Adviescentrum Arenenberg – Duurzaam maatwerk op een unieke locatie

Het bedrijf

Het Adviescentrum Arenenberg, gelegen in het Zwitserse Thurgau, is een gerenommeerd kenniscentrum voor agrarisch onderwijs en advies. Het centrum speelt een belangrijke rol in de ondersteuning en opleiding van agrarische ondernemers, studenten en beleidsmakers in de regio.

De uitdaging


Het centrum wilde uitbreiden met een innovatieve kas, die zowel als demonstratie- en lesruimte zou dienen én een voorbeeld zou zijn van duurzame glastuinbouw. De wens was een uniek ontwerp, afgestemd op educatief gebruik, met een sterke focus op duurzaamheid.​

Onze aanpak

Als medeontwerper en bouwbegeleider was Elsman International Consultants nauw betrokken bij dit bijzondere project. In nauwe samenwerking met lokale partners en specialisten realiseerden we:

  • Een maatwerk kasontwerp geschikt voor educatie en demonstratie
  • De integratie van zonnepanelen in het kasdek voor duurzame energieopwekking
  • Bouwbegeleiding op afstand én op locatie, afgestemd op de Zwitserse regelgeving en omstandigheden


Het resultaat


De nieuwe kas op het terrein van Adviescentrum Arenenberg is een toonbeeld van duurzaamheid en functioneel maatwerk. Dankzij de geïntegreerde zonnepanelen en slimme indeling sluit de kas perfect aan bij de educatieve doelstellingen van het centrum. Een prachtig voorbeeld van hoe zelfs een kleiner maatwerkproject een grote impact kan hebben.

7 mei 2026
Huisvesting van arbeidsmigranten drukt op de Cao Glastuinbouw: er is discussie over inhouding en partijen willen meer rijksregie.
Bekijk meer
7 mei 2026
Huisvesting van arbeidsmigranten drukt op de Cao Glastuinbouw: er is discussie over inhouding en partijen willen meer rijksregie.
16 april 2026
Glastuinbouw Nederland reageert op een persbericht waarin Natuur & Milieu (N&M) stelt dat nog steeds te veel bestrijdingsmiddelen in water terechtkomen. De aanleiding is het rapport ‘Chemievrije teelt als antwoord op te veel bestrijdingsmiddelen in het water rondom kassen’ dat de natuurorganisatie deze week publiceerde (onderaan dit artikel te downloaden). N&M stelt dat extra stappen nodig zijn om de waterkwaliteit rond kassen te verbeteren. Volgens voorzitter Adri Bom-Lemstra van Glastuinbouw Nederland heeft de glastuinbouwsector diezelfde conclusie eerder al getrokken. Dat resulteerde in een actieplan met diverse extra maatregelen. ‘Het rapport van N&M beschouwen we dan ook als een bevestiging dat we op de goede weg zijn.’ Normoverschrijdingen nemen af Uit onderzoek van N&M blijkt dat de normoverschrijdingen afnemen. Een trend die Glastuinbouw Nederland herkent en die overeenkomt met de landelijke meetnetgegevens. ‘Waar het om de ecologische staat van het oppervlaktewater gaat, maken we wel de kanttekening dat er meer factoren zijn die deze beïnvloeden dan alleen gewasbeschermingsmiddelen’, aldus Bom-Lemstra. ‘Uit onze praktijkervaring weten we dat de duiding van aangetroffen stoffen erg lastig is’, vervolgt de Glastuinbouw Nederland-voorzitter. ‘We zien steeds meer stoffen waarvan het gebruik door de glastuinbouw onwaarschijnlijk is. Daarover zouden we graag over in gesprek gaan met N&M.’ Bedrijven certificeren Als voorbeelden van maatregelen die de glastuinbouw neemt, noemt Bom-Lemstra het actieplan ‘Waterkwaliteit in glastuinbouwgebieden’ en de projecten Watercoach, Transparante Tuinders en Waterkracht. Deze projecten vinden ook plaats in glastuinbouwgebieden waarin geen meetpunt van het landelijk meetnet is. Daarnaast onderzoekt de sector of het mogelijk is om glastuinbouwbedrijven die volledig lekdicht zijn en geen emissies naar het milieu hebben, te certificeren. Bij de uitvoering van de extra maatregelen werkt de sector nauw samen met het Platform Duurzame Glastuinbouw (PDG). Dit is een samenwerkingsverband tussen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Unie van Waterschappen, provincies, gemeenten en Glastuinbouw Nederland. Het PDG wil onder andere meer inzet op risicogestuurd toezicht en handhaving, om telers te prikkelen tot verbeteringen. Ook dat is volgens Bom-Lemstra in lijn met de aanbevelingen in het rapport van N&M. Terugdringen chemiegebruik Om lekkages van gewasbeschermingsmiddelen uit kassen aan te pakken, adviseert N&M de bron van die emissies aan te pakken en het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen af te bouwen. In haar reactie wijst Bom-Lemstra erop dat de sector fors inzet op het terugdringen van het chemiegebruik. ‘Het project 100% Groen Geteeld is daarvan een voorbeeld.’ Wel voegt de voorzitter van Glastuinbouw Nederland eraan toe dat haar organisatie genuanceerd kijkt naar het gebruik van chemie. ‘Een beperkte inzet kan een groot verlies van opbrengst voorkomen. Wel moeten we ervoor zorgen dat die middelen niet in het milieu terechtkomen.’ Voor een aantal ziekten en plagen is volgens Bom-Lemstra nog geen groene oplossing beschikbaar. ‘We roepen N&M daarom op om samen met ons te werken aan het sneller beschikbaar krijgen van groene middelen.’ Glastuinbouw Nederland reageert op een persbericht waarin Natuur & Milieu (N&M) stelt dat nog steeds te veel bestrijdingsmiddelen in water terechtkomen. De aanleiding is het rapport ‘Chemievrije teelt als antwoord op te veel bestrijdingsmiddelen in het water rondom kassen’ dat de natuurorganisatie deze week publiceerde (onderaan dit artikel te downloaden). N&M stelt dat extra stappen nodig zijn om de waterkwaliteit rond kassen te verbeteren. Volgens voorzitter Adri Bom-Lemstra van Glastuinbouw Nederland heeft de glastuinbouwsector diezelfde conclusie eerder al getrokken. Dat resulteerde in een actieplan met diverse extra maatregelen. ‘Het rapport van N&M beschouwen we dan ook als een bevestiging dat we op de goede weg zijn.’ Normoverschrijdingen nemen af Uit onderzoek van N&M blijkt dat de normoverschrijdingen afnemen. Een trend die Glastuinbouw Nederland herkent en die overeenkomt met de landelijke meetnetgegevens. ‘Waar het om de ecologische staat van het oppervlaktewater gaat, maken we wel de kanttekening dat er meer factoren zijn die deze beïnvloeden dan alleen gewasbeschermingsmiddelen’, aldus Bom-Lemstra. ‘Uit onze praktijkervaring weten we dat de duiding van aangetroffen stoffen erg lastig is’, vervolgt de Glastuinbouw Nederland-voorzitter. ‘We zien steeds meer stoffen waarvan het gebruik door de glastuinbouw onwaarschijnlijk is. Daarover zouden we graag over in gesprek gaan met N&M.’ Bedrijven certificeren Als voorbeelden van maatregelen die de glastuinbouw neemt, noemt Bom-Lemstra het actieplan ‘Waterkwaliteit in glastuinbouwgebieden’ en de projecten Watercoach, Transparante Tuinders en Waterkracht. Deze projecten vinden ook plaats in glastuinbouwgebieden waarin geen meetpunt van het landelijk meetnet is. Daarnaast onderzoekt de sector of het mogelijk is om glastuinbouwbedrijven die volledig lekdicht zijn en geen emissies naar het milieu hebben, te certificeren. Bij de uitvoering van de extra maatregelen werkt de sector nauw samen met het Platform Duurzame Glastuinbouw (PDG). Dit is een samenwerkingsverband tussen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Unie van Waterschappen, provincies, gemeenten en Glastuinbouw Nederland. Het PDG wil onder andere meer inzet op risicogestuurd toezicht en handhaving, om telers te prikkelen tot verbeteringen. Ook dat is volgens Bom-Lemstra in lijn met de aanbevelingen in het rapport van N&M. Terugdringen chemiegebruik Om lekkages van gewasbeschermingsmiddelen uit kassen aan te pakken, adviseert N&M de bron van die emissies aan te pakken en het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen af te bouwen. In haar reactie wijst Bom-Lemstra erop dat de sector fors inzet op het terugdringen van het chemiegebruik. ‘Het project Wel voegt de voorzitter van Glastuinbouw Nederland eraan toe dat haar organisatie genuanceerd kijkt naar het gebruik van chemie. ‘Een beperkte inzet kan een groot verlies van opbrengst voorkomen. Wel moeten we ervoor zorgen dat die middelen niet in het milieu terechtkomen.’ Voor een aantal ziekten en plagen is volgens Bom-Lemstra nog geen groene oplossing beschikbaar. ‘We roepen N&M daarom op om samen met ons te werken aan het sneller beschikbaar krijgen van groene middelen.’ Bron: Nieuwe Oogst #Glastuinbouw #Waterkwaliteit #Gewasbescherming #DuurzameTeelt #GroeneMiddelen #Elsman
2 april 2026
Grotere bedrijven handelen al jaren op de stroommarkt. Het einde van de salderingsregeling dwingt nu ook boeren en tuinders zich op die markt te oriënteren. Door de oorlog in Iran staat de energietransitie weer volop in de aandacht. Rondom de gemeenteraadsverkiezingen is daardoor ook de kwestie van windmolens op land weer afgestoft. Hét beeld daarbij zijn de torenhoge witte reuzen van 100 of zelfs 200 meter hoog. Die kunnen op voorhand al rekenen op verzet, omdat ze horizonvervuiling, slagschaduwen en lawaai veroorzaken. De veel kleinere windmolens op de erven van boeren en tuinders hebben ook last van dat ongunstige imago. Maar als gemeenten en provincies de juiste informatie hebben, kunnen ze er bijna niet tegen zijn, stelt Alexander Mascini van Ecoways. Dit bedrijf zet zogeheten erfmolens met een ashoogte van 15 meter neer bij vooral agrarisch ondernemers met een middelgrote energievraag. “We hebben nu zo’n 1.000 klanten, waarvan bijna 90% in Nederland. De afgelopen jaren hebben we ook heel veel zonnepanelen geïnstalleerd. En de laatste tijd is er ook veel vraag naar batterijen. Het bijzondere aan de erfmolens is dat we die helemaal zelf in Nederland produceren.” Kleinverbruikersaansluiting De combinatie van zonnepanelen, een kleine erfmolen en eventueel een batterij is vooral interessant voor boeren en tuinders met een verbruik rond 50.000 kWh per jaar. Ondernemers die met een kleinverbruikersaansluiting onder de 3×80 ampère zaten, vielen onder de salderingsregeling. Met het verdwijnen daarvan wordt het ook voor deze groep – naar schatting zo’n driekwart van alle agrarisch ondernemers in Nederland – zaak om de eigen stroomvraag en het eigen stroomaanbod zoveel mogelijk gelijk op te laten lopen. Met alleen zonne-energie heb je vaak te veel stroom en nog vaker helemaal géén stroom. Maar waaien doet het ook als de zon onder is of niet schijnt. En met een batterij erbij kun je ook zonder zon én zonder wind op eigen energie doordraaien, waardoor je minder snel dure netstroom hoeft af te nemen. Zelf kunnen sturen achter de meter is nu de grootste drijfveer bij klanten en potentiële klanten, stelt Mascini. “Als straks niemand meer kan salderen, is echt voor iedereen het gebruiken van eigen stroom het voordeligst. Ook voordeliger dan met je opgewekte stroom gaan handelen.” Onbalansmarkt zakt in Energietransitie-expert Sanne de Boer van RaboResearch valt Mascini daarin bij. Batterijen halen het zekerste rendement als je er je eigen gebruik mee kunt optimaliseren. Er winst mee kunnen maken op de onbalansmarkt, calculeerden velen bij de aanschaf van een batterij wel in. “Maar die markt is al aan het inzakken. Het is een relatief kleine markt en als steeds meer partijen er op actief worden, daalt het verdienpotentieel.” De terugverdientijd in de verkoopplaatjes van de almaar talrijker wordende batterijproducenten en -handelaren is deels gebaseerd op de jaren 2022 en 2023. Tijdens de energiecrisis aan het begin van de Oekraïne-oorlog konden hoge rendementen worden behaald met flexibel invoeden of afnemen van stroom. Maar die bieden geen garantie voor de toekomst. Dat we nu wéér met een oorlog te maken hebben die de energiemarkten op hol doet slaan, doet daar niks aan af. Subsidiemogelijkheden “Het is heel moeilijk om op voorhand een berekening los te laten op de businesscase voor een energie-installatie die 15 jaar mee moet gaan”, stelt De Boer. “Het is dus best lastig om een dergelijke installatie als los project te financieren”. Wat de terugverdientijd van bijvoorbeeld een erfmolen in elk geval bekort, is de subsidie die je erop kan krijgen. Landelijk is er de Energie-investeringsaftrek EIA en er zijn provinciale subsidies. En onder voorwaarden betaalt ook het duurzaamheidsfonds van Rabobank tot €10.000 mee op de €100.000 die zo’n windmolen inclusief vergunningsaanvraag en installatie kost. Eigen energiedata eerst Voor ondernemers die voor zichzelf hun opties op een rijtje willen zetten, is de eerste stap de eigen energiedata zo gedetailleerd mogelijk op een rijtje te zetten, stelt Jinny Soe Moe Let van Netbeheer Nederland. “Begrijp hoe je energiefacturen eruitzien.” De basis is daarbij uiteraard de energiebehoefte van het bedrijf. Hoe veel stroom is er nodig en wanneer per dag, week of maand – is er meer of minder nodig? Hoe groot is de piek aan elektriciteitsvolume die door je netaansluiting moet kunnen? En hoe vaak benaderde de afgelopen jaren jouw verbruik daadwerkelijk dat piekvolume? Slim sturen achter je meter is volgens Soe Moe Let voor zowel ondernemers als voor particulieren de eerste prioriteit. Dat verlaagt de pieken van te veel stroom tegelijk moeten invoeden naar het net én de pieken van te veel tegelijk moeten afnemen van het net. De eerste en eenvoudigste besparing kan dan al zijn dat je je aansluiting prima blijkt te kunnen verkleinen. En als je een dynamisch energiecontract hebt, kun je ook al meteen geld verdienen door te voorkomen dat je stroom moet afnemen tijdens dure uren, of stroom moet leveren tegen lage of zelfs negatieve prijzen. Een andere manier van winst pakken is dat je je ongebruikte piekvolume tegen een vergoeding beschikbaar stelt aan een buurman. Netcongestie voor zijn Dat laatste is van groot belang met het oog op de problemen die we in Nederland hebben met netcongestie. Dat is in de eerste plaats een theoretisch probleem: nieuwe bedrijven aansluiten op het net, vergroot het risico dat alle bedrijven en huishoudens bij elkaar opgeteld op één moment allemaal tegelijk hun maximale volume willen en zullen afnemen en de boel klapt. Die klap kunnen we niet alleen voorkomen door volle bak het net te verzwaren. Dat kost vele miljarden euro’s én vele jaren. Maar eerder en sneller al kunnen we het opgeteld volume van de aansluitingen beter verdelen. In de Energiewet, die sinds 1 januari de oude Gaswet en Elektriciteitswet vervangt, staat in het overzicht van alle verschillende partijen met hun verschillende rollen ook de Congestion Service Provider genoemd. Dat zijn door de overheid gecertificeerde bedrijven die flexdiensten faciliteren, naar de netbeheerder, naar de groothandelsmarkten of naar de andere leden van een groep gebruikers die besluiten achter één meter te gaan zitten. Zo’n groepscontract is al langer mogelijk, maar is best ingewikkeld. Alle leden van de groep moesten allemaal bij dezelfde energieleverancier zijn aangesloten. En in zo’n contract moet van alles vooraf waterdicht worden geregeld: kosten, baten, garanties over wie wanneer waarop recht heeft, en wie er voorrang krijgt bij een tekort aan piekcapaciteit. Van vaste contracten naar vrije keuze De mogelijkheden om onderling contractcapaciteit te delen, maar ook achter die gezamenlijke meter vraag en aanbod van stroom eerst onderling uit te wisselen en te ‘salderen’, en nog veel meer, zijn in hoofdstukken 1 en 2 van de nieuwe Energiewet al aardig op een rijtje gezet. Interessant leesvoer, waar het hoofd van de nu met vaste contracten werkende boer of tuinder wel van kan gaan duizelen. En de mogelijkheden om eigen vraag en aanbod van energie te managen worden in 2027 alleen nog maar groter. Vanwege EU-regels zitten klanten dan niet meer voor al hun diensten aan één energieleverancier vast. Energielevering als dienst wordt dan ‘ontbundeld’ met al die andere mogelijke diensten, die dan vrijelijk bij andere partijen afgenomen kunnen worden. De boer en de tuinder, maar ook de bakker en de loodgieter: elke ondernemer wordt dan óók energieondernemer. Of hij bepaalt in ieder geval samen met zijn leveranciers van energiediensten hoe het bedrijf energetisch als een zonnetje blijft draaien. En hoe de energiestromen technisch en financieel zo gunstig mogelijk door de kabels stromen. Bron: Gactueel #salderingsmaatregel #subsidie #Elsman #stroommarkt #energie #netcongestie
Bekijk meer