Verkiezingen: wat willen de partijen met de tuinbouw?
Wat zijn de standpunten over de tuinbouw van de partijen die meedoen aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer?

De verkiezingen voor de Tweede Kamer komen eraan. De standpunten van de partijen over tuinbouw zijn in twee jaar tijd niet wezenlijk veranderd. Toch zetten we op een rijtje wat naar voren komt in debatten, interviews en de Boerderij Kieswijzer die ook van enkele tuinbouwvragen is voorzien. Daar zitten soms verrassende uitspraken tussen.
De 27 partijen die meedoen aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer van 29 oktober hebben bij elkaar bijna 1.200 kandidaat-Kamerleden op hun kieslijsten staan. Zij reizen stad en land af om de standpunten van hun partijen aan de man te brengen. De landbouwwoordvoerders van partijen klommen zelfs achter het stuur van de Stemmentrekker van Boerderij.
Van der Plas weer op de trekker
Dat deed ook Caroline van der Plas. De BBB-voorvrouw haalde twee verkiezingen geleden toen verrassend voor het eerst een zetel. Daarvoor kwam ze toen per trekker naar het Binnenhof. Behalve over veehouderij en stikstof bevroegen we haar over de tuinbouw. “BBB heeft zich in het kabinet ingezet om tuinders te beschermen tegen stijgende energiekosten. We hebben hard gestreden en kunnen regelen dat de glastuinbouw volledige compensatie krijgt voor de verplichte deelname aan ETS2 en de verplichte groengasbijmenging”, zegt Van der Plas.
Wat betreft arbeid stelt de BBB-lijsttrekker dat voedselzekerheid prioriteit nummer één is. “Nederland kan op een kleine oppervlakte veel gezond en duurzaam voedsel produceren, mede dankzij de glastuinbouw. Om dat te kunnen blijven doen, moet de tuinbouw gebruik kunnen blijven maken van arbeidsmigranten.” BBB bekritiseert de gedachte van politieke tegenstanders dat de Nederlandse economie beter af zou zijn zonder de tuinbouw en zijn grote arbeidsbehoefte, vooral omdat de glastuinbouw een van de meest duurzame sectoren is.
Ten aanzien van gezonde voeding en de preventie van welvaartsziekten, ziet BBB de oplossing vooral in voorlichting en educatie. Hoewel ze voorstander zijn van en voorgestemd hebben op 0% btw op groente en fruit, ziet Van der Plas ook dat het een dure en lastig uitvoerbare maatregel zou zijn. “In plaats daarvan wil BBB supermarkten proberen te bewegen om de kosten voor de consument zo laag mogelijk te houden, zonder dat de boer daar nadeel van ondervindt.”
CU en SGP achter glastuinbouw
Op het vlak van de extra energiekosten voor tuinders, waar een ander ministerie dan LVVN over gaat, hebben vooral de kleine christelijke partijen zich als boezemvriend van de tuinbouw opgeworpen. Pieter Grinwis van de ChristenUnie (CU) en André Flach van de SGP kwamen met een Kamermotie tegen ETS2 en de groengasbijmenging. Net als overigens vrijwel alle andere Kamerfracties, is SGP ervan doordrongen dat de glastuinbouw ‘een cruciale rol in het stabiel houden van het energienet’ heeft, aldus Flach. “Energiemaatschappijen ontdekken dit belang. Laten we daarom zuinig zijn op het feit dat de tuinders deze rol vervullen. De glastuinbouw heeft zich zelf al een behoorlijk scherpe energiedoelstelling opgelegd.”
Wat betreft arbeidsmigratie en werkgelegenheid ziet Flach de noodzaak dat het migratiesaldo naar beneden moet. Daarom zou de overheid moeten stimuleren dat innovatie, zoals de inzet van plukrobots, doorgaat. SGP wil echter geen acute rem zetten op arbeidsmigranten voor de tuinbouw. In plaats daarvan bepleit Flach dat er eerst kritisch moet worden gekeken naar het bijbouwen van distributiecentra, waar volgens hem helemaal geen mensen voor zijn.
GL-PvdA: ‘geschokt hoe ongezond’
Namens GroenLinks-PvdA ziet Laura Bromet robotisering als essentieel en ontzettend belangrijk. Dat zal dan ook worden gestimuleerd in het verkiezingsprogramma. Deze nadruk op automatisering gaat hand in hand met de aanpak van de problematiek rond arbeidsmigranten. “Nederland heeft een probleem met de draagkracht van voorzieningen door de aanwezigheid van een groot aantal migranten. Onze focus ligt op het verbeteren van de arbeidsomstandigheden van arbeidsmigranten, die nu vaak tegen heel lage lonen werken in slechte omstandigheden.”
Bromet ziet een rol voor de overheid weggelegd in het stimuleren van zaken als duurzame energie (“geothermie voor de glastuinbouw en voorhuishoudens komt nog onvoldoende van de grond”), maar ook van betere beschikbaarheid van gezond voedsel. “Ik ben geschokt wanneer ik in de supermarkt producten zie die weliswaar met moeite geproduceerd zijn, maar die niets bijdragen aan de menselijke gezondheid.” Oplossingen ziet Bromet in onderwijs en voorlichting en het inzetten van prijsmaatregelen, zoals subsidies voor gezonde producten en belastingen op ongezonde producten.
VVD tegen direct prijsbeleid
Wat betreft gezonde voeding en preventie hanteert de VVD het gekende liberale standpunt dat mensen eigen keuzes moeten maken als ze in de supermarkt staan. De nadruk ligt volgens zittend VVD-Kamerlid Wim Meulenkamp op educatie en voorlichting, zodat mensen al op jonge leeftijd, bijvoorbeeld op de basisschool, meekrijgen wat gezond en ongezond is. Hoewel hij de maatschappelijke vraag erkent om gezonder te worden en obesitas tegen te gaan, is de VVD tegen direct prijsbeleid.
Kies mee met partijen in de Kieswijzer
Uit de Kieswijzer van Boerderij blijkt dat de VVD het wel eens is met de fiscale voordelen die de glastuinbouw heeft op energiegebied. Meulenkamp: “Onze glastuinbouw loopt voorop in de wereld en is van de hoogste kwaliteit. We onderschrijven de ambities van de sector om te komen tot een klimaatneutrale glastuinbouw, waarbij het convenant leidend is. Fiscale voordelen kunnen daarbij helpen.”
Sinds het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 is er discussie over wat voor land en economie Nederland moet zijn. Daarmee wordt ook de discussie gevoerd over wat voor land- en tuinbouwbedrijven we in de toekomst nog willen. Links tot en met de centrumrechtse NSC is het eens met overheidssturing op dit vlak. GL-PvdA stelt bijvoorbeeld minder lelieteelt en snijmais, en meer biologische land- en tuinbouw. PvdD stelt onomwonden: “De giftige sierteelt en de kunstmestindustrie worden afgebouwd.” SP: “Wij kiezen wij voor kleinschalige boeren boven de belangen van agroreuzen.”
CDA en BBB zijn het daarmee oneens. VVD reageert neutraal op deze stelling. “De VVD is een liberale partij en is dus geen voorstander van een actieve overheidsbemoeienis in de economie.” Echter, “het is in sommige gevallen te billijken dat de overheid als marktmeester optreedt”.
Over één ding zijn alle partijen het eens
Met de stelling in de Kieswijzer dat de overheid moet zorgen dat boeren en tuinders geld verdienen aan natuur- en landschapsbeheer zijn alle partijen het eens. Zelfs Forum voor Democratie (FvD), dat het met de meeste stellingen waarin sprake is van overheidsbemoeienis ‘geheel oneens’ is, is hiervan voorstander.
FvD is het wel ‘geheel eens’ met inperking van de komst van arbeidsmigranten. “Massa-immigratie drukt lonen en leidt tot sociale problemen. Geef eerst Nederlanders kansen in de land- en tuinbouw.”
De arbeidsmigrantenstelling van de Kieswijzer levert overigens verschillende standpunten met wisselende onderbouwingen op. BBB is geheel oneens, want: “De land- en tuinbouw kan niet zonder arbeidsmigranten. Zij zijn onmisbaar voor het oogsten en verwerken van producten. Wel moeten er duidelijke regels zijn voor fatsoenlijk loon, goede huisvesting en voorkomen van misstanden.”
VVD, CDA en ChristenUnie, maar ook GL-PvdA en PvdD zijn ‘eens’. VVD: “Wij erkennen het belang van arbeidsmigratie voor de land- en tuinbouw. Wel wil de VVD grip op arbeidsmigratie en beter kiezen welke migranten we nodig hebben.” CU: “De groei van laagbetaalde arbeid en het aanbod van arbeidsmigranten remt innovatie en robotisering en legt een te grote druk op voorzieningen die schaars zijn. Tegelijk moet beperking geleidelijk en verstandig gebeuren, zodat een sector als de glastuinbouw het leven niet onmogelijk wordt gemaakt.” D66 (‘neutraal’ in deze stelling) zet ook in op innovatie om Nederland en de bedrijven minder afhankelijk te maken van arbeidsmigranten.
PVV moeilijk te peilen
Wat de PVV vindt, dat blijft raden. De partij schuift niet aan in specifieke land- en tuinbouwdebatten en deed ook niet mee met de Kieswijzer. Wie het PVV-programma erbij pakt, die ziet vriendelijke woorden over boeren en tuinders in zijn algemeen. De partij pleit voor een keurmerk Promotie van Vaderlands Voedsel (jawel, PVV) voor producten van eigen bodem. En de PVV wil vrije verkoop voor boerderijwinkels zonder onnodige regeldruk, registraties en btw-heffingen.
Bron: Gfactueel
#glastuinbouw #energie #arbeidsmigranten #robotisering #voedselzekerheid #gezondevoeding #ets2 #groengas #verkiezingen #tweedekamer
.

Landbouwminister Femke Wiersma kan telers niet uitsluiten van een nieuwe vrijstelling, als zij zich niet aan de voorwaarden houden bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die bij uitzondering tijdelijk zijn toegelaten. De Tweede Kamer praat volgende week met de minister over gewasbescherming. De minister kan, als daartoe landbouwkundige noodzaak bestaat, het gebruik van niet-toegelaten middelen bij wijze van uitzondering tijdelijk toestaan. Van die mogelijkheid is onder andere gebruik gemaakt bij de tijdelijke toelating van bestrijdingsmiddelen Exirel en Tracer tegen de Suzuki-fruitvlieg in de kersenteelt. Bij een inspectie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit bleek dat van de 30 gecontroleerde telers zich er 23 niet aan de regels hielden. Lees ook: NFO wil gesprek over lage naleving eisen Tracer en Exirel Juridische en praktische bezwaren De minister zegt in een brief aan de Tweede Kamer dat ze in samenspraak met de NVWA tot de conclusie is gekomen dat er “zowel juridische als praktische bezwaren zijn om telers die in overtreding gegaan zijn uit te sluiten in het daaropvolgende jaar”. De minister sprak vorig jaar mei haar zorg uit over het feit dat veel telers zich niet houden aan de voorschriften die gelden bij een vrijstelling. Daarmee brengen die telers ook de vrijstelling van hun collega’s in gevaar. De minister vindt dat het niet zover moet komen dat zij geen vrijstelling meer kan verlenen, omdat daar veel weerstand tegen is. Zij sprak haar teleurstelling uit dat de naleving niet op orde is. De minister zegt dat ze overtreders van de voorschriften niet kan uitsluiten van de ontheffing in een volgend jaar. Maar ze gaat wel kijken naar de mogelijkheid om boetes te verhogen en de gecontroleerde distributie van de betrokken middelen te verbeteren. Provinciale handhaving De minister overlegt met provincies naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak over de vergunningplicht (natuurvergunning) bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De minister heeft Wageningen Universiteit gevraagd onderzoek te doen. De universiteit zal onder andere inventariseren wat we weten over de aanwezigheid van chemische gewasbeschermingsmiddelen in Natura 2000-gebieden en welke maatregelen kunnen zorgen voor een vermindering van de emissie naar natuurgebieden. De minister zegt overleg te voeren met de landbouwsector over de gevolgen van de rechterlijke uitspraak. Bron: Gfactueel #gewasbescherming #NVWA #vrijstelling #naleving #Natura2000

Landbouwminister Femke Wiersma kan telers niet uitsluiten van een nieuwe vrijstelling, als zij zich niet aan de voorwaarden houden bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die bij uitzondering tijdelijk zijn toegelaten. De Tweede Kamer praat volgende week met de minister over gewasbescherming. De minister kan, als daartoe landbouwkundige noodzaak bestaat, het gebruik van niet-toegelaten middelen bij wijze van uitzondering tijdelijk toestaan. Van die mogelijkheid is onder andere gebruik gemaakt bij de tijdelijke toelating van bestrijdingsmiddelen Exirel en Tracer tegen de Suzuki-fruitvlieg in de kersenteelt. Bij een inspectie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit bleek dat van de 30 gecontroleerde telers zich er 23 niet aan de regels hielden. Lees ook: NFO wil gesprek over lage naleving eisen Tracer en Exirel Juridische en praktische bezwaren De minister zegt in een brief aan de Tweede Kamer dat ze in samenspraak met de NVWA tot de conclusie is gekomen dat er “zowel juridische als praktische bezwaren zijn om telers die in overtreding gegaan zijn uit te sluiten in het daaropvolgende jaar”. De minister sprak vorig jaar mei haar zorg uit over het feit dat veel telers zich niet houden aan de voorschriften die gelden bij een vrijstelling. Daarmee brengen die telers ook de vrijstelling van hun collega’s in gevaar. De minister vindt dat het niet zover moet komen dat zij geen vrijstelling meer kan verlenen, omdat daar veel weerstand tegen is. Zij sprak haar teleurstelling uit dat de naleving niet op orde is. De minister zegt dat ze overtreders van de voorschriften niet kan uitsluiten van de ontheffing in een volgend jaar. Maar ze gaat wel kijken naar de mogelijkheid om boetes te verhogen en de gecontroleerde distributie van de betrokken middelen te verbeteren. Provinciale handhaving De minister overlegt met provincies naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak over de vergunningplicht (natuurvergunning) bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De minister heeft Wageningen Universiteit gevraagd onderzoek te doen. De universiteit zal onder andere inventariseren wat we weten over de aanwezigheid van chemische gewasbeschermingsmiddelen in Natura 2000-gebieden en welke maatregelen kunnen zorgen voor een vermindering van de emissie naar natuurgebieden. De minister zegt overleg te voeren met de landbouwsector over de gevolgen van de rechterlijke uitspraak. Bron: Gfactueel #gewasbescherming #NVWA #vrijstelling #naleving #Natura2000

Contractonderhandelingen tussen telers en supermarkten zijn dit jaar complexer dan ooit. Dat komt door kostenstijgingen, tenderdruk, strengere duurzaamheidseisen en onzekerheid over middelen. Telers moeten hun strategie aanscherpen en zich goed voorbereiden op stevige discussies. Wat is de temperatuur van de lopende contractonderhandelingen tussen supermarkten en AGF-leveranciers? De signalen lijken te duiden op een lastige ronde. Maar er zijn twee manieren om hiernaar te kijken. Je kan zeggen business as usual: Er zijn altijd schermutselingen over prijs. Een aantal productgroepen heeft goede jaren gehad en die prijzen lijken nu naar beneden te gaan. Het past in een cyclus die al jaren aan de gang is. En als partijen er belang bij hebben, wakkeren ze de discussie aan. LTO deed dat door twee inkooporganisaties openlijk te betichten van misbruik van marktmacht. Ze zouden te hard inkopen door leveranciers tegen elkaar uit te spelen met tenders in vooral paddenstoelen. Ook bij AGF speelt deze inkoopwijze soms. Meerkostenvergoeding Er is ook een andere manier om naar de actualiteit te kijken. Er zijn buitengewone zaken aan de hand. De discussie over de meerkostenvergoeding van On the Way to PlanetProof loopt dwars door de onderhandelingen. Zo zijn eind december nog de meerkosten berekend voor de nieuwe teelteisen van 2026. Die stijgen voor sommige producten fors. Telers nemen deze berekening mee naar de onderhandelingstafel. Leveranciers zoeken vastigheid Een andere buitengewone zaak bij de onderhandelingen dit jaar is de zeer zwakke vrije markt afgelopen jaar bij verschillende producten. Contractprijsverhogingen zijn dan lastig en meer leveranciers zoeken vastigheid. Inkopers zijn dan in het voordeel om partijen uit te spelen. Ook gewasbeschermingsmiddelen zullen met stip een buitengewoon onderwerp zijn aan de onderhandelingstafel. Komend jaar kan voor teelten een drama worden als er geen noodoplossing komt of als teeltrisico’s niet in de contracten worden opgevangen. Verder verwacht koepel Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL) dat het onderwerp kostenstijgingen nog lang niet weg is. Directeur Marc Jansen: “Veel bedrijven hebben het moeilijk door grote kostenstijgingen. Er lijkt een beetje een einde te komen aan het voor lief nemen van hogere kosten. De druk aan de consumentenkant neemt toe, terwijl de druk aan de aanvoerkant niet afneemt. De politiek doet er ook aan mee, dus de squeeze die je ziet, die zal komende tijd nog toenemen schat ik in.” Zonder goed verhaal over de toegevoegde waarde, wordt het een harde strijd Scherp inkopen Dat zijn dan vertragingseffecten van kostenstijgingen die bij retail gaan komen. Jansen: “Die gaat misschien reorganiseren. Als 80% van je kosten inkoopkosten zijn, is het niet onlogisch om te kijken of je daar rationaliteit in kunt brengen. Als je dan als leverancier niet een goed verhaal hebt om de toegevoegde waarde van je product in beeld te brengen, dan wordt het een harde strijd, vermoedelijk ook voor producten binnen AGF.” Het ontstaan van inkoopclub Everest Fresh is zo’n voorbeeld. Het bedrijf koopt voor Jumbo en een reeks andere internationale partijen scherp in sinds 2024. LTO vreest dat de focus op Nederlandse inkoop zo verwatert. Met deze buitengewone ingrediënten lijken de contractonderhandelingen voor dit jaar lastiger dan normaal en zeker niet business as usual. Kritiek op inkooporganisaties LTO heeft Everest Fresh en Superunie bekritiseerd op hun inkoopbeleid. Bij inkooporganisatie Superunie mochten we een interview komen doen, maar de organisatie verbood de voorgelegde tekst te publiceren in Groenten & Fruit. Dat lijkt te komen door die LTO-kritiek. Die gaat dus over tenderen bij inkoop, het leveranciers laten inschrijven op orders. De Duitse supermarktketen Edeka, moeder van Everest Fresh, erkent dat ze voor sommige AGF-producten deze inkoopwijze hanteert, maar voor veel producten ook juist lange termijnrelaties met telers heeft die ze koestert. Dat laatste is ook de reactie van Jumbo. Everest Fresh koopt voor Jumbo in, maar de Nederlandse winkelketen bepaalt bij wie dat gebeurt. De focus op eerlijke contracten met Nederlandse telers blijft, stelt Jumbo. Lees ook: Edeka en Jumbo begrijpen kritiek op inkoopkantoor Everest Fresh niet Kostenstijging telers gaat verder Ondertussen lopen gesprekken voor seizoen 2026. Afzetorganisatie Oxin Growers onderhandelt namens haar telers met de kopers. Oxin Growers wijst erop dat de kostenstijgingen van de telers gewoon doorgaan, zeker voor personeel, waar de minimumloonstijging stevig wordt gevoeld. “Het blijft heel moeilijk om de compensatie daarvoor afgesproken te krijgen”, zegt directielid Ton van Dalen. “Op de markt is er toch weer discussie, wij willen de kostprijsstijging doorvoeren zoals elk jaar. Retail zegt dat de marges bij hun ook niet zo dik zijn. Zij hebben ook kostenstijgingen. Zo ontstaat weer een heel commercieel proces.” Een aantal producten had een bijzonder zwakke afzet in 2025. Is het voor deze producten met name lastiger prijsstijgingen door te voeren? Van Dalen: “De relatie met de prijsvorming afgelopen seizoen is er wel degelijk. Het is toch lastiger om bijvoorbeeld voor paprika op een hoger prijsniveau te komen dan voor broccoli. Dit jaar was een productiejaar voor groenten en fruit. Dat zag je terug op de dagmarkt. Dat maakt het hele onderhandelingsproces lastiger.” Zelfde proces, data belangrijker Het commerciële proces draait erom dat retail het beste product wil voor de laagst mogelijke prijs. Afzetorganisaties hebben tot doel een zo hoog mogelijke prijs voor leden te halen. Dat gaat altijd via contracten met een bepaalde termijn. Daarin is de kostprijs wel belangrijk. Vaak schommelt de prijs dan binnen een venster of bandbreedte. Per product verschillen de contractvormen. Over het verloop van de contractonderhandelingen doet afzetorganisatie voor glasgroenten Harvest House geen uitspraken. In zijn algemeenheid zegt directeur Jelte van Kammen dat de onderhandelingen al dertig jaar op dezelfde manier gaan. “Je kijkt met je telers naar de kostprijsstijgingen en naar het areaal en gaat dan het gesprek aan voor het nieuwe seizoen. Het grootste deel van de contracten is op basis van week- of dagprijzen. Ik schat dat 10% maar gaat om jaarprijzen. Er worden wel jaarvolumes afgesproken.” Hoe wordt de weekprijs vastgesteld? Het is een systeem met verschillende criteria en noteringen. Dat is te concurrerend om verder over te praten met media, stelt hij. Later voegt hij daaraan toe dat er in die dertig jaar natuurlijk wel veranderingen zijn. “Voor het maken van afspraken met afnemers werken we steeds meer met data en AI om onze prognoses te optimaliseren en beter af te stemmen op de marktvraag.” Tendens naar langere afspraken Coert Bregman en Gerben Jukema zijn onderzoekers bij Wageningen Social & Economic Research (WSER). Deze organisatie rekent aan de inkomensramingen voor diverse bedrijfstypen. Daarin komt de afzetvorm enigszins terug. Zo schrijft WSER dat de prijsafspraken in 2025 over de volumes die geoogst zijn (boven de gecontracteerde volumes) belangrijk zijn geweest voor het rendement in de vollegrond. Beide hebben geregeld contact met bedrijven die vertellen over hun contractvorm. Ze horen dat contractgesprekken lastiger zijn dit jaar. Het is lastig om de vollegrondsteelt en kassenteelt te vergelijken. Bij vollegrond gaat vrijwel het hele volume naar binnenlandse partijen. Glasgroenten gaan naar verschillende landen en afnemers. Contracttermijnen voor vollegrondsgroenten vallen dan vaker samen met oogsttermijnen. Contractprijzen voor glasgroenten zijn in Duitsland vaak op weekbasis, maar Jukema ziet ook een tendens naar prijzen voor langere perioden, maar dit hangt af van afzetland en afnemer. Voor de exportmarkten is Duitsland natuurlijk de grootste. Hier is de weektermijn dominant en wordt er getenderd. Vaak is het een mengvorm. “In de winter kan het ook wel een langdurigere afspraak worden. Het is ook wel een mix. De ene partij houdt van vastigheid en de andere speelt in op de open markt.” Meer afzetpartijen vollegrondsgroenten Bij vollegrond zijn er meer afzetpartijen, weet Coert Bregman. Hij verwacht dan ook meer verschillen tussen contracten. Bij bijvoorbeeld sluitkool is de afzet vooral op contract met een beperkt deel vrije markt. Hij schat dat voor deze producten 50 tot 70% in contract is vastgelegd. Daarvan schommelt de prijs de kostprijs. Gaat die omhoog? Bregman: “Ik ben benieuwd wat het gaat worden. We zitten nu in de periode van die contractbesprekingen. Komt er nog toevallig een ontheffing voor een gewasbeschermingsmiddel als het onmisbaar is? Dat zou de leveringszekerheid verbeteren. Er is ook een kans dat de kwaliteit beter gaat worden betaald. Dus het kan alle kanten op, zoals het verruimen van de specificaties door supermarktketens.” Mestafzet van veebedrijven zal in die gesprekken geen rol spelen, maar kan een grotere inkomstenbron worden komende jaren, denkt WSER. Afspraken met supermarkten Nog geen drie jaar geleden waren supermarkten en teelt dicht bij een landbouwakkoord om samen de duurzaamheidstransitie door te maken. Het klappen van dat akkoord heeft niet veel veranderd, denk Jansen (CBL). Supermarkten willen die langjarige samenwerking en er ook voor betalen. “Het landbouwakkoord is niet geklapt op markt en keten. Hoofdstuk 3 staat nog steeds voor ons als uitgangspunt: dat we samen de transitie doormaken, dat we ketens sterk maken. De telers die voor specifieke ketens of formules produceren moet je dan kennen en er langetermijnafspraken mee maken. Dat zie ik in PlanetProof en Beter voor Natuur en Boer wel doorgezet.” Supermarkten willen meerkosten wel betalen, zegt Jansen. Er is wel een ‘maar’. “Het moet goed worden berekend. Dan wil je zeker weten dat de vergoeding van de kosten terechtkomt bij ondernemers die de kosten maken. Als te weinig partijen in de export bereid zijn om dat op te hoesten, dan verwatert die meerprijs in het productievolume van een teler als die ook exporteert (waar geen meerkosten worden betaald, red.). Dan krijg je van twee kanten frustratie.” Bron: Gfactueel #Contractonderhandelingen #AgriFood #Duurzaamheid #Ketensamenwerking # V oedselketen

Ongeveer een op de vijf veelgebruikte gewasbeschermingsmiddelen bevat PFAS. Ctgb gaat middelen met deze chemische, bijna niet-afbreekbare stoffen opnieuw bekijken. Wat zijn PFAS en wat betekenen ze voor gewasbescherming in de tuinbouw? 11 vragen en antwoorden over PFAS. 1. Wat zijn PFAS? PFAS is een verzamelnaam voor duizenden chemische stoffen die zeer stabiel zijn en bijna niet afbreken in het milieu. De bekendste toepassingen zijn anti-aanbakpannen, textiel en brandblusschuim. Minder bekend, maar wat de laatste tijd steeds meer aandacht krijgt, is dat sommige moderne gewasbeschermingsmiddelen ook fluorhoudende groepen bevatten die tot de PFAS-familie worden gerekend, of die bij afbraak PFAS-achtige stoffen vormen. Daarom is PFAS nu een onderwerp in de gewasbescherming. 2. Hoeveel gewasbeschermingsmiddelen bevatten PFAS? CLM Onderzoek & Advies heeft vastgesteld dat 25 toegelaten werkzame stoffen een PFAS-verbinding zijn. Ook drie hulpstoffen zijn geclassificeerd als PFAS-verbinding. In totaal zijn er 115 middelen op de markt die PFAS bevatten. Het gaat vooral om fungiciden en herbiciden. Het rapport meldt dat de lijst niet volledig is, omdat fabrikanten niet de hele samenstelling hoeven te melden. Het aandeel PFAS-middelen in het totale middelengebruik is de laatste jaren gestegen. 3. Waarom zitten PFAS in die middelen? Meestal is dat als actieve stof. Fluor heeft een heleboel positieve eigenschappen. Het maakt dat de middelen stabieler zijn, dus minder snel worden afgebroken door zonlicht of door enzymen in de plant. Het zorgt er ook voor dat een middel makkelijker door een celwand kan dringen. Door de fluor zijn de middelen biologisch actiever tegen schimmels en bacteriën, terwijl het geen effect heeft op de plant. Dit maakt lagere doseringen mogelijk. Soms worden PFAS toegevoegd als hulpstof, zoals een stabilisator of uitvloeier. Niet alle gewasbeschermingsmiddelen met fluor zijn PFAS-houdend. Het gaat om organische fluorverbindingen met minstens één perfluoralkylketen. 4. Waarom waren PFAS niet eerder een issue? Chemisch gezien is het logisch om fluor in pesticiden te gebruiken, vanwege de stabiliteit en werkzaamheid. Dit wordt al decennialang gedaan, en tot voor kort beschouwd als veilig – buiten toxicologen, die er al langer voor waarschuwen. Ook het afbraakproduct TFA werd niet breed gezien als een probleem, mede omdat er weinig bekend is over de effecten. Gewasbeschermingsmiddelen zijn daarom nooit beoordeeld op de aanwezigheid van PFAS. Zonder wettelijke grondslag kunnen PFAS-componenten niet worden geweigerd, laat de Nederlandse toelatingsinstantie Ctgb weten. CLM dringt erop aan om PFAS mee te nemen bij de beoordeling. 5. Welk risico vormt PFAS? Grote PFAS kunnen zich ophopen in het bloed en in organen zoals de lever. Daar kunnen ze effect hebben op het immuunsysteem. Mensen maken minder afweerstoffen aan na een vaccinatie en worden vatbaarder voor ziekten. Deze effecten treden zelfs op bij een lage maar langdurige blootstelling. Mogelijk is er ook een grotere kans op auto-immuunziekten, kanker en schade aan de lever. PFAS is onlangs op de lijst Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) gezet. Dat betekent onder meer dat bedrijven de emissie zo ver mogelijk naar nul moeten brengen. De Arbeidsinspectie schrijft dat 77% van de tuinbouwbedrijven niet weet in welke gewasbeschermingsmiddelen PFAS zitten. ‘Alle werkgevers die zijn bezocht werken met gewasbeschermingsmiddelen met PFAS, dus zij zouden dit in een RI&E en een plan van aanpak moeten opnemen.’ Een ander punt is dat bij de afbraak van PFAS trifluorazijnzuur (TFA) over blijft. 6. Wat is er mis met trifluorazijnzuur (TFA)? TFA is zelf ook een PFAS, maar het heeft een ander risicoprofiel dan de bekende PFAS die bestaan uit lange ketens, zoals PFOS en PFOA. Het is een klein molecuul dat makkelijk uitspoelt naar het grondwater en nagenoeg niet afbreekt. Deense onderzoekers hebben aangetoond dat de concentratie TFA in landbouwgebieden duidelijk stijgt. De stof wordt aangetroffen in grondwaterbeschermingsgebieden, ook in Nederland, weliswaar nog in lage concentraties, maar het neemt toe zolang er gewasbeschermingsmiddelen met PFAS worden gebruikt. Het molecuul is vrijwel niet uit het drinkwater te verwijderen. Toxiciteitsstudies bij zoogdieren duiden op effecten op de voortplanting en ontwikkeling bij zoogdieren en mensen. Duitsland wil dat TFA officieel wordt aangemerkt als ’mogelijk schadelijk voor de voortplanting’. Drinkwaterbedrijven willen dan ook liever gisteren dan vandaag een verbod. 7. Welke gewasbeschermingsmiddelen kunnen TFA vormen? Daar bestaat een lijst met stoffen van, die is gebruikt voor het CLM-onderzoek en in het advies naar de minister. In elk geval geldt het voor een grote groep van tien moderne fungiciden, acht herbiciden en acht insecticiden met fluorgroepen in het molecuul. In de sierteelt worden deze middelen gebruikt in bollenteelten en in kasteelten als roos, gerbera, chrysant, lisianthus, anthurium, pot- en perkplanten. 8. Hoe belangrijk zijn deze middelen? Ze zijn vooral belangrijk voor de bestrijding van botrytis. Met name in uien, aardappelen en granen worden ze in grote hoeveelheden toegepast. Maar ze worden ook in teelten onder glas gebruikt. Hier is de druk van botrytis, meeldauw en roest hoog, door de hoge rv, weinig luchtbeweging en een dicht gewas. Veel telers gebruiken fluopyram en strobilurines als ruggengraat in hun spuitschema, omdat ze een brede werking en een betrouwbare effectiviteit hebben. Het wegvallen van deze stoffen kan directe gevolgen hebben voor de teeltzekerheid. In de buitenteelten worden deze middelen vooral gebruikt tegen roest en bladvlekken. Voor de bollensector zijn fludioxonil-producten belangrijk voor wondbehandeling en bewaring. Daar zijn weinig alternatieven voor. 9. Zijn er alternatieven als middelen met PFAS verdwijnen? De chemische alternatieven zijn beperkt. De meeste moderne contactmiddelen zijn al eerder van de markt verdwenen. Er zijn nog triazolen (DMI’s), enkele SDHI’s die de energiehuishouding van schimmels blokkeren, maar die zijn smaller in werking en gevoelig voor resistentie. Zoals bij elke nieuwe wetgeving die eraan komt zouden telers alvast kunnen kijken hoe ze schimmelziekten zonder PFAS-houdende middelen kunnen bestrijden. Ze zullen meer gebruik moeten gaan maken van biologische middelen (Bacillus, Trichoderma), luchtbeweging, ontvochtiging, hygiëne en schoon plantmateriaal. Vooral de bestrijding van botrytis blijft een aandachtspunt. 10. Denemarken heeft toelatingen van PFAS-houdende middelen ingetrokken. Hoe ver staat dat? Het Danish Environmental Protection Agency (DEPA) heeft de goedkeuring ingetrokken van 23 middelen, op basis van zes actieve stoffen. Er komen overgangstermijnen van enkele maanden tot ruim een jaar. Daarnaast werkt Denemarken nog aan de herbeoordeling van minstens tien andere middelen. Dit is het meest vooruitstrevende beleid in Europa. 11. Kan Nederland dit Deense besluit overnemen? Niet zonder meer. De Deense situatie is niet een-op-een te vertalen naar Nederland. In Nederland zijn bijvoorbeeld andere bodemtypen en grondwaterstanden, meer glastuinbouw, en een ander toelatingskader. Het Ctgb heeft wel besloten om 46 gewasbeschermingsmiddelen die PFAS bevatten tussentijds opnieuw te beoordelen. Het gaat om alle toegelaten middelen op basis van de werkzame stoffen fluopyram, fluazinam, diflufenican, mefentrifluconazol, tau-fluvalinaat en fluazifop-P-butyl. Eerder pleitte het Ctgb al voor versnelling van de herbeoordeling van stoffen in Europa. Maar de toelatingsinstantie vindt het niet verantwoord om het Europese proces af te wachten. Net als de andere Europese landen die voor een herbeoordeling kozen – Noorwegen en Zweden – wil het Ctgb uiterlijk 30 april 2028 alle besluiten nemen. Omdat dit grote gevolgen kan hebben voor de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen, adviseert het Ctgb aan de minister van LVVN om de gevolgen voor de land- en tuinbouw te laten onderzoeken. Daarbij zou aandacht moeten zijn voor alternatieven voor middelen die mogelijk wegvallen. Bron: Gfactueel #PFAS #Gewasbescherming #Tuinbouw #DuurzameLandbouw #Ctgb
