Strijd over kosten huisvesting arbeidsmigranten
Huisvesting van arbeidsmigranten drukt op de Cao Glastuinbouw: er is discussie over inhouding en partijen willen meer rijksregie.

De huisvesters van arbeidsmigranten verenigen zich. Zo laten ze overheid en maatschappij zien dat dit dossier in het teken kan staan van professionalisering en niet van overlast en misstanden. Ondertussen steggelen bonden en werkgevers in de tuinbouw aan de cao-tafel over waar de lasten en de lusten van huisvesting moeten landen.
Vakbond CNV schuift dit jaar Julita Palinska naar voren als eerste onderhandelaar. De Poolse kent de uitzendsector en de tuinbouw goed. Al sinds 2003 is ze in Nederland. Haar loopbaan bij diverse uitzendbureaus als recruiter en unit manager gaf haar inkijkjes in meer sectoren. De laatste paar jaar – voor haar overstap naar CNV – werkte ze bij een bureau in Berkel en Rodenrijs, met veel klanten in de glastuinbouw.
Bij dat laatste uitzendbureau waren de zaken wel het beste geregeld”, zegt ze, “maar in al die jaren heb ik ook wel veel zaken voorbij zien komen die op het randje waren of eroverheen. Daarom ben ik bij de vakbond gaan werken. Als medewerker bij uitzendbureaus kon ik arbeidsmigranten goed van dienst zijn, maar bij de CNV nog beter.”
De data die de bonden verzamelen over discutabele loondossiers bevestigen Palinska’s gevoel dat het bij uitzendbureaus regelmatig verkeerd gaat. “Bij 95% van de uitzenddossiers die we analyseren, komt er een loonvordering uitrollen. Bij mensen die direct in dienst zijn bij het bedrijf waar ze ook daadwerkelijk aan het werk zijn, is dat slechts 5 tot 10%.”
Glastuinbouw: grijs gebied tussen uitzend en vast
Juist in de glastuinbouw is er een nogal uitgestrekt ‘grijs gebied’ tussen uitzendwerk en werk in dienst bij het bedrijf zelf. Grote glastuinbouwbedrijven hebben eigen uitzendbureaus opgericht. Die lenen uitzendkrachten, betaald volgens de uitzend-cao, uit aan de teeltbedrijven.
Vanwege het hoge percentage uitzendkrachten dat in de tuinbouw werkt, is het dus niet zo heel vreemd dat uitzendbureaus bij de onderhandelingen voor een nieuwe cao een plekje aan de tafel kregen. Dit jaar heeft de inhoudsregeling voor huisvesting van arbeidsmigranten bij die onderhandelingen een belangrijke rol gespeeld.
Cao-huisvesting: 20% (tuinbouw) versus 25% (uitzend)
Palinska: “Al 20 jaar staat in de glastuinbouw-cao dat de maximale prijs voor gecertificeerde huisvesting 20% van het wettelijk minimumloon (WML) is op basis van een 38-urige werkweek. In de uitzend-cao is dat 25% op basis van een 40-urige werkweek.”
Dat verschil is dit jaar extra interessant. Bedrijven zijn per 1 januari 2026 wettelijk verplicht om uitzendkrachten die hetzelfde werk doen als medewerkers in vaste dienst een gelijkwaardig loon te betalen. De vraag is dan of ook het inhoudingspercentage van beide cao’s gelijkgeschakeld zou moeten worden. De insteek in de onderhandelingen leek die kant op te gaan dat ook de tuinders toe zouden moeten kunnen naar maximaal niet 20 maar 25% in rekening te mogen brengen.
Stijgende woonlasten zetten cao-afspraken onder druk
De gedachte daarachter was overigens juist niet die verplichting tot betalen van een gelijkwaardige beloning. “Als ondernemers hebben we met stijgende woonlasten te maken bij de huisvesting die wij faciliteren”, zegt Ilse Lensink, die de cao-onderhandelingsdelegatie van de werkgevers voorzit. “Dat verschilt natuurlijk wel per regio en eigenlijk zelfs per bedrijf. Het is wel helder dat dat maximum van 20% van het minimumloon wat al jaren in een cao staat niet meer per se de realiteit van nu weerspiegelt. Kijk maar naar de prijzen op de gewone woningmarkt.”
Volgens Lensink is dat argument eenvoudig te weerleggen. Het opschroeven van het maximum inhoudingsbedrag betekent niet dat elke huisvester automatisch de prijs omhoog laat gaan. “In de cao staat al dat de huisvester alleen daadwerkelijke kosten in rekening mag brengen en geen winst mag maken. Dat is ook te checken bij de certificeerders SNF en AKF. En dat wilden we in ons voorstel niet veranderen.”
Kosten lopen uiteen: van erfonderkomen tot nieuw wooncomplex
Na de onderhandelingsronde van 23 april bleken vraag en aanbod van de bonden en de werkgevers nog te ver uit elkaar te liggen. De bonden zetten in op volledige compensatie van de hogere rekening die werkgevers voor huisvestingskosten bij de werknemers zouden kunnen gaan leggen. Dat zou echter tot een onbetaalbare verhoging van het cao-loon leiden, aldus Lensink. Dus besloten de werkgevers in de onderhandelingsronde van 23 april de huisvestingskosten uit hun voorstel te halen.
Lensink verwachtte daags na die ronde ook niet dat die huisvestingsparagraaf alsnog aan bod zou komen. Dat gold voor het eindbod van de werkgevers, dat op dat moment nog niet was geformuleerd. Het verschil tussen de inhoudingsregelingen blijft dus ook de komende jaren bestaan. In de praktijk komt het neer op een maximum inhouding van zo’n €112 per week voor een bed volgens de tuinbouw-cao’s. Dat is in de uitzend-cao €157 per week per bed.
In hoeverre dat ook echt huurbedragen zijn die voor de verhuurder noodzakelijk zijn om uit de kosten te komen, is, zoals al gememoreerd, in zijn algemeenheid moeilijk te zeggen. Door de tuinder zelf getimmerde onderkomens op het bouwblok van het eigen erf zijn veel goedkoper dan een door een architectenbureau ontworpen nieuw gebouwd wooncomplex, zoals het begin dit jaar geopende Homeland aan de rand van het Westlandse dorp Maasdijk.
Vergunningen
Veel gemeenten maken het bedrijfseconomisch nog eens een stuk duurder. Dat komt doordat ze een vergunning van tien jaar afgeven. De bouwkosten moeten dan over een veel kortere tijd worden afgeschreven dan bouwtechnisch nodig zou zijn. Die vergunningstechnisch opgedreven kosten heeft gevolgen. Een koppel in een klein appartement is bijna €1.400 huur per maand kwijt, schetst CNV’er Palinska. “Dat is sowieso boven de grens voor huursubsidie. En als het in een wooncomplex met een inpandige galerij kan worden aangemerkt als ‘onzelfstandige woonruimte’ is ook huurbescherming niet van toepassing.”
Hoge huur kan overblijven van loon onder druk zetten
Zeker wanneer buiten de absolute arbeidspieken op de lange zomerdagen arbeidsmigranten werkweken maken van 28 uur of minder kan het zo zijn dat na aftrek van huur en kosten voor levensonderhoud er helemaal niets overblijft.
“Voorheen reden Polen heel hard door Duitsland om in Nederland te gaan werken”, weet Palinska. “Maar de jongere generatie heeft minder last van het oude anti-Duitsland-sentiment. Die zien dat ze €18 à €19 per uur kunnen verdienen, terwijl de huisvesting daar de helft goedkoper is. En ze hoeven niet zo ver van huis.”
Nieuwe regels rond huur(prijs)bescherming en Roemer-norm
Aan de cao-tafel is ook gesproken over een systeem dat de verhouding tussen prijs en kwaliteit beoordeelt: staat de prijs van een onderkomen voor arbeidsmigranten in verhouding met de kwaliteit van het gebodene? Iets dergelijks is ook aan de orde in de wetten die al zijn aangenomen of in de steigers staan rond huurbescherming en huurprijsbescherming. Die wetten zijn echter in veel gevallen niet op maat voor arbeidsmigranten.
Om voor het huisvesten van tijdelijk in Nederland verblijvende werknemers uit het buitenland niet in de categorie logies of short stay terecht te komen, is een nieuwe wet in de maak. Die zal voor de zomer in internetconsultatie gaan, verwacht Laura Boer van het ministerie van Binnenlandse Zaken waar ook volkshuisvesting onder valt.
Nieuwe wet moet ‘logies’ beperken en tijdelijke huur mogelijk maken
In die nieuwe wet wordt logies beperkt tot 30 nachten. Langer durende tijdelijke huur voor arbeidsmigranten wordt mogelijk, mits de huisvesting voldoet aan de Roemer-norm met onder meer minstens 15 vierkante meter woonruimte per persoon en per persoon een eigen slaapkamer. In het schriftelijk huurcontract moet een duidelijke einddatum staan.
De rol van de gemeente zal ook duidelijker uit de verf moeten gaan komen als de Eerste Kamer groen licht geeft aan de Wet versterking regie op de volkshuisvesting. Elke gemeente moet dan een plan maken waar ook het beleid rond arbeidsmigranten uit de doeken wordt gedaan. Er zijn al wel gemeenten die in hun verhuurverordening ook een vergunningenbeleid toepassen om overlast door verhuur aan arbeidsmigranten voor te kunnen zijn. Dat kan met generiek gemeentelijk beleid (bijvoorbeeld door een maximum aantal bedden voor tijdelijke verhuur in wat voor vorm dan ook vast te stellen, een meldpunt in te stellen voor goed verhuurderschap en door allerlei specifieke voorwaarden te stellen aan de kwaliteit van tijdelijke huisvesting), maar ook door voor bepaalde wijken beperkingen in te stellen.
Beperkingen werken pas met voldoende aanbod
Over dergelijk per gemeente verschillend lokaal beleid liet Frank van Gool zich onlangs kritisch uit. De directeur van Kafra Housing heeft alle begrip voor het willen voorkomen van ongewenste overlast door verhuur van reguliere woningen en de druk die dat legt op de reguliere woningmarkt. Dan moeten gemeenten toch eerst gaan werken aan voldoende aanbod van tijdelijke huur op plekken waar en manieren waarop dat wel gewenst is.
Van Gool schreef hierover een open brief aan de gemeente Goeree-Overflakkee. Daar dreigt een stop voor de realisatie van grootschalige wooncomplexen waar zijn bedrijf in is gespecialiseerd. Juist in die specifiek voor deze doelgroep nieuwgebouwde complexen kan dat beter. Met goed georganiseerd toezicht kan werk worden gemaakt van het voorkomen van overlast. Ook kan oneigenlijk gebruik van reguliere woningen of recreatiewoningen worden voorkomen.
De cafetariaregeling tussen werkgevers en de Belastingdienst is versoberd in het per 2026 van kracht geworden belastingplan. Dat zorgt ervoor dat extra kosten voor levensonderhoud sinds 1 januari niet meer in mindering gebracht kunnen worden op het brutoloon voor zover dat boven het minimumloon uitkomt. Onder die extra kosten die sinds dit jaar niet meer fiscaal kunnen worden uitgeruild, vallen ook gas, water en licht en andere nutsvoorzieningen, evenals extra telefoonkosten voor privédoeleinden met het land van herkomst. Kale huur blijft wel uitruilbaar.
Praktische invulling
In de praktijk blijkt deze splitsing lastig uitvoerbaar. LTO is in gesprek met de Belastingdienst om te verkennen hoe tot een praktische en werkbare invulling van deze regeling kan worden gekomen. De voorkeur ligt bij vaste normbedragen per huurder per dag of week. Hierdoor hoeft de werkgever de daadwerkelijke kosten aan gas, licht en water die een huurder veroorzaakt niet uit te rekenen. Het blijkt lastig om tot een eenduidig normbedrag te komen. Tot die tijd blijft het daarom noodzakelijk om de kosten te splitsen.
Bron: Gfactueel
#huisvesting #arbeidsmigranten #glastuinbouw #Roemernorm #Elsman




