20 januari 2026
Ongeveer een op de vijf veelgebruikte gewasbeschermingsmiddelen bevat PFAS. Ctgb gaat middelen met deze chemische, bijna niet-afbreekbare stoffen opnieuw bekijken. Wat zijn PFAS en wat betekenen ze voor gewasbescherming in de tuinbouw? 11 vragen en antwoorden over PFAS. 1. Wat zijn PFAS? PFAS is een verzamelnaam voor duizenden chemische stoffen die zeer stabiel zijn en bijna niet afbreken in het milieu. De bekendste toepassingen zijn anti-aanbakpannen, textiel en brandblusschuim. Minder bekend, maar wat de laatste tijd steeds meer aandacht krijgt, is dat sommige moderne gewasbeschermingsmiddelen ook fluorhoudende groepen bevatten die tot de PFAS-familie worden gerekend, of die bij afbraak PFAS-achtige stoffen vormen. Daarom is PFAS nu een onderwerp in de gewasbescherming. 2. Hoeveel gewasbeschermingsmiddelen bevatten PFAS? CLM Onderzoek & Advies heeft vastgesteld dat 25 toegelaten werkzame stoffen een PFAS-verbinding zijn. Ook drie hulpstoffen zijn geclassificeerd als PFAS-verbinding. In totaal zijn er 115 middelen op de markt die PFAS bevatten. Het gaat vooral om fungiciden en herbiciden. Het rapport meldt dat de lijst niet volledig is, omdat fabrikanten niet de hele samenstelling hoeven te melden. Het aandeel PFAS-middelen in het totale middelengebruik is de laatste jaren gestegen. 3. Waarom zitten PFAS in die middelen? Meestal is dat als actieve stof. Fluor heeft een heleboel positieve eigenschappen. Het maakt dat de middelen stabieler zijn, dus minder snel worden afgebroken door zonlicht of door enzymen in de plant. Het zorgt er ook voor dat een middel makkelijker door een celwand kan dringen. Door de fluor zijn de middelen biologisch actiever tegen schimmels en bacteriën, terwijl het geen effect heeft op de plant. Dit maakt lagere doseringen mogelijk. Soms worden PFAS toegevoegd als hulpstof, zoals een stabilisator of uitvloeier. Niet alle gewasbeschermingsmiddelen met fluor zijn PFAS-houdend. Het gaat om organische fluorverbindingen met minstens één perfluoralkylketen. 4. Waarom waren PFAS niet eerder een issue? Chemisch gezien is het logisch om fluor in pesticiden te gebruiken, vanwege de stabiliteit en werkzaamheid. Dit wordt al decennialang gedaan, en tot voor kort beschouwd als veilig – buiten toxicologen, die er al langer voor waarschuwen. Ook het afbraakproduct TFA werd niet breed gezien als een probleem, mede omdat er weinig bekend is over de effecten. Gewasbeschermingsmiddelen zijn daarom nooit beoordeeld op de aanwezigheid van PFAS. Zonder wettelijke grondslag kunnen PFAS-componenten niet worden geweigerd, laat de Nederlandse toelatingsinstantie Ctgb weten. CLM dringt erop aan om PFAS mee te nemen bij de beoordeling. 5. Welk risico vormt PFAS? Grote PFAS kunnen zich ophopen in het bloed en in organen zoals de lever. Daar kunnen ze effect hebben op het immuunsysteem. Mensen maken minder afweerstoffen aan na een vaccinatie en worden vatbaarder voor ziekten. Deze effecten treden zelfs op bij een lage maar langdurige blootstelling. Mogelijk is er ook een grotere kans op auto-immuunziekten, kanker en schade aan de lever. PFAS is onlangs op de lijst Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) gezet. Dat betekent onder meer dat bedrijven de emissie zo ver mogelijk naar nul moeten brengen. De Arbeidsinspectie schrijft dat 77% van de tuinbouwbedrijven niet weet in welke gewasbeschermingsmiddelen PFAS zitten. ‘Alle werkgevers die zijn bezocht werken met gewasbeschermingsmiddelen met PFAS, dus zij zouden dit in een RI&E en een plan van aanpak moeten opnemen.’ Een ander punt is dat bij de afbraak van PFAS trifluorazijnzuur (TFA) over blijft. 6. Wat is er mis met trifluorazijnzuur (TFA)? TFA is zelf ook een PFAS, maar het heeft een ander risicoprofiel dan de bekende PFAS die bestaan uit lange ketens, zoals PFOS en PFOA. Het is een klein molecuul dat makkelijk uitspoelt naar het grondwater en nagenoeg niet afbreekt. Deense onderzoekers hebben aangetoond dat de concentratie TFA in landbouwgebieden duidelijk stijgt. De stof wordt aangetroffen in grondwaterbeschermingsgebieden, ook in Nederland, weliswaar nog in lage concentraties, maar het neemt toe zolang er gewasbeschermingsmiddelen met PFAS worden gebruikt. Het molecuul is vrijwel niet uit het drinkwater te verwijderen. Toxiciteitsstudies bij zoogdieren duiden op effecten op de voortplanting en ontwikkeling bij zoogdieren en mensen. Duitsland wil dat TFA officieel wordt aangemerkt als ’mogelijk schadelijk voor de voortplanting’. Drinkwaterbedrijven willen dan ook liever gisteren dan vandaag een verbod. 7. Welke gewasbeschermingsmiddelen kunnen TFA vormen? Daar bestaat een lijst met stoffen van, die is gebruikt voor het CLM-onderzoek en in het advies naar de minister. In elk geval geldt het voor een grote groep van tien moderne fungiciden, acht herbiciden en acht insecticiden met fluorgroepen in het molecuul. In de sierteelt worden deze middelen gebruikt in bollenteelten en in kasteelten als roos, gerbera, chrysant, lisianthus, anthurium, pot- en perkplanten. 8. Hoe belangrijk zijn deze middelen? Ze zijn vooral belangrijk voor de bestrijding van botrytis. Met name in uien, aardappelen en granen worden ze in grote hoeveelheden toegepast. Maar ze worden ook in teelten onder glas gebruikt. Hier is de druk van botrytis, meeldauw en roest hoog, door de hoge rv, weinig luchtbeweging en een dicht gewas. Veel telers gebruiken fluopyram en strobilurines als ruggengraat in hun spuitschema, omdat ze een brede werking en een betrouwbare effectiviteit hebben. Het wegvallen van deze stoffen kan directe gevolgen hebben voor de teeltzekerheid. In de buitenteelten worden deze middelen vooral gebruikt tegen roest en bladvlekken. Voor de bollensector zijn fludioxonil-producten belangrijk voor wondbehandeling en bewaring. Daar zijn weinig alternatieven voor. 9. Zijn er alternatieven als middelen met PFAS verdwijnen? De chemische alternatieven zijn beperkt. De meeste moderne contactmiddelen zijn al eerder van de markt verdwenen. Er zijn nog triazolen (DMI’s), enkele SDHI’s die de energiehuishouding van schimmels blokkeren, maar die zijn smaller in werking en gevoelig voor resistentie. Zoals bij elke nieuwe wetgeving die eraan komt zouden telers alvast kunnen kijken hoe ze schimmelziekten zonder PFAS-houdende middelen kunnen bestrijden. Ze zullen meer gebruik moeten gaan maken van biologische middelen (Bacillus, Trichoderma), luchtbeweging, ontvochtiging, hygiëne en schoon plantmateriaal. Vooral de bestrijding van botrytis blijft een aandachtspunt. 10. Denemarken heeft toelatingen van PFAS-houdende middelen ingetrokken. Hoe ver staat dat? Het Danish Environmental Protection Agency (DEPA) heeft de goedkeuring ingetrokken van 23 middelen, op basis van zes actieve stoffen. Er komen overgangstermijnen van enkele maanden tot ruim een jaar. Daarnaast werkt Denemarken nog aan de herbeoordeling van minstens tien andere middelen. Dit is het meest vooruitstrevende beleid in Europa. 11. Kan Nederland dit Deense besluit overnemen? Niet zonder meer. De Deense situatie is niet een-op-een te vertalen naar Nederland. In Nederland zijn bijvoorbeeld andere bodemtypen en grondwaterstanden, meer glastuinbouw, en een ander toelatingskader. Het Ctgb heeft wel besloten om 46 gewasbeschermingsmiddelen die PFAS bevatten tussentijds opnieuw te beoordelen. Het gaat om alle toegelaten middelen op basis van de werkzame stoffen fluopyram, fluazinam, diflufenican, mefentrifluconazol, tau-fluvalinaat en fluazifop-P-butyl. Eerder pleitte het Ctgb al voor versnelling van de herbeoordeling van stoffen in Europa. Maar de toelatingsinstantie vindt het niet verantwoord om het Europese proces af te wachten. Net als de andere Europese landen die voor een herbeoordeling kozen – Noorwegen en Zweden – wil het Ctgb uiterlijk 30 april 2028 alle besluiten nemen. Omdat dit grote gevolgen kan hebben voor de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen, adviseert het Ctgb aan de minister van LVVN om de gevolgen voor de land- en tuinbouw te laten onderzoeken. Daarbij zou aandacht moeten zijn voor alternatieven voor middelen die mogelijk wegvallen. Bron: Gfactueel #PFAS #Gewasbescherming #Tuinbouw #DuurzameLandbouw #Ctgb