Steeds meer beestjes bestrijden ziektes bij planten in de kas

Sluipwespen en roofmijten beschermen de planten in kassen tegen de vraat van andere insecten. De glastuinbouw loopt voorop in duurzame landbouw. Maar zonder pesticiden lukt het nog niet. 

Voor elk seizoen is er wel een geschikt beestje, zegt Adri Bom-Lemstra, voorzitter van Glastuinbouw Nederland. Telers van groente, fruit, bloemen en planten maken in hun kassen gebruik van steeds meer soorten biologische bestrijders van plagen. “Een teler kan soorten kiezen die elkaar aanvullen en versterken”, zegt Bom-Lemstra. “Zo verbetert hij de totale aanpak van plagen en zijn er minder chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig.”

Nederland telt bijna 10.000 hectare aan kassen en in 94 procent daarvan zijn biologische bestrijders actief, zo blijkt uit de meest recente cijfers – over 2024 – van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit percentage is gelijk aan dat van 2020. Het verschil zit in de verschillende soorten: naast sluipwespen en roofmijten gaan steeds vaker zakjes en bakjes galmuggen, rooftripsen, wantsen, kevers, gaas- en zweefvliegen en aaltjes de glazen huizen in.

Die diversiteit zorgt vooral bij de teelt van tomaten, potplanten en chrysanten voor een uitbreiding van de biologische bestrijding. In de meeste gevallen gaat het om bestrijding van schadelijke insecten zoals luizen, spintmijten en tripsen, die bladeren en stengels aanvreten of bloemen in de knop smoren.

Daarnaast groeit de inzet van bacteriën en andere micro-organismen om schimmels te bestrijden. Volgens het CBS gebeurt dat inmiddels op twee derde van het totale kasoppervlak. “Groene middelen bieden een alternatief voor chemische gewasbeschermingsmiddelen en helpen ons te voldoen aan de groeiende vraag naar duurzame productie”, zegt Bom-Lemstra

.Liever geen beestjes of bruine randen
Dat pesticiden nog niet helemaal zijn vervangen ligt vooral aan de winkels en de consument, zegt de glastuinbouwvoorzitter. Die zouden geen beestjes of bruine randen willen. Royal FloraHolland liet dit in 2024 onderzoeken voor bloemen en planten: bij bloemen wil 73 procent van de kopers geen beestjes en meer dan de helft (53 procent) geen beschadiging, bij planten wil 51 procent geen beestjes en 34 procent geen randjes.

Veel telers bespuiten hun producten daarom nog kort voor de oogst en de gang naar de veiling. Ook als een ziekte plotseling de kop op steekt, wordt de spuit even op de haard gericht, maar structureel ligt het pesticidengebruik onder glas veel lager dan op open akkers.

Het gaat in de glastuinbouw steeds beter, beaamt Nienke Schuil van Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland. “Maar de biologische bestrijding heeft pesticiden nog niet volledig vervangen. Dat zien we terug in de verontreiniging van het oppervlaktewater. De cijfers van Hoogheemraadschap Delfland liegen er niet om.” In 2023 bleek uit metingen van het waterschap dat concentraties giftige stoffen in sloten in 22 van de 26 glastuinbouwgebieden in Delfland boven de normen lagen.

In hetzelfde jaar nam de Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland samen met Pesticiden Action Network Europe watermonsters uit kasgebieden in Nederland, België, Duitsland en Spanje. Ze vonden daarbij veel stoffen die alleen in kassen mogen worden gebruikt, en ook stoffen die allang zijn verboden. “Tuinders mogen bepaalde middelen gebruiken omdat hun kassen gelden als een gesloten systeem. Maar door bijvoorbeeld lekkages in het drainagesysteem en het ontluchten van de kas door het openzetten van de dakramen komen die middelen toch in de atmosfeer en het oppervlaktewater terecht”, legt Schuil uit.

Lekrisico’s
Tuinders zijn zich daarvan vaak niet bewust, zegt Schuil. Het waterschap heeft daarom samen met gemeenten en Glastuinbouw Nederland een programma opgezet om tuinders bewust te maken van lekrisico’s. “Zij hebben het water uit hun bassins en het oppervlaktewater ook nodig om hun teelten te besproeien”, zegt Schuil.

Maar er zijn ook telers die illegaal resten van pesticiden lozen of oude voorraden opmaken. “Het staat of valt bij tuinders die zich aan de regels houden”, weet Schuil. “De lobby van producenten is ook sterk. Delfland probeert nu lik op stuk te geven met hoge boetes, maar controle is lastig. We zijn toch afhankelijk van het verantwoordelijkheidsgevoel van de gebruiker zelf.”

Ook binnen de kassen is soms sprake van illegaal gifgebruik. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) meldde in november dat tomatentelers geregeld de regels overtreden. Dat doen ze bijvoorbeeld door waterleidingen waarin schimmels en bacteriën zitten door te spoelen met waterstofperoxide waar ze soms zilver aan toevoegen. Dat mag, maar de leidingen moeten daarna worden nagespoeld en het vuile water in containers afgevoerd. Dat gebeurt lang niet altijd waardoor het gif op de tomaten terechtkomt en er soms op blijft zitten.

Begin februari bracht de NVWA naar buiten dat telers van snijbloemen onder glas het niet zo nauw nemen met de regels voor bestrijdingsmiddelen. Te hoge doseringen of vaker gebruik van middelen dan is toegestaan zou risico’s kunnen opleveren voor mens, dier en milieu. Vervolgonderzoek is nodig om duidelijk te krijgen hoe groot die risico’s zijn, zegt de autoriteit.

Bron: Trouw 

#DuurzameLandbouw#Glastuinbouw#BiologischeBestrijding#Gewasbescherming#CirculaireEconomie#Elsman

16 april 2026
Glastuinbouw Nederland reageert op een persbericht waarin Natuur & Milieu (N&M) stelt dat nog steeds te veel bestrijdingsmiddelen in water terechtkomen. De aanleiding is het rapport ‘Chemievrije teelt als antwoord op te veel bestrijdingsmiddelen in het water rondom kassen’ dat de natuurorganisatie deze week publiceerde (onderaan dit artikel te downloaden). N&M stelt dat extra stappen nodig zijn om de waterkwaliteit rond kassen te verbeteren. Volgens voorzitter Adri Bom-Lemstra van Glastuinbouw Nederland heeft de glastuinbouwsector diezelfde conclusie eerder al getrokken. Dat resulteerde in een actieplan met diverse extra maatregelen. ‘Het rapport van N&M beschouwen we dan ook als een bevestiging dat we op de goede weg zijn.’ Normoverschrijdingen nemen af Uit onderzoek van N&M blijkt dat de normoverschrijdingen afnemen. Een trend die Glastuinbouw Nederland herkent en die overeenkomt met de landelijke meetnetgegevens. ‘Waar het om de ecologische staat van het oppervlaktewater gaat, maken we wel de kanttekening dat er meer factoren zijn die deze beïnvloeden dan alleen gewasbeschermingsmiddelen’, aldus Bom-Lemstra. ‘Uit onze praktijkervaring weten we dat de duiding van aangetroffen stoffen erg lastig is’, vervolgt de Glastuinbouw Nederland-voorzitter. ‘We zien steeds meer stoffen waarvan het gebruik door de glastuinbouw onwaarschijnlijk is. Daarover zouden we graag over in gesprek gaan met N&M.’ Bedrijven certificeren Als voorbeelden van maatregelen die de glastuinbouw neemt, noemt Bom-Lemstra het actieplan ‘Waterkwaliteit in glastuinbouwgebieden’ en de projecten Watercoach, Transparante Tuinders en Waterkracht. Deze projecten vinden ook plaats in glastuinbouwgebieden waarin geen meetpunt van het landelijk meetnet is. Daarnaast onderzoekt de sector of het mogelijk is om glastuinbouwbedrijven die volledig lekdicht zijn en geen emissies naar het milieu hebben, te certificeren. Bij de uitvoering van de extra maatregelen werkt de sector nauw samen met het Platform Duurzame Glastuinbouw (PDG). Dit is een samenwerkingsverband tussen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Unie van Waterschappen, provincies, gemeenten en Glastuinbouw Nederland. Het PDG wil onder andere meer inzet op risicogestuurd toezicht en handhaving, om telers te prikkelen tot verbeteringen. Ook dat is volgens Bom-Lemstra in lijn met de aanbevelingen in het rapport van N&M. Terugdringen chemiegebruik Om lekkages van gewasbeschermingsmiddelen uit kassen aan te pakken, adviseert N&M de bron van die emissies aan te pakken en het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen af te bouwen. In haar reactie wijst Bom-Lemstra erop dat de sector fors inzet op het terugdringen van het chemiegebruik. ‘Het project 100% Groen Geteeld is daarvan een voorbeeld.’ Wel voegt de voorzitter van Glastuinbouw Nederland eraan toe dat haar organisatie genuanceerd kijkt naar het gebruik van chemie. ‘Een beperkte inzet kan een groot verlies van opbrengst voorkomen. Wel moeten we ervoor zorgen dat die middelen niet in het milieu terechtkomen.’ Voor een aantal ziekten en plagen is volgens Bom-Lemstra nog geen groene oplossing beschikbaar. ‘We roepen N&M daarom op om samen met ons te werken aan het sneller beschikbaar krijgen van groene middelen.’ Glastuinbouw Nederland reageert op een persbericht waarin Natuur & Milieu (N&M) stelt dat nog steeds te veel bestrijdingsmiddelen in water terechtkomen. De aanleiding is het rapport ‘Chemievrije teelt als antwoord op te veel bestrijdingsmiddelen in het water rondom kassen’ dat de natuurorganisatie deze week publiceerde (onderaan dit artikel te downloaden). N&M stelt dat extra stappen nodig zijn om de waterkwaliteit rond kassen te verbeteren. Volgens voorzitter Adri Bom-Lemstra van Glastuinbouw Nederland heeft de glastuinbouwsector diezelfde conclusie eerder al getrokken. Dat resulteerde in een actieplan met diverse extra maatregelen. ‘Het rapport van N&M beschouwen we dan ook als een bevestiging dat we op de goede weg zijn.’ Normoverschrijdingen nemen af Uit onderzoek van N&M blijkt dat de normoverschrijdingen afnemen. Een trend die Glastuinbouw Nederland herkent en die overeenkomt met de landelijke meetnetgegevens. ‘Waar het om de ecologische staat van het oppervlaktewater gaat, maken we wel de kanttekening dat er meer factoren zijn die deze beïnvloeden dan alleen gewasbeschermingsmiddelen’, aldus Bom-Lemstra. ‘Uit onze praktijkervaring weten we dat de duiding van aangetroffen stoffen erg lastig is’, vervolgt de Glastuinbouw Nederland-voorzitter. ‘We zien steeds meer stoffen waarvan het gebruik door de glastuinbouw onwaarschijnlijk is. Daarover zouden we graag over in gesprek gaan met N&M.’ Bedrijven certificeren Als voorbeelden van maatregelen die de glastuinbouw neemt, noemt Bom-Lemstra het actieplan ‘Waterkwaliteit in glastuinbouwgebieden’ en de projecten Watercoach, Transparante Tuinders en Waterkracht. Deze projecten vinden ook plaats in glastuinbouwgebieden waarin geen meetpunt van het landelijk meetnet is. Daarnaast onderzoekt de sector of het mogelijk is om glastuinbouwbedrijven die volledig lekdicht zijn en geen emissies naar het milieu hebben, te certificeren. Bij de uitvoering van de extra maatregelen werkt de sector nauw samen met het Platform Duurzame Glastuinbouw (PDG). Dit is een samenwerkingsverband tussen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Unie van Waterschappen, provincies, gemeenten en Glastuinbouw Nederland. Het PDG wil onder andere meer inzet op risicogestuurd toezicht en handhaving, om telers te prikkelen tot verbeteringen. Ook dat is volgens Bom-Lemstra in lijn met de aanbevelingen in het rapport van N&M. Terugdringen chemiegebruik Om lekkages van gewasbeschermingsmiddelen uit kassen aan te pakken, adviseert N&M de bron van die emissies aan te pakken en het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen af te bouwen. In haar reactie wijst Bom-Lemstra erop dat de sector fors inzet op het terugdringen van het chemiegebruik. ‘Het project Wel voegt de voorzitter van Glastuinbouw Nederland eraan toe dat haar organisatie genuanceerd kijkt naar het gebruik van chemie. ‘Een beperkte inzet kan een groot verlies van opbrengst voorkomen. Wel moeten we ervoor zorgen dat die middelen niet in het milieu terechtkomen.’ Voor een aantal ziekten en plagen is volgens Bom-Lemstra nog geen groene oplossing beschikbaar. ‘We roepen N&M daarom op om samen met ons te werken aan het sneller beschikbaar krijgen van groene middelen.’ Bron: Nieuwe Oogst #Glastuinbouw #Waterkwaliteit #Gewasbescherming #DuurzameTeelt #GroeneMiddelen #Elsman
Bekijk meer
16 april 2026
Glastuinbouw Nederland reageert op een persbericht waarin Natuur & Milieu (N&M) stelt dat nog steeds te veel bestrijdingsmiddelen in water terechtkomen. De aanleiding is het rapport ‘Chemievrije teelt als antwoord op te veel bestrijdingsmiddelen in het water rondom kassen’ dat de natuurorganisatie deze week publiceerde (onderaan dit artikel te downloaden). N&M stelt dat extra stappen nodig zijn om de waterkwaliteit rond kassen te verbeteren. Volgens voorzitter Adri Bom-Lemstra van Glastuinbouw Nederland heeft de glastuinbouwsector diezelfde conclusie eerder al getrokken. Dat resulteerde in een actieplan met diverse extra maatregelen. ‘Het rapport van N&M beschouwen we dan ook als een bevestiging dat we op de goede weg zijn.’ Normoverschrijdingen nemen af Uit onderzoek van N&M blijkt dat de normoverschrijdingen afnemen. Een trend die Glastuinbouw Nederland herkent en die overeenkomt met de landelijke meetnetgegevens. ‘Waar het om de ecologische staat van het oppervlaktewater gaat, maken we wel de kanttekening dat er meer factoren zijn die deze beïnvloeden dan alleen gewasbeschermingsmiddelen’, aldus Bom-Lemstra. ‘Uit onze praktijkervaring weten we dat de duiding van aangetroffen stoffen erg lastig is’, vervolgt de Glastuinbouw Nederland-voorzitter. ‘We zien steeds meer stoffen waarvan het gebruik door de glastuinbouw onwaarschijnlijk is. Daarover zouden we graag over in gesprek gaan met N&M.’ Bedrijven certificeren Als voorbeelden van maatregelen die de glastuinbouw neemt, noemt Bom-Lemstra het actieplan ‘Waterkwaliteit in glastuinbouwgebieden’ en de projecten Watercoach, Transparante Tuinders en Waterkracht. Deze projecten vinden ook plaats in glastuinbouwgebieden waarin geen meetpunt van het landelijk meetnet is. Daarnaast onderzoekt de sector of het mogelijk is om glastuinbouwbedrijven die volledig lekdicht zijn en geen emissies naar het milieu hebben, te certificeren. Bij de uitvoering van de extra maatregelen werkt de sector nauw samen met het Platform Duurzame Glastuinbouw (PDG). Dit is een samenwerkingsverband tussen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Unie van Waterschappen, provincies, gemeenten en Glastuinbouw Nederland. Het PDG wil onder andere meer inzet op risicogestuurd toezicht en handhaving, om telers te prikkelen tot verbeteringen. Ook dat is volgens Bom-Lemstra in lijn met de aanbevelingen in het rapport van N&M. Terugdringen chemiegebruik Om lekkages van gewasbeschermingsmiddelen uit kassen aan te pakken, adviseert N&M de bron van die emissies aan te pakken en het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen af te bouwen. In haar reactie wijst Bom-Lemstra erop dat de sector fors inzet op het terugdringen van het chemiegebruik. ‘Het project 100% Groen Geteeld is daarvan een voorbeeld.’ Wel voegt de voorzitter van Glastuinbouw Nederland eraan toe dat haar organisatie genuanceerd kijkt naar het gebruik van chemie. ‘Een beperkte inzet kan een groot verlies van opbrengst voorkomen. Wel moeten we ervoor zorgen dat die middelen niet in het milieu terechtkomen.’ Voor een aantal ziekten en plagen is volgens Bom-Lemstra nog geen groene oplossing beschikbaar. ‘We roepen N&M daarom op om samen met ons te werken aan het sneller beschikbaar krijgen van groene middelen.’ Glastuinbouw Nederland reageert op een persbericht waarin Natuur & Milieu (N&M) stelt dat nog steeds te veel bestrijdingsmiddelen in water terechtkomen. De aanleiding is het rapport ‘Chemievrije teelt als antwoord op te veel bestrijdingsmiddelen in het water rondom kassen’ dat de natuurorganisatie deze week publiceerde (onderaan dit artikel te downloaden). N&M stelt dat extra stappen nodig zijn om de waterkwaliteit rond kassen te verbeteren. Volgens voorzitter Adri Bom-Lemstra van Glastuinbouw Nederland heeft de glastuinbouwsector diezelfde conclusie eerder al getrokken. Dat resulteerde in een actieplan met diverse extra maatregelen. ‘Het rapport van N&M beschouwen we dan ook als een bevestiging dat we op de goede weg zijn.’ Normoverschrijdingen nemen af Uit onderzoek van N&M blijkt dat de normoverschrijdingen afnemen. Een trend die Glastuinbouw Nederland herkent en die overeenkomt met de landelijke meetnetgegevens. ‘Waar het om de ecologische staat van het oppervlaktewater gaat, maken we wel de kanttekening dat er meer factoren zijn die deze beïnvloeden dan alleen gewasbeschermingsmiddelen’, aldus Bom-Lemstra. ‘Uit onze praktijkervaring weten we dat de duiding van aangetroffen stoffen erg lastig is’, vervolgt de Glastuinbouw Nederland-voorzitter. ‘We zien steeds meer stoffen waarvan het gebruik door de glastuinbouw onwaarschijnlijk is. Daarover zouden we graag over in gesprek gaan met N&M.’ Bedrijven certificeren Als voorbeelden van maatregelen die de glastuinbouw neemt, noemt Bom-Lemstra het actieplan ‘Waterkwaliteit in glastuinbouwgebieden’ en de projecten Watercoach, Transparante Tuinders en Waterkracht. Deze projecten vinden ook plaats in glastuinbouwgebieden waarin geen meetpunt van het landelijk meetnet is. Daarnaast onderzoekt de sector of het mogelijk is om glastuinbouwbedrijven die volledig lekdicht zijn en geen emissies naar het milieu hebben, te certificeren. Bij de uitvoering van de extra maatregelen werkt de sector nauw samen met het Platform Duurzame Glastuinbouw (PDG). Dit is een samenwerkingsverband tussen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Unie van Waterschappen, provincies, gemeenten en Glastuinbouw Nederland. Het PDG wil onder andere meer inzet op risicogestuurd toezicht en handhaving, om telers te prikkelen tot verbeteringen. Ook dat is volgens Bom-Lemstra in lijn met de aanbevelingen in het rapport van N&M. Terugdringen chemiegebruik Om lekkages van gewasbeschermingsmiddelen uit kassen aan te pakken, adviseert N&M de bron van die emissies aan te pakken en het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen af te bouwen. In haar reactie wijst Bom-Lemstra erop dat de sector fors inzet op het terugdringen van het chemiegebruik. ‘Het project Wel voegt de voorzitter van Glastuinbouw Nederland eraan toe dat haar organisatie genuanceerd kijkt naar het gebruik van chemie. ‘Een beperkte inzet kan een groot verlies van opbrengst voorkomen. Wel moeten we ervoor zorgen dat die middelen niet in het milieu terechtkomen.’ Voor een aantal ziekten en plagen is volgens Bom-Lemstra nog geen groene oplossing beschikbaar. ‘We roepen N&M daarom op om samen met ons te werken aan het sneller beschikbaar krijgen van groene middelen.’ Bron: Nieuwe Oogst #Glastuinbouw #Waterkwaliteit #Gewasbescherming #DuurzameTeelt #GroeneMiddelen #Elsman
2 april 2026
Grotere bedrijven handelen al jaren op de stroommarkt. Het einde van de salderingsregeling dwingt nu ook boeren en tuinders zich op die markt te oriënteren. Door de oorlog in Iran staat de energietransitie weer volop in de aandacht. Rondom de gemeenteraadsverkiezingen is daardoor ook de kwestie van windmolens op land weer afgestoft. Hét beeld daarbij zijn de torenhoge witte reuzen van 100 of zelfs 200 meter hoog. Die kunnen op voorhand al rekenen op verzet, omdat ze horizonvervuiling, slagschaduwen en lawaai veroorzaken. De veel kleinere windmolens op de erven van boeren en tuinders hebben ook last van dat ongunstige imago. Maar als gemeenten en provincies de juiste informatie hebben, kunnen ze er bijna niet tegen zijn, stelt Alexander Mascini van Ecoways. Dit bedrijf zet zogeheten erfmolens met een ashoogte van 15 meter neer bij vooral agrarisch ondernemers met een middelgrote energievraag. “We hebben nu zo’n 1.000 klanten, waarvan bijna 90% in Nederland. De afgelopen jaren hebben we ook heel veel zonnepanelen geïnstalleerd. En de laatste tijd is er ook veel vraag naar batterijen. Het bijzondere aan de erfmolens is dat we die helemaal zelf in Nederland produceren.” Kleinverbruikersaansluiting De combinatie van zonnepanelen, een kleine erfmolen en eventueel een batterij is vooral interessant voor boeren en tuinders met een verbruik rond 50.000 kWh per jaar. Ondernemers die met een kleinverbruikersaansluiting onder de 3×80 ampère zaten, vielen onder de salderingsregeling. Met het verdwijnen daarvan wordt het ook voor deze groep – naar schatting zo’n driekwart van alle agrarisch ondernemers in Nederland – zaak om de eigen stroomvraag en het eigen stroomaanbod zoveel mogelijk gelijk op te laten lopen. Met alleen zonne-energie heb je vaak te veel stroom en nog vaker helemaal géén stroom. Maar waaien doet het ook als de zon onder is of niet schijnt. En met een batterij erbij kun je ook zonder zon én zonder wind op eigen energie doordraaien, waardoor je minder snel dure netstroom hoeft af te nemen. Zelf kunnen sturen achter de meter is nu de grootste drijfveer bij klanten en potentiële klanten, stelt Mascini. “Als straks niemand meer kan salderen, is echt voor iedereen het gebruiken van eigen stroom het voordeligst. Ook voordeliger dan met je opgewekte stroom gaan handelen.” Onbalansmarkt zakt in Energietransitie-expert Sanne de Boer van RaboResearch valt Mascini daarin bij. Batterijen halen het zekerste rendement als je er je eigen gebruik mee kunt optimaliseren. Er winst mee kunnen maken op de onbalansmarkt, calculeerden velen bij de aanschaf van een batterij wel in. “Maar die markt is al aan het inzakken. Het is een relatief kleine markt en als steeds meer partijen er op actief worden, daalt het verdienpotentieel.” De terugverdientijd in de verkoopplaatjes van de almaar talrijker wordende batterijproducenten en -handelaren is deels gebaseerd op de jaren 2022 en 2023. Tijdens de energiecrisis aan het begin van de Oekraïne-oorlog konden hoge rendementen worden behaald met flexibel invoeden of afnemen van stroom. Maar die bieden geen garantie voor de toekomst. Dat we nu wéér met een oorlog te maken hebben die de energiemarkten op hol doet slaan, doet daar niks aan af. Subsidiemogelijkheden “Het is heel moeilijk om op voorhand een berekening los te laten op de businesscase voor een energie-installatie die 15 jaar mee moet gaan”, stelt De Boer. “Het is dus best lastig om een dergelijke installatie als los project te financieren”. Wat de terugverdientijd van bijvoorbeeld een erfmolen in elk geval bekort, is de subsidie die je erop kan krijgen. Landelijk is er de Energie-investeringsaftrek EIA en er zijn provinciale subsidies. En onder voorwaarden betaalt ook het duurzaamheidsfonds van Rabobank tot €10.000 mee op de €100.000 die zo’n windmolen inclusief vergunningsaanvraag en installatie kost. Eigen energiedata eerst Voor ondernemers die voor zichzelf hun opties op een rijtje willen zetten, is de eerste stap de eigen energiedata zo gedetailleerd mogelijk op een rijtje te zetten, stelt Jinny Soe Moe Let van Netbeheer Nederland. “Begrijp hoe je energiefacturen eruitzien.” De basis is daarbij uiteraard de energiebehoefte van het bedrijf. Hoe veel stroom is er nodig en wanneer per dag, week of maand – is er meer of minder nodig? Hoe groot is de piek aan elektriciteitsvolume die door je netaansluiting moet kunnen? En hoe vaak benaderde de afgelopen jaren jouw verbruik daadwerkelijk dat piekvolume? Slim sturen achter je meter is volgens Soe Moe Let voor zowel ondernemers als voor particulieren de eerste prioriteit. Dat verlaagt de pieken van te veel stroom tegelijk moeten invoeden naar het net én de pieken van te veel tegelijk moeten afnemen van het net. De eerste en eenvoudigste besparing kan dan al zijn dat je je aansluiting prima blijkt te kunnen verkleinen. En als je een dynamisch energiecontract hebt, kun je ook al meteen geld verdienen door te voorkomen dat je stroom moet afnemen tijdens dure uren, of stroom moet leveren tegen lage of zelfs negatieve prijzen. Een andere manier van winst pakken is dat je je ongebruikte piekvolume tegen een vergoeding beschikbaar stelt aan een buurman. Netcongestie voor zijn Dat laatste is van groot belang met het oog op de problemen die we in Nederland hebben met netcongestie. Dat is in de eerste plaats een theoretisch probleem: nieuwe bedrijven aansluiten op het net, vergroot het risico dat alle bedrijven en huishoudens bij elkaar opgeteld op één moment allemaal tegelijk hun maximale volume willen en zullen afnemen en de boel klapt. Die klap kunnen we niet alleen voorkomen door volle bak het net te verzwaren. Dat kost vele miljarden euro’s én vele jaren. Maar eerder en sneller al kunnen we het opgeteld volume van de aansluitingen beter verdelen. In de Energiewet, die sinds 1 januari de oude Gaswet en Elektriciteitswet vervangt, staat in het overzicht van alle verschillende partijen met hun verschillende rollen ook de Congestion Service Provider genoemd. Dat zijn door de overheid gecertificeerde bedrijven die flexdiensten faciliteren, naar de netbeheerder, naar de groothandelsmarkten of naar de andere leden van een groep gebruikers die besluiten achter één meter te gaan zitten. Zo’n groepscontract is al langer mogelijk, maar is best ingewikkeld. Alle leden van de groep moesten allemaal bij dezelfde energieleverancier zijn aangesloten. En in zo’n contract moet van alles vooraf waterdicht worden geregeld: kosten, baten, garanties over wie wanneer waarop recht heeft, en wie er voorrang krijgt bij een tekort aan piekcapaciteit. Van vaste contracten naar vrije keuze De mogelijkheden om onderling contractcapaciteit te delen, maar ook achter die gezamenlijke meter vraag en aanbod van stroom eerst onderling uit te wisselen en te ‘salderen’, en nog veel meer, zijn in hoofdstukken 1 en 2 van de nieuwe Energiewet al aardig op een rijtje gezet. Interessant leesvoer, waar het hoofd van de nu met vaste contracten werkende boer of tuinder wel van kan gaan duizelen. En de mogelijkheden om eigen vraag en aanbod van energie te managen worden in 2027 alleen nog maar groter. Vanwege EU-regels zitten klanten dan niet meer voor al hun diensten aan één energieleverancier vast. Energielevering als dienst wordt dan ‘ontbundeld’ met al die andere mogelijke diensten, die dan vrijelijk bij andere partijen afgenomen kunnen worden. De boer en de tuinder, maar ook de bakker en de loodgieter: elke ondernemer wordt dan óók energieondernemer. Of hij bepaalt in ieder geval samen met zijn leveranciers van energiediensten hoe het bedrijf energetisch als een zonnetje blijft draaien. En hoe de energiestromen technisch en financieel zo gunstig mogelijk door de kabels stromen. Bron: Gactueel #salderingsmaatregel #subsidie #Elsman #stroommarkt #energie #netcongestie
26 maart 2026
Ondanks een exportgroei van 3 procent - het hoogste niveau in twee jaar - is het vertrouwen van Nederlandse exporteurs gedaald naar het laagste punt sinds de financiële crisis. Bedrijven beoordelen het economische klimaat met een magere 5,9, wat duidt op pessimisme, terwijl de export juist veerkrachtig blijft presteren. Vooral de Verenigde Staten gelden als belangrijke groeimotor, maar tegelijkertijd beschouwen exporteurs de Amerikaanse markt óók als risicovol door handelsbeperkingen en politieke onzekerheid. Geopolitieke spanningen en handelstarieven worden door bedrijven dan ook massaal genoemd als grootste bedreiging voor verdere groei. Deze onzekerheid heeft ook invloed op de keuze voor afzetmarkten waar Nederlandse bedrijven willen groeien. Dat blijkt uit Trends in Export, het jaarlijkse onderzoek van Atradius en evofenedex dat vandaag is gepubliceerd. Exporteurs realiseren een steeds groter deel van hun omzet binnen de Europese Unie. Terwijl vorig jaar nog 67 procent van de exportomzet uit de EU kwam, ligt dat aandeel nu boven de 70 procent. Daarmee zet de verschuiving naar een meer regionaal georiënteerde export zich voort en kiezen Nederlandse bedrijven vaker voor nabijgelegen, stabiele markten. Duitsland blijft de belangrijkste exportbestemming, gevolgd door België, Frankrijk, Italië en Spanje. Ook op langere termijn zien exporteurs Europa als de meest kansrijke regio. "In een tijd van verschuivende machtsblokken biedt de Europese markt stabiliteit, nabijheid en voorspelbaarheid", zegt Bart Jan Koopman, algemeen directeur van evofenedex. "Tegelijkertijd ziet de helft van de bedrijven geopolitieke onrust als grootste obstakel voor verdere groei en noemt 37 procent handelsoorlogen als risico. Daardoor wordt de Nederlandse export minder mondiaal en meer regionaal georiënteerd. Europa blijft het fundament en dat maakt het des te urgenter om de interne markt verder te versterken en te versoepelen." VS grootste kans én risico voor Nederlandse exporteurs Ondanks geopolitieke spanningen en het grillige Amerikaanse handelsbeleid blijven de VS een cruciale afzetmarkt. Nederlandse bedrijven noemen de VS het vaakst als markt waar zij in 2026 een omzetstijging verwachten, maar tegelijkertijd staat het land óók in de top van verwachte omzetdalers. Dit maakt duidelijk dat kansen en risico's in deze markt dicht bij elkaar liggen. Ook lijkt de groei in de VS deels te zijn veroorzaakt door het naar voren halen van orders in de aanloop naar hogere handelstarieven. Andere regio's, zoals Noord-Amerika en het Midden-Oosten, worden minder vaak als kansrijk gezien dan vorig jaar. Daarmee wordt duidelijk dat de internationale vraag steeds moeilijker te voorspellen is en exportgroei minder vanzelfsprekend wordt. Interne knelpunten kosten export miljarden Niet alleen externe factoren remmen de exportgroei, ook in bedrijven zelf blijft veel potentieel onbenut. Twee op de drie exporteurs geven aan dat interne belemmeringen - zoals personeelstekorten, productaanpassingen en prijsbeleid - de groei beperken. Omgerekend betekent dit dat een aanzienlijk deel van de Nederlandse export, goed voor honderden miljarden euro's, te maken heeft met remmende factoren. Exporteurs schatten dat deze interne knelpunten leiden tot gemiddeld bijna 10 procent omzetverlies. Dat komt neer op circa 70 miljard euro aan gemiste exportomzet en mogelijk 20 tot 25 miljard euro aan misgelopen winst. Vooral capaciteitstekorten en organisatorische beperkingen worden vaak genoemd. Problemen met financiering en exportkredietverzekeringen komen minder vaak voor, maar hebben wel een grote impact als ze zich voordoen. Exporteurs opnieuw strikter met betalingscondities Ook dit jaar zijn Nederlandse exporteurs strikter met betalingscondities. De verslechterde kredietwaardigheid van internationale klanten draagt hieraan bij. Landen waar sprake is van de grootste betalingsproblemen zijn Frankrijk en Italië - waar 8 procent van de exporteurs problemen ervaart - België (7 procent), Duitsland (6 procent), Spanje (5 procent) en het Verenigd Koninkrijk (5 procent). "We zien dat exporteurs steeds scherper sturen op zekerheden en betaaltermijnen. Dat is begrijpelijk in een omgeving waarin de kredietwaardigheid van afnemers onder druk staat, maar het vraagt ook om maatwerk. Wie internationale klanten goed screent en de juiste vormen van kredietverzekering inzet, kan verantwoord zakendoen in landen waar betalingsrisico's toenemen, zonder groeikansen te laten liggen", aldus Tom Kaars Sijpesteijn, directeur van Atradius Nederland Bron: Groentennieuws #NederlandseExport #Exportgroei #GeopolitiekeSpanningen #Handelstarieven #EuropeseMarkt .
Bekijk meer