Dit verandert er fiscaal voor agrariërs in 2026
Welke fiscale wijzigingen krijgen agrariërs in 2026? Overzicht van aanpassingen in belastingen, aftrekposten, btw, BOR en mobiliteit.

Wat verandert er voor agrariërs in 2026 op fiscaal gebied? In dit artikel staan de belangrijkste wijzigingen op een rij.
Het kabinet mag dan lange tijd demissionair zijn geweest, op fiscaal gebied heeft het niet stilgezeten. Er is evengoed een belastingplan opgesteld met maatregelen die dit jaar ingaan. Veel aftrekposten en vrijstellingen worden versoberd of afgeschaft, terwijl tarieven regelmatig stijgen. Per saldo leidt dit tot een duidelijke lastenverzwaring voor ondernemers, waaronder agrarische bedrijven.
Landbouwvrijstelling ongewijzigd
De landbouwvrijstelling blijft vooralsnog ongewijzigd. Winst op landbouwgrond is ook in 2026 – onder voorwaarden – vrijgesteld van inkomsten- en vennootschapsbelasting. Wel onderzoeken de ministeries van Landbouw en Financiën de (on)mogelijkheden en gevolgen van een eventuele afschaffing. Daarmee blijft de toekomst van deze voor de sector cruciale regeling onzeker.
Inkomstenbelasting
De wijzigingen in tarieven en schijven van de inkomstenbelasting zijn beperkt. Ook de heffingskortingen veranderen slechts marginaal.
Bij de ondernemersfaciliteiten zijn de gevolgen groter. De mkb-vrijstelling blijft 12,7%, maar de zelfstandigenaftrek wordt verder afgebouwd en bedraagt in 2026 nog maar €1.200. De startersaftrek blijft €2.123. Daarnaast is het voornemen uitgesproken om de stakingsaftrek en meewerkaftrek in de toekomst af te schaffen.
Eigenwoningschuld
Het voordeel bij geen of een kleine eigenwoningschuld (Wet Hillen) wordt versneld afgeschaft.
Die aftrek eindigt in 2041 in plaats van 2048. Betaal je geen of weinig rente omdat je geen of een kleine eigenwoningschuld hebt, dan is het eigenwoningforfait meestal hoger dan de aftrekbare kosten voor de eigen woning. Je hebt dan recht op aftrek, omdat je geen of een kleine eigenwoningschuld hebt. Dit wordt ook wel de Wet Hillen genoemd. Vanaf 1 januari 2019 wordt de aftrek voor de kleine woningschuld geleidelijk afgebouwd. Vanaf 1 januari 2041 vervalt de aftrek helemaal.
Elektrische auto van de zaak
Voor elektrische auto’s geldt in 2026 een bijtelling van 18% van de catalogusprijs. In 2027 stijgt dit naar 20%. Vanaf 2028 verdwijnt de korting volledig. Het verlaagde tarief geldt in 2026 en 2027 tot een cataloguswaarde van €30.000.
Youngtimerregeling
De bij ondernemers populaire youngtimerregeling voor auto’s wordt in twee jaar afgeschaft. Vanaf 2027 moet de auto minimaal 25 jaar zijn in plaats van 15 jaar. Op het laatste moment heeft staatssecretaris van Financiën Heijnen de overgangsregeling iets verruimd. Ook auto’s die in de loop van 2026 pas 16 jaar worden, vallen onder de overgangsregeling. Maar in 2027 valt de fiscale bijl definitief voor de youngtimer. De leeftijdsgrens wordt verhoogd naar 25 jaar. Pas vanaf dat moment kun je gebruikmaken van de bijtelling van 35% van de dagwaarde in plaats van de 22% van de cataloguswaarde die voor jongere auto’s geldt.
Belasting over vermogen in box 3
Het forfaitaire rendement voor overige bezittingen in box 3 wordt vastgesteld op 7,78%, en dat wordt belast tegen 36%. Alleen bij een lager werkelijk rendement dan het omslagpunt kan de tegenbewijsregeling worden toegepast. Kosten zijn niet aftrekbaar, behalve rentekosten.
Btw en verbouwing
Uitbreiding van de btw-herzieningsregels heeft grote impact voor de praktijk.
Een van de meest ingrijpende wijzigingen voor de agrosector is de uitbreiding van de btw-herzieningsregels met verbouwdiensten per 1 januari 2026. Tot nu toe gold herziening vooral voor onroerende zaken (nieuwbouw), maar voortaan vallen ook verbouwingen onder een meerjarige herziening.
In de praktijk werd vaak gebruikgemaakt van tijdelijk belast gebruik, zoals short stay of belaste verhuur, om volledige btw-aftrek op verbouwingskosten te realiseren. Omdat verbouwdiensten niet onder de herzieningsregels vielen, hoefde deze aftrek later niet te worden gecorrigeerd. Die mogelijkheid wordt nu grotendeels afgesloten.
Vanaf 2026 geldt:
een herzieningstermijn van vier of negen jaar voor verbouwings-btw;
jaarlijkse herziening zodra het gebruik wijzigt van belast naar vrijgesteld (of andersom);
herziening speelt bij verhuur, levering én bedrijfsoverdracht.
Dit raakt onder meer situaties waarin een schuur, stal of kantoor wordt verbouwd tot appartementen voor vrijgestelde verhuur. Maar ook bij het schuiven met onroerend goed binnen vof-structuren, wat binnen de agrosector veelvuldig voorkomt, kan herziening aan de orde zijn. De administratieve lasten nemen fors toe: ondernemers moeten verbouwingen nauwkeurig blijven volgen, activastaten bijhouden en verschillende herzieningstermijnen naast elkaar administreren.
Tijdige planning en beoordeling van lopende en toekomstige verbouwingen is daarom essentieel.
Schenk- en erfbelasting
Biologische en juridische kinderen worden voortaan fiscaal gelijk behandeld bij schenkingen en erfenissen. Verder wordt de aangiftetermijn voor de erfbelasting verlengd naar twintig maanden. Ook wordt het startmoment van het berekenen van erfbelastingrente aangepast van acht naar twintig maanden na overlijden. Dit zijn prettige aanpassingen voor de praktijk.
Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)
De zogenoemde ‘rollatorinvesteringen’ en dubbel-BOR-constructies in de erf- en schenkbelasting worden met ingang van 1 januari 2026 aangepakt. Dit zijn vormen van te creatief gebruik, oftewel misbruik van deze fiscale regeling.
Wanneer in het zicht van overlijden beleggingsvermogen wordt omgezet in ondernemingsvermogen zonder reële bedrijfsoverdracht, dan geldt een aangepaste bezitstermijn voor de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting (BOR). De verplichte bezitstermijn wordt verlengd met zes maanden per jaar dat de ondernemer ouder is dan de AOW-leeftijd, plus twee jaar.
Ook wordt de BOR uitgesloten voor ondernemingen die eerder al in bezit waren van de verkrijger, tot maximaal het bedrag van de eerdere overdrachtsprijs. Twee keer de onderneming overdragen met de BOR is niet meer mogelijk.
Inzagerecht fiscaal dossier
Vanaf 31 december 2025 krijgt elke belastingbetaler het recht om zijn eigen belastinggegevens te bekijken via een digitaal portaal. Dit bevordert de transparantie en stelt mensen in staat beter te begrijpen welke fiscale informatie over hen bestaat. In plaats van te streven naar een alles-in-één-keer-implementatie is het de bedoeling om dit stapsgewijs te realiseren.
Kilometerheffing voor vrachtwagens
Vanaf halverwege 2026 moeten eigenaren van vrachtwagens in Nederland gemiddeld €0,186 per gereden kilometer betalen. Deze vrachtwagenheffing geldt voor alle binnenlandse en buitenlandse vrachtwagens vanaf 3.500 kilo (3,5 ton). De heffing geldt op snelwegen en op een aantal N-wegen en gemeentelijke wegen.
Het Eurovignet vervalt en de motorrijtuigenbelasting (MRB) wordt verlaagd. Voor emissievrije personenauto’s geldt een tijdelijke MRB-korting.
Bron: Boer & Recht van Boerderij
#landbouw #agrarischeondernemers #fiscaliteit #belastingplan2026 #bedrijfsopvolging

In de land- en tuinbouw is gefaseerde bedrijfsoverdracht een veelgebruikte route. Een overdracht kan soms wel meer dan vijftien jaar duren. Tijdens dit traject kan het nodig zijn dat de opvolger zijn of haar onderneming inbrengt in een BV. In deze situaties blijft de opvolger het familiebedrijf voortzetten, alleen via een ei gen BV. Het ligt volgens LTO dan ook niet voor de hand dat de familievrijstelling hierdoor zou vervallen. De organisatie wijst er op dat de staatssecretaris van Financiën eerder heeft aangegeven dat, wanneer een opvolger ná afronding van de gefaseerde overdracht zijn onderneming in een BV inbrengt, de familievrijstelling behouden blijft. Beide routes leiden tot dezelfde materiële uitkomst en dan ligt het voor de hand dat ook de fiscale behandeling daarvan gelijk is, aldus LTO. In het huidige ‘kennisgroepstandpunt’ van de Belastingdienst vervalt de familievrijstelling echter wanneer de onderneming tijdens gefaseerde overdracht in een BV wordt ingebracht. De gevolgen hiervan in de praktijk zijn groot, stelt LTO. Opvolgers weten niet welke fiscale gevolgen een BV-inbreng tijdens gefaseerde overdracht heeft. Daardoor zullen trajecten stilvallen en worden geplande bedrijfsoverdrachten uitgesteld. De financiële gevolgen kunnen fors zijn. Bij een gemiddeld bedrijf gaat het al snel om honderdduizenden euro’s. LTO Nederland roept de staatssecretaris van Financiën en de Tweede Kamer op om snel duidelijkheid te geven. Een mogelijke oplossing is, dat de staatssecretaris een besluit publiceert waarin wordt gesteld dat inbrenging in een BV tijdens een gefaseerde bedrijfsoverdracht hetzelfde behandeld dient te worden als een directe inbrenging in een BV, na afronding van een bedrijfsoverdracht. Op deze manier leiden verschillende paden met dezelfde uitkomst wél tot dezelfde fiscale behandeling. bron: AgriHolland #Familievrijstelling #Bedrijfsopvolging #AgrarischeSector #Belastingdienst #LTONederland

In de land- en tuinbouw is gefaseerde bedrijfsoverdracht een veelgebruikte route. Een overdracht kan soms wel meer dan vijftien jaar duren. Tijdens dit traject kan het nodig zijn dat de opvolger zijn of haar onderneming inbrengt in een BV. In deze situaties blijft de opvolger het familiebedrijf voortzetten, alleen via een ei gen BV. Het ligt volgens LTO dan ook niet voor de hand dat de familievrijstelling hierdoor zou vervallen. De organisatie wijst er op dat de staatssecretaris van Financiën eerder heeft aangegeven dat, wanneer een opvolger ná afronding van de gefaseerde overdracht zijn onderneming in een BV inbrengt, de familievrijstelling behouden blijft. Beide routes leiden tot dezelfde materiële uitkomst en dan ligt het voor de hand dat ook de fiscale behandeling daarvan gelijk is, aldus LTO. In het huidige ‘kennisgroepstandpunt’ van de Belastingdienst vervalt de familievrijstelling echter wanneer de onderneming tijdens gefaseerde overdracht in een BV wordt ingebracht. De gevolgen hiervan in de praktijk zijn groot, stelt LTO. Opvolgers weten niet welke fiscale gevolgen een BV-inbreng tijdens gefaseerde overdracht heeft. Daardoor zullen trajecten stilvallen en worden geplande bedrijfsoverdrachten uitgesteld. De financiële gevolgen kunnen fors zijn. Bij een gemiddeld bedrijf gaat het al snel om honderdduizenden euro’s. LTO Nederland roept de staatssecretaris van Financiën en de Tweede Kamer op om snel duidelijkheid te geven. Een mogelijke oplossing is, dat de staatssecretaris een besluit publiceert waarin wordt gesteld dat inbrenging in een BV tijdens een gefaseerde bedrijfsoverdracht hetzelfde behandeld dient te worden als een directe inbrenging in een BV, na afronding van een bedrijfsoverdracht. Op deze manier leiden verschillende paden met dezelfde uitkomst wél tot dezelfde fiscale behandeling. bron: AgriHolland #Familievrijstelling #Bedrijfsopvolging #AgrarischeSector #Belastingdienst #LTONederland

.Samen zetten wij ons in voor passende financieringsoplossingen die ondernemers écht verder helpen. Door onze kennis en ervaring te combineren, kunnen wij bedrijven ondersteunen bij hun groei en ambities. #Briqwise #ElsmanInternationalConsultants #samenwerking #financiering #bedrijfsfinanciering #ondernemerschap #groei

