Verkiezingen: wat willen de partijen met de tuinbouw?
Wat zijn de standpunten over de tuinbouw van de partijen die meedoen aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer?

De verkiezingen voor de Tweede Kamer komen eraan. De standpunten van de partijen over tuinbouw zijn in twee jaar tijd niet wezenlijk veranderd. Toch zetten we op een rijtje wat naar voren komt in debatten, interviews en de Boerderij Kieswijzer die ook van enkele tuinbouwvragen is voorzien. Daar zitten soms verrassende uitspraken tussen.
De 27 partijen die meedoen aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer van 29 oktober hebben bij elkaar bijna 1.200 kandidaat-Kamerleden op hun kieslijsten staan. Zij reizen stad en land af om de standpunten van hun partijen aan de man te brengen. De landbouwwoordvoerders van partijen klommen zelfs achter het stuur van de Stemmentrekker van Boerderij.
Van der Plas weer op de trekker
Dat deed ook Caroline van der Plas. De BBB-voorvrouw haalde twee verkiezingen geleden toen verrassend voor het eerst een zetel. Daarvoor kwam ze toen per trekker naar het Binnenhof. Behalve over veehouderij en stikstof bevroegen we haar over de tuinbouw. “BBB heeft zich in het kabinet ingezet om tuinders te beschermen tegen stijgende energiekosten. We hebben hard gestreden en kunnen regelen dat de glastuinbouw volledige compensatie krijgt voor de verplichte deelname aan ETS2 en de verplichte groengasbijmenging”, zegt Van der Plas.
Wat betreft arbeid stelt de BBB-lijsttrekker dat voedselzekerheid prioriteit nummer één is. “Nederland kan op een kleine oppervlakte veel gezond en duurzaam voedsel produceren, mede dankzij de glastuinbouw. Om dat te kunnen blijven doen, moet de tuinbouw gebruik kunnen blijven maken van arbeidsmigranten.” BBB bekritiseert de gedachte van politieke tegenstanders dat de Nederlandse economie beter af zou zijn zonder de tuinbouw en zijn grote arbeidsbehoefte, vooral omdat de glastuinbouw een van de meest duurzame sectoren is.
Ten aanzien van gezonde voeding en de preventie van welvaartsziekten, ziet BBB de oplossing vooral in voorlichting en educatie. Hoewel ze voorstander zijn van en voorgestemd hebben op 0% btw op groente en fruit, ziet Van der Plas ook dat het een dure en lastig uitvoerbare maatregel zou zijn. “In plaats daarvan wil BBB supermarkten proberen te bewegen om de kosten voor de consument zo laag mogelijk te houden, zonder dat de boer daar nadeel van ondervindt.”
CU en SGP achter glastuinbouw
Op het vlak van de extra energiekosten voor tuinders, waar een ander ministerie dan LVVN over gaat, hebben vooral de kleine christelijke partijen zich als boezemvriend van de tuinbouw opgeworpen. Pieter Grinwis van de ChristenUnie (CU) en André Flach van de SGP kwamen met een Kamermotie tegen ETS2 en de groengasbijmenging. Net als overigens vrijwel alle andere Kamerfracties, is SGP ervan doordrongen dat de glastuinbouw ‘een cruciale rol in het stabiel houden van het energienet’ heeft, aldus Flach. “Energiemaatschappijen ontdekken dit belang. Laten we daarom zuinig zijn op het feit dat de tuinders deze rol vervullen. De glastuinbouw heeft zich zelf al een behoorlijk scherpe energiedoelstelling opgelegd.”
Wat betreft arbeidsmigratie en werkgelegenheid ziet Flach de noodzaak dat het migratiesaldo naar beneden moet. Daarom zou de overheid moeten stimuleren dat innovatie, zoals de inzet van plukrobots, doorgaat. SGP wil echter geen acute rem zetten op arbeidsmigranten voor de tuinbouw. In plaats daarvan bepleit Flach dat er eerst kritisch moet worden gekeken naar het bijbouwen van distributiecentra, waar volgens hem helemaal geen mensen voor zijn.
GL-PvdA: ‘geschokt hoe ongezond’
Namens GroenLinks-PvdA ziet Laura Bromet robotisering als essentieel en ontzettend belangrijk. Dat zal dan ook worden gestimuleerd in het verkiezingsprogramma. Deze nadruk op automatisering gaat hand in hand met de aanpak van de problematiek rond arbeidsmigranten. “Nederland heeft een probleem met de draagkracht van voorzieningen door de aanwezigheid van een groot aantal migranten. Onze focus ligt op het verbeteren van de arbeidsomstandigheden van arbeidsmigranten, die nu vaak tegen heel lage lonen werken in slechte omstandigheden.”
Bromet ziet een rol voor de overheid weggelegd in het stimuleren van zaken als duurzame energie (“geothermie voor de glastuinbouw en voorhuishoudens komt nog onvoldoende van de grond”), maar ook van betere beschikbaarheid van gezond voedsel. “Ik ben geschokt wanneer ik in de supermarkt producten zie die weliswaar met moeite geproduceerd zijn, maar die niets bijdragen aan de menselijke gezondheid.” Oplossingen ziet Bromet in onderwijs en voorlichting en het inzetten van prijsmaatregelen, zoals subsidies voor gezonde producten en belastingen op ongezonde producten.
VVD tegen direct prijsbeleid
Wat betreft gezonde voeding en preventie hanteert de VVD het gekende liberale standpunt dat mensen eigen keuzes moeten maken als ze in de supermarkt staan. De nadruk ligt volgens zittend VVD-Kamerlid Wim Meulenkamp op educatie en voorlichting, zodat mensen al op jonge leeftijd, bijvoorbeeld op de basisschool, meekrijgen wat gezond en ongezond is. Hoewel hij de maatschappelijke vraag erkent om gezonder te worden en obesitas tegen te gaan, is de VVD tegen direct prijsbeleid.
Kies mee met partijen in de Kieswijzer
Uit de Kieswijzer van Boerderij blijkt dat de VVD het wel eens is met de fiscale voordelen die de glastuinbouw heeft op energiegebied. Meulenkamp: “Onze glastuinbouw loopt voorop in de wereld en is van de hoogste kwaliteit. We onderschrijven de ambities van de sector om te komen tot een klimaatneutrale glastuinbouw, waarbij het convenant leidend is. Fiscale voordelen kunnen daarbij helpen.”
Sinds het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 is er discussie over wat voor land en economie Nederland moet zijn. Daarmee wordt ook de discussie gevoerd over wat voor land- en tuinbouwbedrijven we in de toekomst nog willen. Links tot en met de centrumrechtse NSC is het eens met overheidssturing op dit vlak. GL-PvdA stelt bijvoorbeeld minder lelieteelt en snijmais, en meer biologische land- en tuinbouw. PvdD stelt onomwonden: “De giftige sierteelt en de kunstmestindustrie worden afgebouwd.” SP: “Wij kiezen wij voor kleinschalige boeren boven de belangen van agroreuzen.”
CDA en BBB zijn het daarmee oneens. VVD reageert neutraal op deze stelling. “De VVD is een liberale partij en is dus geen voorstander van een actieve overheidsbemoeienis in de economie.” Echter, “het is in sommige gevallen te billijken dat de overheid als marktmeester optreedt”.
Over één ding zijn alle partijen het eens
Met de stelling in de Kieswijzer dat de overheid moet zorgen dat boeren en tuinders geld verdienen aan natuur- en landschapsbeheer zijn alle partijen het eens. Zelfs Forum voor Democratie (FvD), dat het met de meeste stellingen waarin sprake is van overheidsbemoeienis ‘geheel oneens’ is, is hiervan voorstander.
FvD is het wel ‘geheel eens’ met inperking van de komst van arbeidsmigranten. “Massa-immigratie drukt lonen en leidt tot sociale problemen. Geef eerst Nederlanders kansen in de land- en tuinbouw.”
De arbeidsmigrantenstelling van de Kieswijzer levert overigens verschillende standpunten met wisselende onderbouwingen op. BBB is geheel oneens, want: “De land- en tuinbouw kan niet zonder arbeidsmigranten. Zij zijn onmisbaar voor het oogsten en verwerken van producten. Wel moeten er duidelijke regels zijn voor fatsoenlijk loon, goede huisvesting en voorkomen van misstanden.”
VVD, CDA en ChristenUnie, maar ook GL-PvdA en PvdD zijn ‘eens’. VVD: “Wij erkennen het belang van arbeidsmigratie voor de land- en tuinbouw. Wel wil de VVD grip op arbeidsmigratie en beter kiezen welke migranten we nodig hebben.” CU: “De groei van laagbetaalde arbeid en het aanbod van arbeidsmigranten remt innovatie en robotisering en legt een te grote druk op voorzieningen die schaars zijn. Tegelijk moet beperking geleidelijk en verstandig gebeuren, zodat een sector als de glastuinbouw het leven niet onmogelijk wordt gemaakt.” D66 (‘neutraal’ in deze stelling) zet ook in op innovatie om Nederland en de bedrijven minder afhankelijk te maken van arbeidsmigranten.
PVV moeilijk te peilen
Wat de PVV vindt, dat blijft raden. De partij schuift niet aan in specifieke land- en tuinbouwdebatten en deed ook niet mee met de Kieswijzer. Wie het PVV-programma erbij pakt, die ziet vriendelijke woorden over boeren en tuinders in zijn algemeen. De partij pleit voor een keurmerk Promotie van Vaderlands Voedsel (jawel, PVV) voor producten van eigen bodem. En de PVV wil vrije verkoop voor boerderijwinkels zonder onnodige regeldruk, registraties en btw-heffingen.
Bron: Gfactueel
#glastuinbouw #energie #arbeidsmigranten #robotisering #voedselzekerheid #gezondevoeding #ets2 #groengas #verkiezingen #tweedekamer
.

In de land- en tuinbouw is gefaseerde bedrijfsoverdracht een veelgebruikte route. Een overdracht kan soms wel meer dan vijftien jaar duren. Tijdens dit traject kan het nodig zijn dat de opvolger zijn of haar onderneming inbrengt in een BV. In deze situaties blijft de opvolger het familiebedrijf voortzetten, alleen via een ei gen BV. Het ligt volgens LTO dan ook niet voor de hand dat de familievrijstelling hierdoor zou vervallen. De organisatie wijst er op dat de staatssecretaris van Financiën eerder heeft aangegeven dat, wanneer een opvolger ná afronding van de gefaseerde overdracht zijn onderneming in een BV inbrengt, de familievrijstelling behouden blijft. Beide routes leiden tot dezelfde materiële uitkomst en dan ligt het voor de hand dat ook de fiscale behandeling daarvan gelijk is, aldus LTO. In het huidige ‘kennisgroepstandpunt’ van de Belastingdienst vervalt de familievrijstelling echter wanneer de onderneming tijdens gefaseerde overdracht in een BV wordt ingebracht. De gevolgen hiervan in de praktijk zijn groot, stelt LTO. Opvolgers weten niet welke fiscale gevolgen een BV-inbreng tijdens gefaseerde overdracht heeft. Daardoor zullen trajecten stilvallen en worden geplande bedrijfsoverdrachten uitgesteld. De financiële gevolgen kunnen fors zijn. Bij een gemiddeld bedrijf gaat het al snel om honderdduizenden euro’s. LTO Nederland roept de staatssecretaris van Financiën en de Tweede Kamer op om snel duidelijkheid te geven. Een mogelijke oplossing is, dat de staatssecretaris een besluit publiceert waarin wordt gesteld dat inbrenging in een BV tijdens een gefaseerde bedrijfsoverdracht hetzelfde behandeld dient te worden als een directe inbrenging in een BV, na afronding van een bedrijfsoverdracht. Op deze manier leiden verschillende paden met dezelfde uitkomst wél tot dezelfde fiscale behandeling. bron: AgriHolland #Familievrijstelling #Bedrijfsopvolging #AgrarischeSector #Belastingdienst #LTONederland

In de land- en tuinbouw is gefaseerde bedrijfsoverdracht een veelgebruikte route. Een overdracht kan soms wel meer dan vijftien jaar duren. Tijdens dit traject kan het nodig zijn dat de opvolger zijn of haar onderneming inbrengt in een BV. In deze situaties blijft de opvolger het familiebedrijf voortzetten, alleen via een ei gen BV. Het ligt volgens LTO dan ook niet voor de hand dat de familievrijstelling hierdoor zou vervallen. De organisatie wijst er op dat de staatssecretaris van Financiën eerder heeft aangegeven dat, wanneer een opvolger ná afronding van de gefaseerde overdracht zijn onderneming in een BV inbrengt, de familievrijstelling behouden blijft. Beide routes leiden tot dezelfde materiële uitkomst en dan ligt het voor de hand dat ook de fiscale behandeling daarvan gelijk is, aldus LTO. In het huidige ‘kennisgroepstandpunt’ van de Belastingdienst vervalt de familievrijstelling echter wanneer de onderneming tijdens gefaseerde overdracht in een BV wordt ingebracht. De gevolgen hiervan in de praktijk zijn groot, stelt LTO. Opvolgers weten niet welke fiscale gevolgen een BV-inbreng tijdens gefaseerde overdracht heeft. Daardoor zullen trajecten stilvallen en worden geplande bedrijfsoverdrachten uitgesteld. De financiële gevolgen kunnen fors zijn. Bij een gemiddeld bedrijf gaat het al snel om honderdduizenden euro’s. LTO Nederland roept de staatssecretaris van Financiën en de Tweede Kamer op om snel duidelijkheid te geven. Een mogelijke oplossing is, dat de staatssecretaris een besluit publiceert waarin wordt gesteld dat inbrenging in een BV tijdens een gefaseerde bedrijfsoverdracht hetzelfde behandeld dient te worden als een directe inbrenging in een BV, na afronding van een bedrijfsoverdracht. Op deze manier leiden verschillende paden met dezelfde uitkomst wél tot dezelfde fiscale behandeling. bron: AgriHolland #Familievrijstelling #Bedrijfsopvolging #AgrarischeSector #Belastingdienst #LTONederland

.Samen zetten wij ons in voor passende financieringsoplossingen die ondernemers écht verder helpen. Door onze kennis en ervaring te combineren, kunnen wij bedrijven ondersteunen bij hun groei en ambities. #Briqwise #ElsmanInternationalConsultants #samenwerking #financiering #bedrijfsfinanciering #ondernemerschap #groei

