Verlaagd tarief glastuinbouw blijft mogelijk toch langer bestaan

Pas na 2030 wil de Nederlandse overheid het verlaagd energietarief voor de glastuinbouw echt af gaan bouwen. Dat blijkt uit een onlangs verschenen rapport met een afbouwplan voor fossiele subsidies.
Het verlaagd tarief voor energiebelasting geldt als compensatie voor invoering van ETS2 en de bijmengverplichting voor groen gas. Hierdoor zouden de kosten dusdanig hard stijgen dat de sector niet meer zou kunnen verduurzamen.
Daags na verschijning van het rapport is duidelijk geworden dat invoering van ETS2 in de Europese Unie met een jaar wordt uitgesteld tot 2028. Daarmee is er meer tijd om een goede compensatieregeling uit te werken voor stijgende kosten, of naar alternatief beleid te kijken.
Het verlaagd tarief voor glastuinders in Nederland zou eerst vóór 2030 al afgebouwd worden. De Nederlandse overheid wil het verlaagd energietarief voor de glastuinbouw nu tot 2030 'grotendeels in stand houden', om daarna richting 2035 af te bouwen.
"Met de afbouw van de verlaagde tarieven wordt de energietransitie in de glastuinbouw gestimuleerd", zo staat in het rapport. "Met de maatregel worden meer duurzame technieken aantrekkelijk. Voor de warmtevraag van kassen gaat het hierbij met name om de aansluiting op een warmtenet (gevoed op basis van restwarmte of geothermie), de toepassing van aquathermie, warmtepomp en e-boiler. De geleidelijke afbouw zorgt ervoor dat ondernemers in de glastuinbouwsector tijd krijgen om in hun bedrijfsvoering om te schakelen."
Extra maatregelen staan ter discussie
Nederlandse glastuinbouwbedrijven kunnen aanspraak maken op verlaagde tarieven voor het gebruik van aardgas tot 1 miljoen m³ als het aardgas wordt gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten.
Naast het uitfaseren van het verlaagde energiebelasting tarief, wordt het aardgasverbruik in de glastuinbouwsector ook beprijsd via ETS-2 vanaf 2027. Dit vervangt het nationale glastuinbouw CO2-heffingssysteem. De sector wordt gecompenseerd voor de ETS2-kosten tot de hoogte van het nieuwe tarief voor de CO2-heffing dat nodig is om het 2030 restemissiedoel van de sector (4,3 megaton) met voldoende zekerheid te halen.
Over die 'voldoende zekerheid' verschillen de sector en de overheid van mening. Glastuinbouw Nederland wijst op het convenant dat met de overheid is gesproken. Alle daarin opgenomen afspraken zouden genoeg zijn om het doel te halen. De overheid besloot echter extra maatregelen te nemen, al schuift invoering daarvan nu wel op.
Nederland voortrekkersrol
Nederland heeft in 2023 het initiatief genomen om een kopgroep van landen te vormen: de 'Coalition on Phasing Out Fossil Fuel Incentives Including Subsidies (COFFIS). In deze coalitie zijn gezamenlijk afspraken gemaakt over het geven van transparantie over fossiele brandstofsubsidies en het uitfaseren ervan. In het 'Joint Ministerial Statement on Fossil Fuel Subsidies', het basisdocument van COFFIS, committeren de leden zich aan het publiceren van een nationaal uitfaseerplan. Afgesproken is dat dit twee jaar na toetreding gepubliceerd wordt door elk land.
Bron: Groentennieuws.nl
##glastuinbouw #energietransitie #fossielesubsidies #energiebeleid #ETS2 #CO2reductie #duurzameenergie #warmtenetten #geothermie #eerlijkeprijs #Nederland

In de land- en tuinbouw is gefaseerde bedrijfsoverdracht een veelgebruikte route. Een overdracht kan soms wel meer dan vijftien jaar duren. Tijdens dit traject kan het nodig zijn dat de opvolger zijn of haar onderneming inbrengt in een BV. In deze situaties blijft de opvolger het familiebedrijf voortzetten, alleen via een ei gen BV. Het ligt volgens LTO dan ook niet voor de hand dat de familievrijstelling hierdoor zou vervallen. De organisatie wijst er op dat de staatssecretaris van Financiën eerder heeft aangegeven dat, wanneer een opvolger ná afronding van de gefaseerde overdracht zijn onderneming in een BV inbrengt, de familievrijstelling behouden blijft. Beide routes leiden tot dezelfde materiële uitkomst en dan ligt het voor de hand dat ook de fiscale behandeling daarvan gelijk is, aldus LTO. In het huidige ‘kennisgroepstandpunt’ van de Belastingdienst vervalt de familievrijstelling echter wanneer de onderneming tijdens gefaseerde overdracht in een BV wordt ingebracht. De gevolgen hiervan in de praktijk zijn groot, stelt LTO. Opvolgers weten niet welke fiscale gevolgen een BV-inbreng tijdens gefaseerde overdracht heeft. Daardoor zullen trajecten stilvallen en worden geplande bedrijfsoverdrachten uitgesteld. De financiële gevolgen kunnen fors zijn. Bij een gemiddeld bedrijf gaat het al snel om honderdduizenden euro’s. LTO Nederland roept de staatssecretaris van Financiën en de Tweede Kamer op om snel duidelijkheid te geven. Een mogelijke oplossing is, dat de staatssecretaris een besluit publiceert waarin wordt gesteld dat inbrenging in een BV tijdens een gefaseerde bedrijfsoverdracht hetzelfde behandeld dient te worden als een directe inbrenging in een BV, na afronding van een bedrijfsoverdracht. Op deze manier leiden verschillende paden met dezelfde uitkomst wél tot dezelfde fiscale behandeling. bron: AgriHolland #Familievrijstelling #Bedrijfsopvolging #AgrarischeSector #Belastingdienst #LTONederland

In de land- en tuinbouw is gefaseerde bedrijfsoverdracht een veelgebruikte route. Een overdracht kan soms wel meer dan vijftien jaar duren. Tijdens dit traject kan het nodig zijn dat de opvolger zijn of haar onderneming inbrengt in een BV. In deze situaties blijft de opvolger het familiebedrijf voortzetten, alleen via een ei gen BV. Het ligt volgens LTO dan ook niet voor de hand dat de familievrijstelling hierdoor zou vervallen. De organisatie wijst er op dat de staatssecretaris van Financiën eerder heeft aangegeven dat, wanneer een opvolger ná afronding van de gefaseerde overdracht zijn onderneming in een BV inbrengt, de familievrijstelling behouden blijft. Beide routes leiden tot dezelfde materiële uitkomst en dan ligt het voor de hand dat ook de fiscale behandeling daarvan gelijk is, aldus LTO. In het huidige ‘kennisgroepstandpunt’ van de Belastingdienst vervalt de familievrijstelling echter wanneer de onderneming tijdens gefaseerde overdracht in een BV wordt ingebracht. De gevolgen hiervan in de praktijk zijn groot, stelt LTO. Opvolgers weten niet welke fiscale gevolgen een BV-inbreng tijdens gefaseerde overdracht heeft. Daardoor zullen trajecten stilvallen en worden geplande bedrijfsoverdrachten uitgesteld. De financiële gevolgen kunnen fors zijn. Bij een gemiddeld bedrijf gaat het al snel om honderdduizenden euro’s. LTO Nederland roept de staatssecretaris van Financiën en de Tweede Kamer op om snel duidelijkheid te geven. Een mogelijke oplossing is, dat de staatssecretaris een besluit publiceert waarin wordt gesteld dat inbrenging in een BV tijdens een gefaseerde bedrijfsoverdracht hetzelfde behandeld dient te worden als een directe inbrenging in een BV, na afronding van een bedrijfsoverdracht. Op deze manier leiden verschillende paden met dezelfde uitkomst wél tot dezelfde fiscale behandeling. bron: AgriHolland #Familievrijstelling #Bedrijfsopvolging #AgrarischeSector #Belastingdienst #LTONederland

.Samen zetten wij ons in voor passende financieringsoplossingen die ondernemers écht verder helpen. Door onze kennis en ervaring te combineren, kunnen wij bedrijven ondersteunen bij hun groei en ambities. #Briqwise #ElsmanInternationalConsultants #samenwerking #financiering #bedrijfsfinanciering #ondernemerschap #groei

