen de merktomaten gangbaar, omdat supermarkten die zonder duurzaamheidskeurmerk met een hoge nettomarge verkopen.

De consumentenprijs van tomaten met een keurmerk (niet bio) is in de periode 2021 tot 2024 toegenomen van € 2,80 tot € 3,90 per kilo. Dat is een stijging van €1,10 per kilo. De prijs van biologische tomaten is met €0,30 per kilo toegenomen en die van gangbare tomaten met €0,55 per kilo, blijkt uit het onderzoek voor de Agro-Nutri Monitor. Daarmee is de prijsafstand tot biologische tomaten verkleind.

Markt sperziebonen groeit
In 2024 bedroeg de import van verse bonen € 150 miljoen en de export € 100 miljoen. In tien jaar is de markt bijna verdubbeld met meer grote spelers op die markt. Een aantal telers heeft belangen in Zuid-Europese bedrijven om zo jaarrond te kunnen leveren en kennis te delen.

De Nederlandse klant koopt naar schatting voor € 75 miljoen aan verse sperziebonen bij de supermarkt, waarvan 1% biologisch en 24% met een duurzaam keurmerk. Consumenten geven € 25 miljoen per jaar uit aan verwerkte sperziebonen.

De markt voor verse biologische Nederlandse sperziebonen staat onder druk, omdat klanten die zuiniger zijn met uitgaven door inflatie en het grote aanbod. Ook op de exportmarkt speelt dit en is de concurrentie toegenomen.

In 2024 produceerden telers meer sperziebonen dankzij goede teeltomstandigheden. Ook bouwden verwerkers meer voorraad op. Dat leidde in 2025 tot een correctie in prijs en volume.

De inkoopprijs van sperziebonen met een keurmerk is €0,40 lager dan voor gangbare bonen. Sperziebonen met een keurmerk komen tijdens het hoogseizoen uit Nederland, gangbare komen het gehele jaar uit het buitenland.

Het onderscheid tussen biologische sperziebonen en bonen met een keurmerk wordt kleiner dankzij duurzamere teeltwijzen en middelen.

Hoe ziet sperziebonenmarkt eruit?
650 tuinders verbouwen sperziebonen in de open grond. Zij telen op in totaal 4.420 hectare. Sinds 2015 verdubbelde het aantal telers en het areaal. Er zijn meer telers gecertificeerd voor biologisch (94 telers) dan voor keurmerken als PlanetProof (27 telers) of Beter voor Natuur en Boer (8 telers).

10 tot 15 Nederlandse, Belgische, Duitse en Franse bedrijven leveren verwerkte sperziebonen aan Nederlandse supermarkten. De vier grootste hebben een marktaandeel van meer dan 90%. Areaal en productie nemen toe, omdat veehouders gesubsidieerd omschakelen naar vollegrondgroenteteelt.

Bron: Gfactueel





#AgroNutriMonitor #DuurzameLandbouw #PlanetProof #Biologisch #Voedselketen #Supermarkten #Telers #Landbouw #Voedseltransitie #Agf #Tomaten #Appels #Sperziebonen #WageningenUR #ACM #Duurzaamheid #Boeren #Retail #KetenTransparantie #Meerprijs


5 februari 2026
Landbouwminister Femke Wiersma kan telers niet uitsluiten van een nieuwe vrijstelling, als zij zich niet aan de voorwaarden houden bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die bij uitzondering tijdelijk zijn toegelaten. De Tweede Kamer praat volgende week met de minister over gewasbescherming. De minister kan, als daartoe landbouwkundige noodzaak bestaat, het gebruik van niet-toegelaten middelen bij wijze van uitzondering tijdelijk toestaan. Van die mogelijkheid is onder andere gebruik gemaakt bij de tijdelijke toelating van bestrijdingsmiddelen Exirel en Tracer tegen de Suzuki-fruitvlieg in de kersenteelt. Bij een inspectie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit bleek dat van de 30 gecontroleerde telers zich er 23 niet aan de regels hielden. Lees ook: NFO wil gesprek over lage naleving eisen Tracer en Exirel Juridische en praktische bezwaren De minister zegt in een brief aan de Tweede Kamer dat ze in samenspraak met de NVWA tot de conclusie is gekomen dat er “zowel juridische als praktische bezwaren zijn om telers die in overtreding gegaan zijn uit te sluiten in het daaropvolgende jaar”. De minister sprak vorig jaar mei haar zorg uit over het feit dat veel telers zich niet houden aan de voorschriften die gelden bij een vrijstelling. Daarmee brengen die telers ook de vrijstelling van hun collega’s in gevaar. De minister vindt dat het niet zover moet komen dat zij geen vrijstelling meer kan verlenen, omdat daar veel weerstand tegen is. Zij sprak haar teleurstelling uit dat de naleving niet op orde is. De minister zegt dat ze overtreders van de voorschriften niet kan uitsluiten van de ontheffing in een volgend jaar. Maar ze gaat wel kijken naar de mogelijkheid om boetes te verhogen en de gecontroleerde distributie van de betrokken middelen te verbeteren. Provinciale handhaving De minister overlegt met provincies naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak over de vergunningplicht (natuurvergunning) bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De minister heeft Wageningen Universiteit gevraagd onderzoek te doen. De universiteit zal onder andere inventariseren wat we weten over de aanwezigheid van chemische gewasbeschermingsmiddelen in Natura 2000-gebieden en welke maatregelen kunnen zorgen voor een vermindering van de emissie naar natuurgebieden. De minister zegt overleg te voeren met de landbouwsector over de gevolgen van de rechterlijke uitspraak. Bron: Gfactueel #gewasbescherming #NVWA #vrijstelling #naleving #Natura2000
Bekijk meer
5 februari 2026
Landbouwminister Femke Wiersma kan telers niet uitsluiten van een nieuwe vrijstelling, als zij zich niet aan de voorwaarden houden bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die bij uitzondering tijdelijk zijn toegelaten. De Tweede Kamer praat volgende week met de minister over gewasbescherming. De minister kan, als daartoe landbouwkundige noodzaak bestaat, het gebruik van niet-toegelaten middelen bij wijze van uitzondering tijdelijk toestaan. Van die mogelijkheid is onder andere gebruik gemaakt bij de tijdelijke toelating van bestrijdingsmiddelen Exirel en Tracer tegen de Suzuki-fruitvlieg in de kersenteelt. Bij een inspectie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit bleek dat van de 30 gecontroleerde telers zich er 23 niet aan de regels hielden. Lees ook: NFO wil gesprek over lage naleving eisen Tracer en Exirel Juridische en praktische bezwaren De minister zegt in een brief aan de Tweede Kamer dat ze in samenspraak met de NVWA tot de conclusie is gekomen dat er “zowel juridische als praktische bezwaren zijn om telers die in overtreding gegaan zijn uit te sluiten in het daaropvolgende jaar”. De minister sprak vorig jaar mei haar zorg uit over het feit dat veel telers zich niet houden aan de voorschriften die gelden bij een vrijstelling. Daarmee brengen die telers ook de vrijstelling van hun collega’s in gevaar. De minister vindt dat het niet zover moet komen dat zij geen vrijstelling meer kan verlenen, omdat daar veel weerstand tegen is. Zij sprak haar teleurstelling uit dat de naleving niet op orde is. De minister zegt dat ze overtreders van de voorschriften niet kan uitsluiten van de ontheffing in een volgend jaar. Maar ze gaat wel kijken naar de mogelijkheid om boetes te verhogen en de gecontroleerde distributie van de betrokken middelen te verbeteren. Provinciale handhaving De minister overlegt met provincies naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak over de vergunningplicht (natuurvergunning) bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De minister heeft Wageningen Universiteit gevraagd onderzoek te doen. De universiteit zal onder andere inventariseren wat we weten over de aanwezigheid van chemische gewasbeschermingsmiddelen in Natura 2000-gebieden en welke maatregelen kunnen zorgen voor een vermindering van de emissie naar natuurgebieden. De minister zegt overleg te voeren met de landbouwsector over de gevolgen van de rechterlijke uitspraak. Bron: Gfactueel #gewasbescherming #NVWA #vrijstelling #naleving #Natura2000
29 januari 2026
Contractonderhandelingen tussen telers en supermarkten zijn dit jaar complexer dan ooit. Dat komt door kostenstijgingen, tenderdruk, strengere duurzaamheids­eisen en onzekerheid over middelen. Telers moeten hun strategie aanscherpen en zich goed voorbereiden op stevige discussies. Wat is de temperatuur van de lopende contractonderhandelingen tussen supermarkten en AGF-leveranciers? De signalen lijken te duiden op een lastige ronde. Maar er zijn twee manieren om hiernaar te kijken. Je kan zeggen business as usual: Er zijn altijd schermutselingen over prijs. Een aantal productgroepen heeft goede jaren gehad en die prijzen lijken nu naar beneden te gaan. Het past in een cyclus die al jaren aan de gang is. En als partijen er belang bij hebben, wakkeren ze de discussie aan. LTO deed dat door twee inkooporganisaties openlijk te betichten van misbruik van marktmacht. Ze zouden te hard inkopen door leveranciers tegen elkaar uit te spelen met tenders in vooral paddenstoelen. Ook bij AGF speelt deze inkoopwijze soms. Meerkostenvergoeding Er is ook een andere manier om naar de actualiteit te kijken. Er zijn buitengewone zaken aan de hand. De discussie over de meerkostenvergoeding van On the Way to PlanetProof loopt dwars door de onderhandelingen. Zo zijn eind december nog de meerkosten berekend voor de nieuwe teelteisen van 2026. Die stijgen voor sommige producten fors. Telers nemen deze berekening mee naar de onderhandelingstafel. Leveranciers zoeken vastigheid Een andere buitengewone zaak bij de onderhandelingen dit jaar is de zeer zwakke vrije markt afgelopen jaar bij verschillende producten. Contractprijsverhogingen zijn dan lastig en meer leveranciers zoeken vastigheid. Inkopers zijn dan in het voordeel om partijen uit te spelen. Ook gewasbeschermingsmiddelen zullen met stip een buitengewoon onderwerp zijn aan de onderhandelingstafel. Komend jaar kan voor teelten een drama worden als er geen noodoplossing komt of als teeltrisico’s niet in de contracten worden opgevangen. Verder verwacht koepel Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL) dat het onderwerp kostenstijgingen nog lang niet weg is. Directeur Marc Jansen: “Veel bedrijven hebben het moeilijk door grote kostenstijgingen. Er lijkt een beetje een einde te komen aan het voor lief nemen van hogere kosten. De druk aan de consumentenkant neemt toe, terwijl de druk aan de aanvoerkant niet afneemt. De politiek doet er ook aan mee, dus de squeeze die je ziet, die zal komende tijd nog toenemen schat ik in.” Zonder goed verhaal over de toegevoegde waarde, wordt het een harde strijd Scherp inkopen Dat zijn dan vertragingseffecten van kostenstijgingen die bij retail gaan komen. Jansen: “Die gaat misschien reorganiseren. Als 80% van je kosten inkoopkosten zijn, is het niet onlogisch om te kijken of je daar rationaliteit in kunt brengen. Als je dan als leverancier niet een goed verhaal hebt om de toegevoegde waarde van je product in beeld te brengen, dan wordt het een harde strijd, vermoedelijk ook voor producten binnen AGF.” Het ontstaan van inkoopclub Everest Fresh is zo’n voorbeeld. Het bedrijf koopt voor Jumbo en een reeks andere internationale partijen scherp in sinds 2024. LTO vreest dat de focus op Nederlandse inkoop zo verwatert. Met deze buitengewone ingrediënten lijken de contractonderhandelingen voor dit jaar lastiger dan normaal en zeker niet business as usual. Kritiek op inkooporganisaties LTO heeft Everest Fresh en Superunie bekritiseerd op hun inkoopbeleid. Bij inkooporganisatie Superunie mochten we een interview komen doen, maar de organisatie verbood de voorgelegde tekst te publiceren in Groenten & Fruit. Dat lijkt te komen door die LTO-kritiek. Die gaat dus over tenderen bij inkoop, het leveranciers laten inschrijven op orders. De Duitse supermarktketen Edeka, moeder van Everest Fresh, erkent dat ze voor sommige AGF-producten deze inkoopwijze hanteert, maar voor veel producten ook juist lange termijnrelaties met telers heeft die ze koestert. Dat laatste is ook de reactie van Jumbo. Everest Fresh koopt voor Jumbo in, maar de Nederlandse winkelketen bepaalt bij wie dat gebeurt. De focus op eerlijke contracten met Nederlandse telers blijft, stelt Jumbo. Lees ook: Edeka en Jumbo begrijpen kritiek op inkoopkantoor Everest Fresh niet Kostenstijging telers gaat verder Ondertussen lopen gesprekken voor seizoen 2026. Afzetorganisatie Oxin Growers onderhandelt namens haar telers met de kopers. Oxin Growers wijst erop dat de kostenstijgingen van de telers gewoon doorgaan, zeker voor personeel, waar de minimumloonstijging stevig wordt gevoeld. “Het blijft heel moeilijk om de compensatie daarvoor afgesproken te krijgen”, zegt directielid Ton van Dalen. “Op de markt is er toch weer discussie, wij willen de kostprijsstijging doorvoeren zoals elk jaar. Retail zegt dat de marges bij hun ook niet zo dik zijn. Zij hebben ook kostenstijgingen. Zo ontstaat weer een heel commercieel proces.” Een aantal producten had een bijzonder zwakke afzet in 2025. Is het voor deze producten met name lastiger prijsstijgingen door te voeren? Van Dalen: “De relatie met de prijsvorming afgelopen seizoen is er wel degelijk. Het is toch lastiger om bijvoorbeeld voor paprika op een hoger prijsniveau te komen dan voor broccoli. Dit jaar was een productiejaar voor groenten en fruit. Dat zag je terug op de dagmarkt. Dat maakt het hele onderhandelingsproces lastiger.” Zelfde proces, data belangrijker Het commerciële proces draait erom dat retail het beste product wil voor de laagst mogelijke prijs. Afzetorganisaties hebben tot doel een zo hoog mogelijke prijs voor leden te halen. Dat gaat altijd via contracten met een bepaalde termijn. Daarin is de kostprijs wel belangrijk. Vaak schommelt de prijs dan binnen een venster of bandbreedte. Per product verschillen de contractvormen. Over het verloop van de contractonderhandelingen doet afzetorganisatie voor glasgroenten Harvest House geen uitspraken. In zijn algemeenheid zegt directeur Jelte van Kammen dat de onderhandelingen al dertig jaar op dezelfde manier gaan. “Je kijkt met je telers naar de kostprijsstijgingen en naar het areaal en gaat dan het gesprek aan voor het nieuwe seizoen. Het grootste deel van de contracten is op basis van week- of dagprijzen. Ik schat dat 10% maar gaat om jaarprijzen. Er worden wel jaarvolumes afgesproken.” Hoe wordt de weekprijs vastgesteld? Het is een systeem met verschillende criteria en noteringen. Dat is te concurrerend om verder over te praten met media, stelt hij. Later voegt hij daaraan toe dat er in die dertig jaar natuurlijk wel veranderingen zijn. “Voor het maken van afspraken met afnemers werken we steeds meer met data en AI om onze prognoses te optimaliseren en beter af te stemmen op de marktvraag.” Tendens naar langere afspraken Coert Bregman en Gerben Jukema zijn onderzoekers bij Wageningen Social & Economic Research (WSER). Deze organisatie rekent aan de inkomensramingen voor diverse bedrijfstypen. Daarin komt de afzetvorm enigszins terug. Zo schrijft WSER dat de prijsafspraken in 2025 over de volumes die geoogst zijn (boven de gecontracteerde volumes) belangrijk zijn geweest voor het rendement in de vollegrond. Beide hebben geregeld contact met bedrijven die vertellen over hun contractvorm. Ze horen dat contractgesprekken lastiger zijn dit jaar. Het is lastig om de vollegrondsteelt en kassenteelt te vergelijken. Bij vollegrond gaat vrijwel het hele volume naar binnenlandse partijen. Glasgroenten gaan naar verschillende landen en afnemers. Contracttermijnen voor vollegrondsgroenten vallen dan vaker samen met oogsttermijnen. Contractprijzen voor glasgroenten zijn in Duitsland vaak op weekbasis, maar Jukema ziet ook een tendens naar prijzen voor langere perioden, maar dit hangt af van afzetland en afnemer. Voor de exportmarkten is Duitsland natuurlijk de grootste. Hier is de weektermijn dominant en wordt er getenderd. Vaak is het een mengvorm. “In de winter kan het ook wel een langdurigere afspraak worden. Het is ook wel een mix. De ene partij houdt van vastigheid en de andere speelt in op de open markt.” Meer afzetpartijen vollegrondsgroenten Bij vollegrond zijn er meer afzetpartijen, weet Coert Bregman. Hij verwacht dan ook meer verschillen tussen contracten. Bij bijvoorbeeld sluitkool is de afzet vooral op contract met een beperkt deel vrije markt. Hij schat dat voor deze producten 50 tot 70% in contract is vastgelegd. Daarvan schommelt de prijs de kostprijs. Gaat die omhoog? Bregman: “Ik ben benieuwd wat het gaat worden. We zitten nu in de periode van die contractbesprekingen. Komt er nog toevallig een ontheffing voor een gewasbeschermingsmiddel als het onmisbaar is? Dat zou de leveringszekerheid verbeteren. Er is ook een kans dat de kwaliteit beter gaat worden betaald. Dus het kan alle kanten op, zoals het verruimen van de specificaties door supermarktketens.” Mestafzet van veebedrijven zal in die gesprekken geen rol spelen, maar kan een grotere inkomstenbron worden komende jaren, denkt WSER. Afspraken met supermarkten Nog geen drie jaar geleden waren supermarkten en teelt dicht bij een landbouwakkoord om samen de duurzaamheidstransitie door te maken. Het klappen van dat akkoord heeft niet veel veranderd, denk Jansen (CBL). Supermarkten willen die langjarige samenwerking en er ook voor betalen. “Het landbouwakkoord is niet geklapt op markt en keten. Hoofdstuk 3 staat nog steeds voor ons als uitgangspunt: dat we samen de transitie doormaken, dat we ketens sterk maken. De telers die voor specifieke ketens of formules produceren moet je dan kennen en er langetermijnafspraken mee maken. Dat zie ik in PlanetProof en Beter voor Natuur en Boer wel doorgezet.” Supermarkten willen meerkosten wel betalen, zegt Jansen. Er is wel een ‘maar’. “Het moet goed worden berekend. Dan wil je zeker weten dat de vergoeding van de kosten terechtkomt bij ondernemers die de kosten maken. Als te weinig partijen in de export bereid zijn om dat op te hoesten, dan verwatert die meerprijs in het productievolume van een teler als die ook exporteert (waar geen meerkosten worden betaald, red.). Dan krijg je van twee kanten frustratie.” Bron: Gfactueel #Contractonderhandelingen #AgriFood #Duurzaamheid #Ketensamenwerking # V oedselketen
20 januari 2026
Ongeveer een op de vijf veelgebruikte gewasbeschermingsmiddelen bevat PFAS. Ctgb gaat middelen met deze chemische, bijna niet-afbreekbare stoffen opnieuw bekijken. Wat zijn PFAS en wat betekenen ze voor gewasbescherming in de tuinbouw? 11 vragen en antwoorden over PFAS. 1. Wat zijn PFAS? PFAS is een verzamelnaam voor duizenden chemische stoffen die zeer stabiel zijn en bijna niet afbreken in het milieu. De bekendste toepassingen zijn anti-aanbakpannen, textiel en brandblusschuim. Minder bekend, maar wat de laatste tijd steeds meer aandacht krijgt, is dat sommige moderne gewasbeschermingsmiddelen ook fluorhoudende groepen bevatten die tot de PFAS-familie worden gerekend, of die bij afbraak PFAS-achtige stoffen vormen. Daarom is PFAS nu een onderwerp in de gewasbescherming. 2. Hoeveel gewasbeschermingsmiddelen bevatten PFAS? CLM Onderzoek & Advies heeft vastgesteld dat 25 toegelaten werkzame stoffen een PFAS-verbinding zijn. Ook drie hulpstoffen zijn geclassificeerd als PFAS-verbinding. In totaal zijn er 115 middelen op de markt die PFAS bevatten. Het gaat vooral om fungiciden en herbiciden. Het rapport meldt dat de lijst niet volledig is, omdat fabrikanten niet de hele samenstelling hoeven te melden. Het aandeel PFAS-middelen in het totale middelengebruik is de laatste jaren gestegen. 3. Waarom zitten PFAS in die middelen? Meestal is dat als actieve stof. Fluor heeft een heleboel positieve eigenschappen. Het maakt dat de middelen stabieler zijn, dus minder snel worden afgebroken door zonlicht of door enzymen in de plant. Het zorgt er ook voor dat een middel makkelijker door een celwand kan dringen. Door de fluor zijn de middelen biologisch actiever tegen schimmels en bacteriën, terwijl het geen effect heeft op de plant. Dit maakt lagere doseringen mogelijk. Soms worden PFAS toegevoegd als hulpstof, zoals een stabilisator of uitvloeier. Niet alle gewasbeschermingsmiddelen met fluor zijn PFAS-houdend. Het gaat om organische fluorverbindingen met minstens één perfluoralkylketen. 4. Waarom waren PFAS niet eerder een issue? Chemisch gezien is het logisch om fluor in pesticiden te gebruiken, vanwege de stabiliteit en werkzaamheid. Dit wordt al decennialang gedaan, en tot voor kort beschouwd als veilig – buiten toxicologen, die er al langer voor waarschuwen. Ook het afbraakproduct TFA werd niet breed gezien als een probleem, mede omdat er weinig bekend is over de effecten. Gewasbeschermingsmiddelen zijn daarom nooit beoordeeld op de aanwezigheid van PFAS. Zonder wettelijke grondslag kunnen PFAS-componenten niet worden geweigerd, laat de Nederlandse toelatingsinstantie Ctgb weten. CLM dringt erop aan om PFAS mee te nemen bij de beoordeling. 5. Welk risico vormt PFAS? Grote PFAS kunnen zich ophopen in het bloed en in organen zoals de lever. Daar kunnen ze effect hebben op het immuunsysteem. Mensen maken minder afweerstoffen aan na een vaccinatie en worden vatbaarder voor ziekten. Deze effecten treden zelfs op bij een lage maar langdurige blootstelling. Mogelijk is er ook een grotere kans op auto-immuunziekten, kanker en schade aan de lever. PFAS is onlangs op de lijst Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) gezet. Dat betekent onder meer dat bedrijven de emissie zo ver mogelijk naar nul moeten brengen. De Arbeidsinspectie schrijft dat 77% van de tuinbouwbedrijven niet weet in welke gewasbeschermingsmiddelen PFAS zitten. ‘Alle werkgevers die zijn bezocht werken met gewasbeschermingsmiddelen met PFAS, dus zij zouden dit in een RI&E en een plan van aanpak moeten opnemen.’ Een ander punt is dat bij de afbraak van PFAS trifluorazijnzuur (TFA) over blijft. 6. Wat is er mis met ­­trifluorazijnzuur (TFA)? TFA is zelf ook een PFAS, maar het heeft een ander risicoprofiel dan de bekende PFAS die bestaan uit lange ketens, zoals PFOS en PFOA. Het is een klein molecuul dat makkelijk uitspoelt naar het grondwater en nagenoeg niet afbreekt. Deense onderzoekers hebben aangetoond dat de concentratie TFA in landbouwgebieden duidelijk stijgt. De stof wordt aangetroffen in grondwaterbeschermingsgebieden, ook in Nederland, weliswaar nog in lage concentraties, maar het neemt toe zolang er gewasbeschermingsmiddelen met PFAS worden gebruikt. Het molecuul is vrijwel niet uit het drinkwater te verwijderen. Toxiciteitsstudies bij zoogdieren duiden op effecten op de voortplanting en ontwikkeling bij zoogdieren en mensen. Duitsland wil dat TFA officieel wordt aangemerkt als ’mogelijk schadelijk voor de voortplanting’. Drinkwaterbedrijven willen dan ook liever gisteren dan vandaag een verbod. 7. Welke gewasbeschermingsmiddelen kunnen TFA vormen? Daar bestaat een lijst met stoffen van, die is gebruikt voor het CLM-onderzoek en in het advies naar de minister. In elk geval geldt het voor een grote groep van tien moderne fungiciden, acht herbiciden en acht insecticiden met fluorgroepen in het molecuul. In de sierteelt worden deze middelen gebruikt in bollenteelten en in kasteelten als roos, gerbera, chrysant, lisianthus, anthurium, pot- en perkplanten. 8. Hoe belangrijk zijn deze middelen? Ze zijn vooral belangrijk voor de bestrijding van botrytis. Met name in uien, aardappelen en granen worden ze in grote hoeveelheden toegepast. Maar ze worden ook in teelten onder glas gebruikt. Hier is de druk van botrytis, meeldauw en roest hoog, door de hoge rv, weinig luchtbeweging en een dicht gewas. Veel telers gebruiken fluopyram en strobilurines als ruggengraat in hun spuitschema, omdat ze een brede werking en een betrouwbare effectiviteit hebben. Het wegvallen van deze stoffen kan directe gevolgen hebben voor de teeltzekerheid. In de buitenteelten worden deze middelen vooral gebruikt tegen roest en bladvlekken. Voor de bollensector zijn fludioxonil-producten belangrijk voor wondbehandeling en bewaring. Daar zijn weinig alternatieven voor. 9. Zijn er alternatieven als middelen met PFAS verdwijnen? De chemische alternatieven zijn beperkt. De meeste moderne contactmiddelen zijn al eerder van de markt verdwenen. Er zijn nog triazolen (DMI’s), enkele SDHI’s die de energiehuishouding van schimmels blokkeren, maar die zijn smaller in werking en gevoelig voor resistentie. Zoals bij elke nieuwe wetgeving die eraan komt zouden telers alvast kunnen kijken hoe ze schimmelziekten zonder PFAS-houdende middelen kunnen bestrijden. Ze zullen meer gebruik moeten gaan maken van biologische middelen (Bacillus, Trichoderma), luchtbeweging, ontvochtiging, hygiëne en schoon plantmateriaal. Vooral de bestrijding van botrytis blijft een aandachtspunt. 10. Denemarken heeft toelatingen van PFAS-houdende middelen ingetrokken. Hoe ver staat dat? Het Danish Environmental Protection Agency (DEPA) heeft de goedkeuring ingetrokken van 23 middelen, op basis van zes actieve stoffen. Er komen overgangstermijnen van enkele maanden tot ruim een jaar. Daarnaast werkt Denemarken nog aan de herbeoordeling van minstens tien andere middelen. Dit is het meest vooruitstrevende beleid in Europa. 11. Kan Nederland dit Deense besluit overnemen? Niet zonder meer. De Deense situatie is niet een-op-een te vertalen naar Nederland. In Nederland zijn bijvoorbeeld ­­andere bodemtypen en grondwaterstanden, meer glastuinbouw, en een ander toelatingskader. Het Ctgb heeft wel besloten om 46 gewasbeschermingsmiddelen die PFAS bevatten tussentijds opnieuw te beoordelen. Het gaat om alle toegelaten middelen op basis van de werkzame stoffen fluopyram, fluazinam, diflufenican, mefentrifluconazol, tau-fluvalinaat en fluazifop-P-butyl. Eerder pleitte het Ctgb al voor versnelling van de herbeoordeling van stoffen in Europa. Maar de toelatingsinstantie vindt het niet verantwoord om het Europese proces af te wachten. Net als de andere Europese landen die voor een herbeoordeling kozen – Noorwegen en Zweden – wil het Ctgb uiterlijk 30 april 2028 alle besluiten nemen. Omdat dit grote gevolgen kan hebben voor de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen, adviseert het Ctgb aan de minister van LVVN om de gevolgen voor de land- en tuinbouw te laten onderzoeken. Daarbij zou aandacht moeten zijn voor alternatieven voor middelen die mogelijk wegvallen. Bron: Gfactueel #PFAS #Gewasbescherming #Tuinbouw #DuurzameLandbouw #Ctgb
Bekijk meer